Zwemmen met dolfijnen

Zwemmen met dolfijnen 

Met 2 hengels en een handlijn stap ik in onze Highfield bijboot. Heel voorzichtig laat ik de haken en het aas het water in zakken. Ons bijbootje heeft een harde bodem maar de drijvers zijn opblaasbaar, dus daar willen we geen gaatjes in krijgen. “Tot zo lieverd!”, ik start de motor en vaar heel rustig van de boot weg. We liggen in een baaitje aan de noordkant van Tenerife. Prachtig weer verwelkomde ons op kerstavond in deze prachtige omgeving met grote hellingen en een zwart strand. De golven zijn te hoog om met ons bootje aan de kant te komen en zojuist is onze enige buurboot vertrokken. We liggen hier met kerst helemaal alleen. Zonder familie en vrienden. Een bijzonder gevoel. Met de satelliet telefoon hebben we de avond van te voren een kerstwens gestuurd naar onze families terwijl we aan ons vegetarisch kerstdiner zaten. We vertrokken van Lanzarote met het idee om naar een ankerplek te gaan waar we nog wel wat boodschappen konden doen. We vonden deze plek, dus we maken maar een heerlijk diner uit blik en een restje paprika.

Een half uur tuf ik langs de kust. In mijn gedachten zie ik me al met een enorme tonijn terug bij de boot komen. Oermannelijk. Suus die me trots verwelkomt. Als ik in de verte 2 andere bootjes met meerdere hengels zie krijg ik weer het volste vertrouwen. Ik geef wat extra gas en voel nog even aan de handlijn. Als ik weer rustig zit, zie ik erg in de verte wat vogels vliegen. Ik stuur wat bij, geef wat meer gas. Meeuwen zijn vaak een teken van jagende vissen.  De opgejaagde vissen worden naar de oppervlak gedreven waar de meeuwen dan ook de kans krijgen om een kerstmaal op te duiken. De perfecte plek voor deze jager in zijn bijboot om daar ook eens even lekker van te profiteren. Als ik dichterbij kom zie ik een grote vis springen. Het blijken dolfijnen! Ik vaar 2 keer langs een groepje dolfijnen om de tonijnen die vaak samen jagen te overtuigen van een lekker hapje. Maar mijn hengels blijven rustig. Als ik naar een groepje vaar blijken ze opeens overal om me heen te zijn. Als ik iets meer gas geef, zie ik ze verderop omkeren en naar mij toe schieten. Terwijl ze met de boeggolf spelen en naast mij springen scheur ik door de groep heen tot ik me realiseer dat de lijnen nog uit staan. Verschrikt gooi ik het gas dicht en haal de lijnen binnen. Als ik klaar ben zie ik mijn snorkel en duikbril liggen. Rustig vaar ik naar de groep die al wat verder gezwommen is. Als ik er in lig zijn ze weer weg, het water is zo helder dat ik enorm ver kan zien maar helaas zijn de dolfijnen hem gesmeerd. Nog twee keer probeer ik het. Als ik het de vierde keer wil proberen zie ik echt overal om me heen dolfijnen boven water springen. Dit moet hem toch worden. Heel voorzichtig laat ik me in het water zakken. Ver onder me zie ik wel 100 dolfijnen wegzwemmen, als ik me heel rustig omdraai zie ik dat een groepje van 20 dolfijnen onder me zwemt. Draaiend blijven ze me observeren. Een kwartier lang dobber ik boven ze en geniet ik met volle teugen. Als ze wegzwemmen klim ik weer de bijboot in. Helemaal in extase wil ik zo snel mogelijk naar Suus. Vol gas scheur ik in een half uur terug naar de boot. Zou het lukken om met Suus terug te keren en samen met ze te zwemmen? Vol enthousiasme springen we samen in de boot. Helaas vinden we ze niet meer en als de wind en golven aantrekken houden we het voor gezien. 

 

2e kerstdag varen we naar Santa Cruz. In de haven zullen we aan onze laatste voorbereidingen beginnen voor de oversteek. Als we liggen komen Arnoud, Rosan en Berend van de Doejong al aangelopen. We steken de BBQ aan en hebben een gezellige 2e kerstdag, met vlees.

Bijna Kerst!

Bijna kerst 

In de verte zien we grillige rotsen en zanderige, volkaanvormige, glooiende bergen. De twee Canarische eilanden La Graciosa en Lanzarote baden in het vroege zonlicht en het donkere zand van Lanzarote steekt prachtig af tegen het licht blauwe water. Elke keer is het land weer totaal anders dan wat je achter je aan de horizon hebt zien verdwijnen. Afstand en tijd beginnen een andere perceptie te hebben. Als de deuren twee uur nadat je op schiphol in het vliegtuig bent gestapt openen, is het nog maar zo kort geleden. Je stapt uit op een vliegveld en de wereld is veranderd. Met Yndeleau moeten we ons een aantal dagen opsluiten voor hetzelfde resultaat. Het voelt ergens werkelijker en je hebt de tijd om te wennen. Toch blijft de aankomst ook als het openen van de deur van dat vliegtuig. Het is er opeens. Vier dagen heb je naar leegte gekeken en dan is er opeens weer een andere wereld. Het blijft een enorm bijzonder gevoel.

Mijn sextant, hij ligt nu nog in een doos achterin de kast maar ik zal er snel aan moeten beginnen voordat ik niet meer durf.

“Lief, wanneer hebben we voor het laatst water getankt?” Ik kijk in ons logboek en zie dat we drie en een halve week geleden in Portugal nog getankt hebben. “De waterpomp zuigt soms lucht aan, het lijkt wel alsof de tank bijna op is”. De niveaumeter is na de geheel vernieuwde kaartentafel nog niet aangesloten, de draden moeten opnieuw doorgetrokken worden. Zo kunnen we helaas niet zien of we nu al door onze duizend liter water zijn. We nemen maar het zekere voor het onzekere en sturen de boot de haven binnen. Na vier dagen lijkt het ons heerlijk om even in de haven te douchen nu we er zijn. We besluiten er niet alleen water te tanken maar ook 1 nachtje te blijven liggen. Als we aan wal stappen merken we al snel dat het echt een vakantie plek is. Het Duits komt ons al snel tegemoet en alle menukaarten zijn vertaald in het Engels. Het is een andere wereld maar als we aan onze “large icecold beer” zitten op een terras met uitzicht over de haven, kijken we elkaar tevreden aan. De lange tochten gaan steeds beter. De boot is niet ontploft, we slapen goed, de wachten gaan top. We hebben ook onze sateliet telefoon uitgeprobeerd. We kunnen nu midden op zee weerberichten ophalen, een locatie update sturen en we hebben zelfs een website waarbij je ons nu kunt volgen, we kunnen met een programma een locatie en een berichtje sturen. Dit komt dan op de wereldkaart te staan en zo kan het thuisfront precies op de hoogte blijven. Ook hebben we met 3 andere boten die tegelijk oversteken een maillijstje. We sturen regelmatig updates naar elkaar over locatie maar ook bijvoorbeeld vis-updates of aankomst anker plekken. Dertig jaar geleden was er nog geen GPS en nu navigeren we met een tablet en hebben we continue de mogelijkheid om met het thuisfront te contacten. Hoe meer ik deze technische vernuftige gadgets ga waarderen, des te meer ik ook de ouderwetse sextant in de kast voel branden. Het is een kunst die ik wil leren maar met elke blik op onze computer met GPS lijkt het steeds moeilijker en onwaarschijnlijker dat ik dat ooit ga kunnen. 

We voelen ons na het aankomst biertje zo fit dat we gelijk de watertank openschroeven en zo kunnen kijken hoeveel water er in zit. Ook kunnen we goed controleren of het cementeren van de tank goed is gegaan. Voor vertrek heeft Suus de gehele tank schoongemaakt en opnieuw met cement besmeerd. Dit heeft een beschermende werking voor de tank maar ook een filterende werking op het water. De beroepsvaart doet het al jaren en waar grote producties overgestapt zijn naar het chemische epoxy is extra gewicht voor onze dikke dame, met toch al wat kilootjes te veel, geen probleem. Uiteindelijk slaan we na ons aankomst biertje volledig aan de klus.

De volgende dag zijn we na een heel aantal klussen toe om voor anker te gaan. We hebben de springen al los, het ankergerei klaar en het vlees voor de BBQ, met de andere 2 boten die gister waren aangekomen, ligt al gemarineerd in de koelkast. “Suus, we hebben ergens een olielek. Wil je de spring weer even vastleggen?” Snel heb ik nog even het oliepeil gecheckt. Vanochtend heb ik de olie en het oliefilter vervangen en blijkbaar is er daar wat mis gegaan. Het oliefilter blijkt niet goed vast te zitten. Suus rent snel naar de winkel om nog wat olie te kopen en ik ga aan de slag tot ik me realiseer wat een gekken we weer zijn om te proberen om nog voor het donker de ankerplek te bereiken. Ik loop snel naar de winkel en we besluiten dat we gewoon een nachtje blijven liggen. De andere twee boten reageren begripvol en de barbecue verplaatst naar de volgende dag op het strand. We blijven uiteindelijk 8 dagen in de haven liggen om 2 dagen te kiten en heel veel klussen af te strepen. De waterniveaumeter, de radar, de antenne voor de sateliettelefoon, een nieuwe temperatuursensor voor de motor en de marifoon-antenne in de mast worden aangesloten. Yndeleau wordt geheel ontroest en de watertank wordt eens goed doorgespoeld. Yndeleau blinkt weer van binnen en van buiten.

“Lief, kom snel buiten!” Twee grote witte vlekken zwemmen om de boot. Suus en ik staan voorop de boot te kijken als er eerst 1 voor ons komt zwemmen. Veel rustiger dan dolfijnen die we tot nu toe hebben gezien. Een tweede komt er al snel bij. Volledig wit en een stompe snuit. Een kruizing tussen de slanke dolfijn en een wat dikkere walvis. Ze zwemmen gracieus met de boot mee en verdwijnen dan weer snel. Grijze dolfijnen worden wit als ze oud zijn, blijkt later op Wikipedia. Een prachtig welkom van Lanzarote. Een uurtje later varen we de ankerbaai in. Een heel klein plekje waar al 8 boten liggen. We kunnen in het laatste avondlicht de bodem goed zien en proberen ons anker op zand te mikken. Twee keer grijpt ons anker niet en de derde keer pakt hij, na zeker 10 meter over de grond getrokken te hebben, met een harde ruk. Ik duik snel het bootje in met een duikbril om te kijken hoe hij ligt. Het anker zit met zijn punt onder een betonblok. Als we snel de windvoorspelling checken, zien we dat de wind vannacht gaat draaien. Wanneer de boot vanuit een andere hoek aan het anker zal gaan trekken is er een grote kans dat hij losschiet van het betonblok en dan komt de kademuur wel heel dichtbij. We twijfelen enorm. Gaan we in het donker naar de andere ankerbaai varen in de hoop dat het daar beter ligt? Proberen we de haven in te varen tegen de hoofdprijs? We kunnen ook de zeilen hijsen en de nacht invaren richting Fuerteventura of zelfs Tenerife… Maar de wind verdwijnt vannacht waarschijnlijk dus dan wordt het een nacht lang motoren. We besluiten een half uur te varen en te kijken bij de andere ankerplek. Als die niet goed voelt, draaien we om en kiezen we het ruime sop. Na 1 keer proberen pakt het anker meteen in de zandbodem en liggen we goed vast. De volgende ochtend vroeg sta ik met flippers en duikbril klaar om naar het anker te duiken als ik een zwarte lange schim zie zwemmen. Als Suus en ik beide staan te kijken komt hij nog een keer langs, het is een kleine haai! Als ik even later het water in durf en naar het anker duik, blijkt dat we top liggen. We zijn klaar om eindelijk te wassen en daarna boodschappen te doen bij de Lidl om de hoek! Als we de Ikea naast de Lidl vinden, kunnen we niet laten even naar binnen te lopen en met kerstversiering naar buiten te komen. We beginnen in de kerstsfeer te komen!

Terug naar Europa

Terug naar Europa

 

“Een drugshond controleert de boot en ze gaan echt alles open halen”. Internet staat vol met slechte ervaringen als we aanleggen bij de douane. Hier moeten we uitklaren, het proces van aangeven dat je een land weer verlaat. Net zoals op het vliegveld. Terwijl een beambte even snel met Suus de boot binnen gaat en 2 kastjes opent, loop ik gemoedelijk naar de politie. Daar krijgen we de eerste stempel in ons paspoort en ook onze drone netjes terug. Binnen 10 minuten staan we weer beide op de boot en kunnen we vertrekken. Zonder wind varen we samen met Nederlandse vrienden en een Deense boot op de motor naar buiten. Een andere bevriende Belgische boot is al 1.5 uur eerder uitgevaren en zien we een aantal mijl verderop op de AIS. Uit automatisme controleer ik nog elk 10 minuten de as en de hele motor op het oog. We hijsen drie keer de gennaker, ons grootse voorzeil, Yndeleau’s oranje parade paardje. Pas bij de derde keer en een aantal uur later blijkt er net genoeg wind om te zeilen en hijsen we ook ons grootzeil. 

“Trrrrrr. Trrrrrr.” De molen van de hengel ratelt als een gek. Suus kijkt me aan. Wat nu? Als een bezeten probeer ik te herinneren wat ik allemaal bedacht had.  “We hebben de deegroller nodig” om de vis zo snel mogelijk netjes uit zijn leiden verlossen is waar ik als eerst aan moet denken. “Oh, en de haak”. Terwijl ik de molen in een extra rem zet om de vis uit te putten is dat het tweede waar ik aan denk. Om zeker te zijn dat je hem niet op het allerlaatste verliest hebben we op advies een haak gekocht waarmee je de vis kan oppikken uit he water. Daar prik je hem mee vast en kun je hem zo aan boord trekken. Als ik dit zo schrijf klinkt het best crue, maar om te voorkomen dat de vis met zijn laatste krachtsinspanning zich, zonder onderkaak weer terug in zee werkt, is dit toch voor beide partijen een fijn en snel hulpmiddel. Dan realiseer ik me dat we de vis eerst bij de boot moeten krijgen, bij stap 1 beginnen. Terwijl ik al mijn vooraf gelezen trucs probeer in te zetten trekt Suus met vereende krachten ons voorste zeil binnen waardoor we snelheid verminderen, rustig stuurt ze nu iets meer naar de wind waardoor het grootzeil ook minder snelheid creëert. De automatische piloot zorgt dat de boot op deze koers blijft terwijl we samen de vis binnen halen. Als we hem dichter bij in draaien kunnen we hem zien, een glimmend blauwig, dikkige vis. De kleuren lijken op een makreel maar dan veel groter. Zou het dan eindelijk; meteen bij de eerste echte dikke vis raak zijn? Onze vreugde kan niet op. Tonijn!! In Marokko vonden we eindelijk de wasabi, blijkbaar vond Neptunes dat we er nu klaar voor waren. De haak doet zijn werk voortreffelijk en met een doffe klap is Tonnie uit zijn lijden verlost. 

Ik zie Suus binnen de salade schaal pakken. De laatste twee tochten krijgt deze schaal een ander doel. Om drie uur ‘s nachts is de wind helemaal uit gegaan. We zijn beide kweps, misselijk en algeheel bleh. We motoren al uren terwijl de golven blijven rollen. We zijn met onze 20 ton een speelbal van de golven en dat voelen we. Suus heeft nu het stadium van Kweps gepasseerd en slaat direct door naar de alarmfase van de salade schaal. Als de schaal zijn nieuwe doel heeft voltooid is het mijn taak om deze nieuwe soort salade aan de vissen te voeren. Hierna duikt ze in bed en veranderen we onze wachten naar om de 2 uur. Kortere wachten om zo beide ook snel weer plat te kunnen. De tip om een dopje in je niet dominante oor te stoppen werkt bij mij als een tiet. Mijn kwebsheid is direct weg. 

Na 13 uur motoren gaat de wind eindelijk aan, we hebben hem te pakken en zullen hem niet meer kwijt raken de gehele tocht naar onze eerste bestemming op de Canarische Eilanden. 3 weken geleden verlieten we Europa en nu zeilen we er weer naar terug, gelukkig zijn we nog niet op de terugreis van ons avontuur. We laten een erg bijzonder land achter ons, we hebben genoten maar we merken dat na 3 weken vooral steden gezien te hebben we ook weer enorm behoefte hadden aan het ruime water en de vrijheid achter het anker. Marokko en in het bijzonder Abdullah en zijn familie hebben een warm plekje in onze herinnering. Onze bestemming is een ankerbaaitje ten zuiden van La Graciosa, een klein eilandje ten noorde van Lanzarote. 

In Sha Allah

 “Bidden is allereerst goed voor je gezondheid en hart. Wanneer we met ons voorhoofd op de grond liggen word ik al rustig. Je maakt letterlijk verbinding met de aarde waardoor ik alle spanning loslaat. Ik voel me volledig ontspannen en helemaal rustig erna.”. Het doet me denken aan meditatie. We zijn uitgenodigd door Abdullah om bij hem thuis te komen eten en om ook Kénitra, een stad 50 kilometer ten noorden van Rabat, te bezoeken. In de auto hebben we al snel bijzondere gesprekken over moslim zijn, de islam en het land Marokko. Abdullah’s broer woont in Breda en 2 andere broers wonen in Duitsland. Hij is de enige van zijn broers die in zijn geboortestad en in Marokko is gebleven. En het is heel duidelijk dat hij van het land houdt, maar hij ziet ook dat het niet altijd goed gaat.

We kletsen over politiek en de geschiedenis van de koning. Thuis aangekomen worden we verwelkomd door Abdullah’s vrouw en twee dochters in een prachtig kleurrijk huis. Een hele andere gewaarwording dan het huis van de vrouw die we op de Medina in Sale ontmoetten. Overal is zorg aan besteed en we zien nergens kleding slingeren. Een hoek van het huis is een en al bank, met bijzettafeltjes met prachtig houtsnijwerk en prachtige kleurige kussens. Daar zitten we heerlijk riant en voelen ons echt welkom. Fatima en haar jongste dochter Guda duiken de keuken in vanwaar heerlijke geuren naar buiten komen. Als Abdullah kort verdwijnt om een gebed te doen in de slaapkamer, praten wij met Manar, de oudste dochter. Zij werkt bij een verzekeringsmaatschappij en belt vanuit Marokko met Franse klanten. Ze komt net terug van de hammam. Suus vraagt direct naar tips en binnen 1 zin wordt ze al uitgenodigd om met haar mee te gaan, wat een gastvrijheid, zo bijzonder!  

Abdullah nodigde ons uit voor het eten bij zijn familie toen wij koffie met hem dronken bij ons aan boord. Hij was in de haven om met zijn team een reparatie uit te voeren aan onze buurboot, een speedboat die nauwelijks vaart maar waarvan de eigenaar wel kan zeggen dat hij “een boot in dezelfde haven als de koning” heeft. We hadden geen idee wat ons te wachten stond toen hij ons ophaalde om 1 uur ‘s mddags op zaterdag. We zouden gaan eten, en mochten ook blijven slapen. Toen we de auto instapten, en op een gegeven moment op andere plekken stopten, voelde het niet gepast om te vragen wat we gingen doen, we lieten het gebeuren. Hij reed samen met ons langs een prachtig strand, de plek waar zijn ouders hadden gewoond en wat een geweldige golfsurfspot bleek waar hij het over had gehad tijdens onze koffie. In de rivier braken de golven langs de kant zo clean en mooi dat we bijna direct surflessen boekte om hier ook van te kunnen genieten. Toen we dichter bij Kénitra kwamen, werd het steeds groener. Een groot meer geeft het landschap hier water waardoor het de plek is in de wijde omgeving waar iedereen zijn planten koopt. Langs de weg zijn grote velden, wat de tuincentra blijken te zijn. Prachtige planten, struiken en bloemen staan in grote stallen uitgestald.

Gezamenlijk zitten we aan de lage tafel in het ander deel van de kamer. De TV staat aan met een Arabische show en Fatima komt binnen met een heerlijk geurende grote schaal. Een berg met couscous, gestoomde groentes en bovenop grote stukken vettig geitenvlees. Het ziet er prachtig en heerlijk uit. De karnemelk die wij ingeschonken krijgen smaakt heerlijk. Fatima doet Suus voor hoe we het moeten eten. Het kleine bordje voor ons is er om een stukje vlees op te leggen, verder duiken we allemaal met een lepel in de grote schaal. Het voelt familiar en vertrouwd om zo “shared dining” te hebben. Later vertelt Manar dat ze normaal gesproken het met hun handen eten. Ik probeer nog aan te geven dat ik dat graag wil leren en dat we dat best kunnen doen. Abdullah lacht vriendelijk; “de volgende keer” geeft hij aan. Regelmatig liggen we met z’n 6en dubbel van het lachen en we vragen veel over het geloof en de gebruiken. Abdullah vertelt bijvoorbeeld over ajr, door hem vertaalt als punten als ik hem vraag of er op bijzondere gelegenheden naar de moskee wordt gegaan en tijdens andere specifiek thuis wordt gebeden. Het is niet zo dat je specifiek naar de moskee gaat op bepaalde momenten, maar dat bidden in de moskee wel voor meer punten zorgt. Naar de moskee gaan kan 27 punten opleveren terwijl bidden thuis goed is voor 1 of 2 punten. Na de maaltijd komen de koekjes en de zoete muntthee op tafel. Als we geïnteresseerd vragen hoe ze die maken, staan we even later met z’n allen in de keuken voor een lesje Marokkaanse thee maken, door Guda. 

We nemen afscheid van Manar als we met z’n allen weer in de auto stappen. Als we de deur uitstappen geeft Suus nogmaals een compliment over het prachtige schilderij dat naast de deur hangt, die Abdullah zelf heeft geschilderd. Direct pakt hij het op en loopt er mee naar binnen, Suus kijkt me verschrikt aan. “Het zal toch niet?”. Twee minuten later komt hij naar buiten met een opgepoetst schilderij. Hij staat er op dat we het als kado meenemen. Een intense dankbaarheid mixt zich met schuld bij Suus. Had ze het niet moeten zeggen? Werd het compliment opgevangen als verplichting om het kado te geven aan ons? We kunnen dit toch niet aannemen? We kijken elkaar met mixed feelings aan en proberen enorme dankbaarheid te tonen maar ook duidelijk te laten blijken dat het echt niet hoeft. “It is too big” zegt Suus doelend op dat het een te groot kado is. Abdullah kijkt teleurgesteld en vraagt “does it not fit?”. Hij staat er op dat we het in ontvangst nemen en loopt al met schilderij onder de arm naar beneden.

“Wauw, that is so beautiful, that stork in their nest”. Suus wijst naar een ooievaar op een lantarenpaal. “Yeah, Kénitra is the city where birds stay” antwoordt Abdullah. Als we de hoek omdraaien snappen we wat hij bedoelt. Op elke paal, op elke gevel, in bomen en op de minaretten zien we allemaal ooievaars nesten. De bellarajj, marokkaans voor ooievaar, duiken en zweven boven de straat. Waarom migreren vogels ook eigenlijk? Als je een goede plek hebt gevonden is het toch ook niet nodig om de sahara over te steken om in de koude omgeving van Nederland op zoek te gaan naar kikkers? De bellarajj hebben het goed gezien, de inwoners van deze stad houden van deze vogels en de vogels hebben het goed door, ze migreren niet meer, ze blijven hier gewoon het hele jaar door. Kénitra, de stad waar vogels blijven. Ondertussen hebben we de auto geparkeerd en lopen we in het donker door de oude medina. Het is zaterdag avond en het blijkt het moment om inkopen te doen. Als Suus struikelt over een stoeprand pakt Fatima haar bij de arm. Arm in arm lopen ze gemoedelijk verder. Als Suus Guda vraagt of ze een boyfriend heeft lacht ze hartelijk, nee hoor, daar heeft ze ook nog geen behoefte aan. “No, only when I marry”. “If I find a good man he needs to ask my dad”. Abdullah knikt. “And if it is a good man I will say yes”. Guda glimlacht en Fatima voegt toe: “But only if I tell him it is a good man”. Gezamenlijk lachen we en lopen we weer verder. Het lijkt er vanaf buiten misschien op dat haar vader bepaalt of ze mag trouwen. Maar Guda beslist zelf met een beetje advies van haar moeder. We merken een verschil tussen man en vrouw, vrouwen mogen niet samen met mannen bidden, behalve bij het Offerfeest, en na het eten ruimen de vrouwen de tafel op. Maar is dat eigenlijk echt anders dan in Nederland?

Bij terugkomst in de marina nodigen we ze uit om de boot te komen bekijken. Ze slaan twee keer een kopje thee af. Gezamenlijk maken we een polaroid en nemen we afscheid van hele bijzondere mensen. Het voelt alsof we ze al jaren kennen. Waar opmerkingen over dat we echt moeten terugkomen soms niet zo gemeend voelen, hebben we echt het gevoel dat we nooit meer naar Marokko willen komen zonder bij Abdullah en zijn familie langs te gaan. 
En hopelijk bezoeken zij ons een keer in Nederland! In Sha Allah, als God het wil.

Old Medina – de oude stad

“Wat zou er gebeuren als er hier op eens een goede windvlaag langs komt?” We lopen door de kruidenstraat in de Old Medina van Salé. De kruiden, poeders en thee ligt in enorme schalen zo hoog opgestapeld dat we ons afvragen hoe het nog zo netjes kan blijven liggen. Salé is de stad aan de andere kant van de rivier van Rabat en heeft de reputatie “to stir things up”, om dingen een beetje op te stoken. De demonstraties tegen het Franse regime in de jaren 50 startte hier, veel overheidsfunctionarissen en adviseurs van de koning komen uit Salé en de eerste piraten van Afrika hadden Salé als thuisbasis.

In deze stad ligt de Bouregreg Marina waar wij gister zijn aangekomen. In deze haven liggen ook 5 boten van de koning, maar net zoals dat de koning in elke stad een paleis heeft voor als hij op bezoek moet in andere steden heb ik het gevoel dat hij zijn boten hier zelfs nog nooit heeft gezien. Als we de Old Medina in lopen is het duidelijk een andere stad dan de grote broer aan de overkant van de rivier. Als je met het roeibootje, de lokale manier van openbaar vervoer, oversteekt over de rivier ervaar je direct een groot contrast. Rabat is de hoofdstad van de overheid en voelt veel officieler. Mensen lopen over een strakke en chique promenade en al snel zijn de eerste toeristen gespot. Duik je echter vanuit onze marina de Old Medina in van Salé, dan kom je in een hele andere wereld. Medina is vrij vertaald “stad”, de old medina is de oude stad en is vaak ommuurd met een prachtige oude muur. Binnen deze oude muur vind je een labyrint van drukke nauwe steegjes met overal stalletjes en winkeltjes. Suus en ik kijken onze ogen uit.

Als we na de kruidenstraat een volgend straatje inlopen zien we een prachtige soort glas in lood plafond, elk winkeltje heeft prachtige deuren met houtwerk en Suus waant zich in 1001 nacht met al die fantastische jurken die er hangen. Een straatje verderop duiken we weer in een totaal andere wereld. We lopen over bloed en ingewanden. Dit is de slagers straat. Een winkelende vrouw wijst een kip aan die voor onze ogen wordt geplukt en klaargemaakt om zo verpakt te worden zoals wij hem kopen in de supermarkt. Een stalletjes ernaast liggen de koeienpoten en weer verderop kijken twee ontvelde geitenhoofden ons aan. We lopen zo langzaam mogelijk om alles in ons op te nemen. Niemand valt ons lastig, iedereen lacht ons vriendelijk toe en we proeven van alles. Verschillende soorten brood, een soort sandwich met gefrituurde aubergine en gegrilde sardientjes, olijven, escargot bouillon, sapjes. Maar we blijven van de ontvelde hoofden af.

Het is alweer 2 maanden geleden dat ik zelf mijn haar voor de spiegel met een tondeuse heb staan knippen. Als mijn kuif te lang is wordt mijn tekort aan haar steeds duidelijker dus het is weer tijd om er wat aan te doen. Toch moet ik langs minimaal 10 kappers lopen voordat Suus mij heeft overtuigd dat ik naar binnen moet. Mohammed is uiteindelijk de man bij wie we naar binnen lopen. Enorm vriendelijk en lachend laat hij ons binnen. In het frans hebben we al snel lol samen en lachend probeer ik hem duidelijk te maken dat er niet al te veel af hoeft. “Tu outside photograph?”, vraagt hij in het frans engels terwijl hij naar ons en naar buiten wijst. “Denk dat hij wil dat ik een foto van buiten van jullie maak”, Suus loopt al naar buiten maar terwijl ze de foto maakt ziet ze dat hij een grap maakt. Buiten hangt een groot bord met fotos van zijn andere beroep. Een klein jongetje zit naakt met zijn benen weid met een stoere traan op zijn wang. Deze kapper gebruikt zijn scharen niet alleen voor haar maar doet ook aan besnijdenissen. Hij ligt helemaal dubbel als we het begrijpen. Ik probeer zo snel mogelijk mijn franse woorden te vinden om aan te geven dat dat bij mij niet hoeft. Samen liggen we dubbel en als ik later goed geknipt af wil rekenen wil hij eigenlijk geen geld hebben. Uiteindelijk wijst hij 20 Diram aan, en uiteindelijk druk ik het dubbele in zijn handen. Wat een ervaring weer.

Als we met ons gebrekkige Frans en onze handen en voeten overal aan het vragen zijn of ze ook Tamarinde verkopen, een ingrediënt voor hummus, komen meerdere vrouwen ons helpen. Uiteindelijk slenteren we samen met een vrouw langs verschillende stalletjes maar vinden het helaas niet. We wilden vanavond voor mijn verjaardag hummus maken voor de bevriende boten die langs kwamen. Dan maar zonder. We bedanken de vrouw, maar ze staat er op dat ze ons haar huis wilt laten zien. Wat een vriendelijkheid. Tegen de oude stadsmuur aan mogen we haar huis bekijken, de was lijkt er ontploft, overal liggen kleren. Op het dak van het woongedeelte ligt een grote golfplaat die net niet groot genoeg is waardoor als het regent de woonkamervloer in een waterballet verandert. Een grote flatscreen pronkt in het zitgedeelte en de keuken is brandschoon. Later vertelt ze ons dat ze een restaurantje heeft en nodigt ons uit daar een keer te komen eten. 

“Hi guys, we have seen your boat in Spain already”. Een Zweeds koppel staat op de steiger en we raken in gesprek. Ze blijken Yndeleau te herkennen aan het oranje masttopje en al snel staan we grappen te maken over dat wij het slechte weer meegenomen hebben. Heerlijk hoe gemoedelijk het altijd gaat tussen zeilers onderling en we nodigen ze direct uit voor mijn verjaardagsborrel vanavond. Wij duiken nog snel even op de bank om even bij te komen van alle indrukken van die dag. ‘S avonds zit de hele kuip vol met drie bevriende Nederlandse boten en de Zweedse boot. We kletsen alsof we elkaar al veel langer kennen. We bespreken de spannende aankomstkomst en er worden al snel wat sterke verhalen gedeeld. Maar ook hebben we het al snel over echte dingen, mooie gesprekken over het leven en de reis die we maken. We hadden verschillende levens maar we delen nu allemaal hetzelfde, en dat verbindt.

Aankomst op een ander continent

Warme lucht komt ons tegemoet. Het ruikt naar zand, droog warm zand. Heel iets anders dan de, ook heerlijke, maar andere lucht in het droogvallende gebied waar we in Portugal vertrokken. Daar rook het naar slik en modder. We zijn onderweg naar Marokko. 30 uur geleden hebben we Portugal verlaten en we zien op de horizon al lichten verschijnen. We hebben Rabat, de hoofdstad van Marokko in het zicht en daarmee een heel nieuw continent. “Wauw, dit is wel echt bijzonder” zegt Suus terwijl we samen strak het water afturen naar visnetten. Het Marokkaanse kustwater staat er om bekend dat er soms parallel aan de kust enorme netten worden uitgezet die net onder het wateroppervlak drijven. Officieel zouden deze verlicht moeten zijn maar dit schijnt met zulke kleine lichtjes gedaan te worden, en gecombineerd met het toch wel onrustige water verwachten we niet dat dit niet heel duidelijk te zien is. We besluiten daarom de laatste 5 uur samen wakker te zijn en Suus links, en ik rechts in het maanlicht het water af te speuren op zoek naar tekenen van visnetten. 

Na zonsondergang is het vaak pikkedonker en kan de zee om je heen beangstigend zijn. De e-reader pakken en een boek lezen voelt niet fijn, het hele zachte licht van de e-reader verblindt je dan al waardoor je bij het opkijken van je boek helemaal niks ziet. Tijdens de donkere momenten ben ik veel meer gefocust, maken “onbekende” geluiden me meer gespannen,  kiezen we er beide ook voor om minder bezig te zijn met de juiste stand van de zeilen en zijn mijn gedachten vaak minder positief. Vannacht was het zoeken naar de juiste balans van de instelling van de windvaanstuurinstallatie tijdens deze donkere periode erg frusterend. Terwijl je niet kan navigeren op het zicht blijf je turen naar het kompas. Met deze mechanische stuurinstallatie slingeren we redelijk. Zo blijven we perfect op dezelfde koers ten opzichte van de wind varen maar zo is het kompas niet de juiste raadgever voor de juiste koers. Op de tablet kan ik wel zien of we een goede koers hebben gevaren maar dat lukt pas na een tijdje. Slingert hij wel gemiddeld naar de goede richting? Zo kunnen we soms wel een uur bezig zijn met de boot in de juiste balans krijgen om haar in de juiste richting te krijgen. Als de maan aanwezig is het een totaal andere wereld. Je begint duidelijk de contouren van de zee om je heen te zien, een geluid plaats je sneller en ik kan me soms heerlijk in een e-book verliezen. Het voelt als een wereld van verschil. 

Na 3 uur lang turen over het water hebben we geen visnet gevonden maar varen we fantastisch met 7 tot 8 knopen per uur met sneltreinvaart richting de zand geur. We mogen Rabat alleen in als de swell, de golfslag, onder de 2 meter is. Jaren geleden is hier een schip gekapseisd en is er tragisch een opvarende verdronken. Sindsdien sluit de haven en mag er niet meer ingevaren worden als de golfslag te hoog is. Naast de swell waar we rekening mee moeten houden is met onze diepgang van 2.5 meter het ook belangrijk dat we twee uur voor of twee uur na hoogwater naar binnen gaan. Anders lopen we vast. Dat geeft ons twee opties deze dag, we kunnen rond 6 uur ’s ochtends of rond 7 ’s avonds binnenlopen.

Twee dagen geleden vertrokken we met een voorspelling van 1.3 meter swell voor de gehele dag. Onderweg hebben we op onze radio al met twee tankers gesproken die aangaven dat de voorspelling van de swell inmiddels is toegenomen naar 1.7 tot 2.1 meter. “Het zal er om spannen lieverd” zeg ik terwijl ik opnieuw naar binnen duik. Op basis van de informatie van de kapitein van een 290 meter groot vrachtschip horen we ook dat de wind gaat draaien waardoor de uitwijkmogelijkheid naar de volgende haven 35 mijl tegen de wind in ligt.  Dat zou een uur of 8 verder varen betekenen. “The morning option would be definitately the best choice with the lowest swell” geeft hij aan. We springen naar buiten en zetten letterlijk alle zeilen bij. Geconcentreerd proberen we alle snelheid uit Yndeleau te halen om de vroege optie te halen. Zo scheuren we nu op Rabat af.

We proberen elke 10 minuten contact op te nemen met de Bourgageg Marina om te informeren of de haven geopend is. Twee uur voordat onze ETA onze aankomst voorspelt lijkt het alsof we een boot uit de haven zien komen. “Jur, ik zie een boot uit de haven komen, yehess. Dan is de haven nog open!”, roept Suus van binnen terwijl ik op de visnet uitkijk blijf staan. “Oh, wacht. Het is de Choctaw.” Het blijken onze vrienden te zijn die wat eerder dan ons zijn vertrokken uit Portugal. “Dan is hij dus niet open? Zouden ze al op weg zijn naar de uitwijkhaven?”. We roepen ze op via de radio en krijgen een lichtelijk gefrustreerde reactie. Ze liggen al bijna 6 uur te wachten voor de haveningang, maar om 8 uur zullen we meer duidelijkheid krijgen. “We moeten wachten tot zonsopkomst, dan gaat de pilot visueel inschatten of het veilig is om naar binnen te komen”. Niks voorspelmodellen, apps of websites die vertellen hoe hoog de swell is. Ze hebben zonlicht nodig om te bepalen of het wel of niet veilig is, het gaat er echt om spannen.  We halen flink wat voorzeil weg om nu juist de snelheid er uit te halen, we zullen 3 uur moeten wachten, hopelijk wel op goed nieuws.

“Speed, speed, make speed” klinkt het met een lichte spanning uit de radio. Het is het enige wat we begrijpen van de pilot over de radio. We mogen naar binnen en intussen is ook de derde Nederlandse boot aangekomen en zo zullen we met drie boten achter de pilot boot de haveningang invaren. Voor ons vaart de Choctaw en als we dichter bij de ingang komen zie ik heftige brekers ontstaan. Met klamme handjes houd ik met witte knokkels het stuur vast. De golven van achter duwen je van links en dan weer naar rechts. Hard stuur ik bij en ik geef nog meer gas. “Speed, more speed” hoor ik nogmaals terwijl ik de Choctaw heftig heen en weer zie surfen op een aantal brekers. Ik geef nog meer gas en zie onze toerenteller naar een aantal gaan die de motor bij ons nog nooit heeft gelopen. Ik vergeet de dieptemeter of ook maar verder om me heen te kijken. Ik voel me een met Yndeleau, en op deze momenten laat ze ons niet in de steek. Ik stuur haar volledig recht door de golven en zoals we de golfen uit het niets zagen opdoemen zo is het ook opeens vlak.

Om me heen zie ik een nieuwe wereld. De zonsopkomst geeft een magische kleur aan de pier. Aan de rechterkant zie ik in gele stenen een kasteel en oude muren. Voor ons steekt een roeibootje over en zien we een soort visafslag. Alle mannen staan ons aan te zwaaien en Suus wordt al bewonderd. We zijn er gewoon, en we moeten nu voor het eerst inklaren. We zijn van de EU nu naar een ander land gevaren, dat betekent dat we “door de duane” moeten. Door de pilot worden we naar een steiger geleidt waar we worden ontvangen met zoete marokaanse thee. Stiekem drinken we met de drie Nederlandse boten er ook een berenburgje bij. Hier zal de politie en duane komen om paspoorten en de boten te checken. Van zeilers die hier een tijdje geleden aankwamen hoorde we dat er ook soms een hond de boot afsnuffeld. Bij ons gaat het enorm gemoederlijk en binnen een uurtje mogen we doorvaren naar de haven. Hier genieten we van ons “ankerbiertje”, ruimen we de boot wat op en duiken dan even op de bank. Na even lekker bijgekletst en wat gegeten te hebben besluiten we eventjes op bed te gaan liggen. Heerlijk om weer bij elkaar in bed te liggen en we zijn binnen vijf minuten vertrokken.

“Jur, het is al 6 uur.” We hebben drie uur geslapen denk ik nog als Suus me wakker maakt. Dan hoor ik de oproep voor het gebed uit de naastgelegen moskee komen en realiseren we ons dat we 16 uur geslapen hebben! Als de zon op komt blijkt het een mooie dag te worden. Rustig staan we op en hijzen de gennaker en de zeilen om ze te laten drogen. Een ontspannen sfeer heerst er in de haven als steeds meer boten hun zeilen hijzen. Er blijkt nog een Nederlandse boot aangekomen te zijn gisteravond en iedereen loopt bij elkaar langs om even te praten nog over de tocht. Genietend staan we de boot af te soppen van het zoute water. We zijn gewoon naar een ander contintent gevaren. Het voelt alsof we steeds meer echte vertrekkers worden.