We zijn landrotten

Ik stap de douche uit en sla een grote badhanddoek om me heen. Ik hoor Suus vragen vanuit de ge-aircode slaapkamer of ik een glaasje water wil meenemen. De was hangt in onze tweede slaapkamer te drogen en ik doe de schuifpui van ons balkon nog even dicht……

In september groeide de onrust in het Atlantische Basin en er was geen uitzicht dat landen om ons heen open zouden gaan. We gingen samen eens spreekwoordelijke, misschien ook wel letterlijk, om tafel zitten. Saint Vincent en de Grenadines zijn prachtig maar we waren ook wel klaar om door te varen. De eilanden zijn ook erg duur. “Wat zijn de opties?”, was de vraag ter tafel. Noordelijker varen verhoogd de kans op orkanen en eigenlijk is er ook nauwelijks wat open, zuidelijk varen kan niet heel veel verder dan Grenada, en daar moet je in quarantine. De ABC eilanden liggen westelijk en zijn officieel uit de “Hurricane Belt”. Dat betekent dat de kans op orkanen heel erg klein zijn, echter later terugkomen naar de oostelijke Carieb is weer erg lastig met een wind die altijd uit het noord-oosten komt. En met een zeilboot kom je niet tegen de wind in, en een stroming richting het westen maakt het nog lastiger. 

 

We hadden ondertussen al besloten om niet in januari 2021 naar de Stille Oceaan te gaan, maar het jaar daarna. We blijven een seizoen/jaar extra in de Caribische zee. Door Corona hebben we nog veel te weinig gezien van de prachtige eilanden in de Caribische zee, en daarnaast is de onzekerheid in de onmetelijk grote Stille oceaan van gesloten, sluitende dan wel regel-veranderende landen in deze Corona tijd te groot. Het besluit geeft veel rust, we hoeven even niks en we nemen de tijd. Dit jaar staat in het teken van genieten van de Carieb. Nu kunnen we ook nog wat extra budget opbouwen voor onze reis over de Stille Oceaan, waar internet waarschijnlijk veel lastiger te vinden is. 

^ We besluiten tijdens het orkaanseizoen toch niet door te varen naar Panama maar nog 1 jaar extra in de Carieb te blijven.

Dit verhoogde budget wordt echter door de volgende keuze gedeeltelijk ook alweer opgegeten. We besluiten namelijk tijdens een van onze “captain meetings” dat we een onderweg-refit gaan doen. De planning was om dit te doen voordat we het Panamakanaal door zouden gaan naar de Stille oceaan, waar onderhoud en reparaties duur en erg lastig kunnen zijn. Nu zijn we een jaar langer in de Carieb en zonder veel mogelijkheid tot “cruisen” (hoppen van het ene eiland naar het andere), ons idee van reizen. Een perfect moment om dan maar een “pauze” te houden, de boot op de kant te zetten en veel onderhoud en nieuwe klussen te doen. Door het heftige orkaanseizoen durven we de boot niet op de kant te zetten in de “hurricane belt”, het gebeid waar tot 1 november de orkanen ronddwalen. Een boot op het droge heeft weinig uitwijkmogelijkheid. Daarom varen we half september in 4 dagen naar Curaçao.

> Yndeleau wordt bij Curacao Marine op de kant gezet en de kluslijst is weer heropend.

Na een langzame, en hele rustige tocht komen we uitgerust aan in Curaçao. Zeilboten Zoma, Temanua en L’Alchimiste verwelkomen ons, drie bevriende boten. En binnen de kortste keren zitten we ook weer heerlijk met Olivier en Isabel van zeilboot Galena te borrelen. Zij besloten na een onwijs gezellig lockdown samen in Martinique dat ze niet naar Nederland terug zouden varen, maar zijn naar dit Nederlandse eiland gevaren om te gaan werken als consultant en advocaat. Daarnaast krijgen we steeds meer berichtjes van mensen die ons volgden of die we via via kennen. Ons sociale netwerk maar ook het netwerk waarbij je de juiste plekjes weet voor onderdelen etc begint zich al snel te vormen.  Waar het begon met “alleen wat onderhoud”, groeide de kluslijst enorm. We besluiten de badkamer er uit te slopen en opnieuw te bouwen, we halen de as en schroefasafdichting er uit en gaan deze vernieuwen omdat hij maar blijft lekken, we gaan een watermaker installeren (van zeewater kunnen we straks drinkwater maken), we krijgen een wasmachine, het onderwaterschip moet gerepareerd, we designen een nieuwe ankerroller, we pakken alle roestplekjes aan en zo gaat de lijst nog wel even door. Na twee periodes van totale chaos van de boot in Nederland besluiten we om te kijken of we nu voor een goede prijs een appartement kunnen huren. Binnen de kortste keren hebben we een fantastisch, betaalbaar appartement, een grote auto en staat de boot op de kant. Doordat Suus een aantal vette nieuwe opdrachten krijgt verdelen we de taken. Ik sta elke ochtend om 6 uur op de werf aan de boot te klussen, en Suus klapt haar laptop open en kan met goed internet veel meters maken qua werk.

Ons gestructureerde landleven is weer even terug. Nu ik dit schrijf op zondag (twee weken voordat deze blog online komt helaas) hebben we lekker weekend. Ik heb vanochtend een klein verf rondje gedaan, en daarna hielden we een heerlijk uitje met Jeroen, Tina en kleine baby Teddy. Heerlijk om ze weer te zien! Het voelt even als pauze maar ook weer als een ander leuk deel van onze reis. We zijn weer landrotten en dromen om weer op het water te leven. Het versterkt ons gevoel dat we met onze reis “op de goede weg zijn”, maar tegelijkertijd merken we ook dat we een makkelijke douche en een airco in de slaapkamer wel erg lekker vinden als het meer dan 35 graden is na een dag in de zon schuren. Moeten we dan misschien toch ook maar een airco inbouwen…?

^ De kluslijst groeit nog steeds.

Heerlijk om weer oude zeilvrienden te ontmoeten hier in Curacao.

Bijna alles breken we uit de badkamer. De douche vloer was niet waterdicht, de toilet stond wiebelig, er was nog geen raam, de kast was irritant. Van alles waardoor we nu ervoor hebben gekozen alles er uit te halen en de gehele badkamer opnieuw op te bouwen.

We proberen de weekenden vrij te houden om leuke dingen te blijven doen.

We splitsen de grote watertank in 2-en (van 1000 Liter naar 2 keer 500). Suus smeert hier de watertanks van binnen weer in met cement.

Jeroen, Tina en kleine Teddy (3mnd) zoeken ons op. Onwijs cool om ze weer te zien en kennis te maken met Teddy. We leven onze droom maar missen ook enorm veel…

We hopen dat we snel weer het water in kunnen. Landrotten is weer even leuk, maar we zijn toch echt waterratten! 

Onze tweede potentiele orkaan – Isaias

Na 20 uur varen komen we weer aan in de Grenadines. We koersen af op de Tobago Cays. Dit paradijs bestaat uit 3 eilandjes waar omheen een groot rif ligt. Dit houdt de meeste golfslag tegent terwijl je op de achtergrond de palmbomen ziet wuiven op de 3 kleine onbewoonde eilandjes heb je wel vrij uitzicht op de wijde oceaan. Zonder golfslag maar met heerlijke verkoelende wind. Het wordt bijna niet beter. Helaas zijn de allermooiste plekjes in de Carieb niet onbekend bij andere gelukkigen die hier mogen zijn op een boot. Het ligt hier normaal gesproken vol met gehuurde boten en vooral hele grote catamarans. Maar naarmate we dichterbij komen zien we maar 1 mast. Als we het eerste eilandje voorbij draaien hebben we vrij uitzicht op de ankerplaats en zien we maar 4 boten liggen! Onze bevriende deense boot, de Zoma, een superjacht, genaamd “C”, waar we de kapitein van kennen en 2 catamarans. En als we ons anker net hebben neergelegd vertrekken de twee catamarans. We liggen met 2 andere boten op de Tobago Cays, waar normaal minimaal 50 boten voor anker liggen!!!

‘S middags arriveert ook een Belgische bevriende boot. Het lijkt wel alsof alleen wij het idee hadden om zo snel mogelijk na het overtrekken van de storm richting Tobago Cays te gaan. Normaal is het bijna onmogelijk om te kiten op de Cays maar nu, met zo weinig boten duiken we zo snel mogelijk op de plank. Net voordat we weggaan hebben we op de marifoon nog een “netje” met de 2 andere boten om de naderende potentiële orkaan Isaias te bespreken. Moeten we na het kiten hier namelijk blijven liggen of zoeken we meer beschutting op?

Juist als we alles hebben afgewogen en besloten hebben om te blijven liggen, het oog van de storm zal meer dan 150 km noordelijker, over Martinique heen gaan, pakken de donkere wolken zich samen. Suus en ik binden alles goed vast, halen onze zonnetent weg, leggen wat meer ankerketting uit en dan barst het los. Bakken met water en windstoten tot 40 knopen, windkracht 8, trekken over. We spannen een tentje zodat we water kunnen opvangen en onze watertank kunnen vullen. De hele avond trekken onweersbuien met heel veel regen over ons huis heen. Na een heerlijke “free shower” in de regen op het dek genieten we buiten van het prachtige schouwspel en de emmers vol die we steeds in de tank gooien. Totdat er op 200 meter een enorme inslag is op het eiland. We zien het gebeuren en voelen onze haren omhoog staan. We duiken het schip in en schakelen alle extra uit voor de zekerheid. Bij een inslag in de boot zal dit waarschijnlijk niet zoveel uitmaken, de inslag vindt zijn weg wel en zal waarschijnlijk veel apparatuur kapot maken, maar het voelt beter.

^ Donkere wolken pakken zich samen boven Yndeleau. Snel halen we de zonnetent er af, binden we de zeilen goed vast en maken ons klaar voor de “impact”. 

Een heerlijk gebakken tonijnmoot later duiken we ons bed in. ‘s Nachts springen we er nog een aantal keer uit om de volle emmers regenwater in de tank te gooien, we vullen zo ongeveer 200 liter water. Omgerekend 40 euro als we het hier zouden tanken. De dag erna hebben we de allermooiste kite sessie en genieten we van een strandbarbecue om de verjaardag van een bevriende boot te vieren. Haar feestje is door de stormen 4 keer uitgesteld maar nu lukt het eindelijk. Het orkaanseizoen is onrustig, maar tot nu toe brengt het ook heel veel rust op fantastische plekjes.

> Suus geeft yogales aan de twee bevriende boten. Wat een plekje zo om te sporten. 

^ In een goede bui zijn de emmers zo gevuld. Het druppelt gestaagd door.a

^ We vullen de tanks met het opgevangen regenwater, het scheelt veel. Water hier is heel erg duur.

Op de vlucht voor een orkaan

“Oh nee, hij gaat nu echt recht over ons heen komen!”. Suus opent net weer de telefoon nadat we aan land met een heerlijk gegrild caribische kippetje hebben geluncht om niet meer alleen maar op onze telefoon verschillende weerberichten en Facebook groepen te bekijken over de tropische storm Gonzalo. We zijn gisteren aangekomen op Bequia, 6 uur varen vanaf Mayreau. Beide eilanden liggen in het land “Saint Vincent & de Grenadines” maar de baai in Bequia is beter beschut en is 30 mijl noordelijk. De storm, met mogelijke orkaankracht van categorie 1 of categorie 2, zou zuidelijk over het Caribisch gebied trekken, daarom zijn we naar Bequia gevaren. Maar nu lijkt het geplande pad toch minder zuidelijk te zijn dan eerder voorspeld..

Een bevriende boot heeft zichzelf in de mangrove vastgebonden in Grenada en een andere bevriende boot besluit om naar Carriacou te varen om daar in een haven te gaan liggen. Ze halen beide alles van de boot te halen zodat de boot zo min mogelijk wind vangt. Wij besluiten voor de orkaan weg te varen. “Op de vlucht”, zoals dat ook wel wordt genoemd. We willen geen risico lopen dat het over ons heen komt, ook niet als we alles van het dek hebben afgehaald, goed vastgebonden liggen en de zeilen allemaal van het schip af zijn. We besluiten om 120 mijl, ongeveer 24 uur, verder naar het noorden te varen. Terug richting ons “lockdown thuisland”, Martinique. En ruim buiten alle voorspelde “tracks” van alle modellen. Ieder schip en iedere bemanning maakt zijn eigen keuzes, dit is die van ons.

Het is 1 uur ‘s nachts als Suus weer boven komt. We komen allebei niet in slaap en de wind trekt enorm aan. De golven zijn heel onrustig en de wind draait naar het noorden. Dat is exact de verkeerde richting, omdat we daar naartoe moeten. We beuken tegen wind en golven in en krijgen onweersbui na onweersbui over ons heen. Het zijn de uitlopers en voorlopers van de tropische depressie. Een militair vliegtuig is net over de storm heen gevlogen om metingen te doen en heeft het risico op orkaankracht weer helemaal verlaagd. Het verwachte pad is zuidelijker bijgesteld. We zijn al op veilige afstand van dit pad, maar krijgen nog wel flink wat onrust over ons heen. Als we bij St. Lucia zijn, besluiten we daar een baai op te zoeken en voor anker te gaan. Met een gele vlag in de mast als teken dat we “in quarantaine” zijn, gooien we hier om 04.00u het anker neer.

Uitgeput kijken we elkaar aan. Een heftig tochtje maar we hebben onze eerste storm ontweken. Rustig druppelen de berichten binnen van de mensen die in het zuiden zijn gebleven. Flinke regen en wind, maar gelukkig geen orkaankracht. Het lijkt een generale repetitie. Want er komt een nieuw gebied met onrust aan! We nemen sashimi als nachtelijk eten van onze allereerst gevangen tonijn en duiken het bed in. Zo erg is stormen ontwijken nou ook weer niet.

Opstaan op een plek waar je tijdens het donker bent gekomen is altijd bijzonder. De contouren van een berg en van het land zien er totaal anders uit dan gedacht. De buurboot blijkt gelukkig verder weg te liggen en we bewonderen het nieuwe land vanaf een afstandje. We zijn namelijk in quarantine. We besluiten een dagje te blijven liggen. We kitten het bedieningspaneel van de motor en doen wat andere klusjes terwijl we goed letten op de voorspellingen. Ondertussen wordt Invest 92 tropische storm Isaias. 

> We hebben onze allereerste tonijn gevangen! Om 04.30 genieten we van Sashimi met wasabi mayo en sojasaus. Wat een leven.

Een tropische depressie wordt altijd eerst een “invest” genoemd. Later als hij hogere windsnelheden bereikt wordt het een tropische storm. En als deze eenmaal een duidelijk en goed georganiseerd centrum krijgt, kan het zich ontwikkelen tot een orkaan. De nieuwe storm heeft een veel noordelijkere track. Echter blijkt uit de discussies op alle Facebook groepen dat de voorspellingsmodellen minder goed zijn dit jaar. Dit lijkt te komen door de lagere frequentie van datapunten. De meeste modellen gebruiken data van vliegtuigen. En nu deze vliegtuigen veel minder tot nauwelijks vliegen in verband met COVID-19, is het duidelijker dat ze minder betrouwbaar zijn. Wij besluiten om sowieso weer terug te varen naar de Grenadines. De eilandengroep waar we waren en waar we negatief getest zijn op COVID-19. Dit is ook weer een stuk zuidelijker en verder weg van de voorspelde track van Isaias. 

< Dit zijn de plaatjes waar we continue naar blijven kijken. De bovenste is de vroegste aankomsttijd en de onderste is de “Cone”. Dat wil zeggen wat het voorspelde pad kan zijn. Onder deze visualisering zitten een heleboel modellen die we ook allemaal onderling analyseren. Daarnaast zijn facebook groepen erg handig waarbij professionals hun uitleg en interpretatie geven van alle nieuwe data die steeds maar weer geupdate worden.

^ Satallietbeeld van Gonzalo. Je ziet al een linksom draaiende beweging en de buien beginnen zicht te “organiseren”.  Gelukkig komt hij later droge lucht tegen (het Sahara Zand die ik wel eens eerder besproken heb) en zal hij verdwijnen. 

Een tropische depressie wordt altijd eerst een “invest” genoemd. Later als hij hogere windsnelheden bereikt wordt het een tropische storm. En als deze eenmaal een duidelijk en goed georganiseerd centrum krijgt, kan het zich ontwikkelen tot een orkaan. Droge lucht is de grootste vijand van orkanen in ontwikkeling, en daarmee onze grootste vriend. Droge lucht kan de “organisatie” van de orkaan in wording verpesten en daarmee zorgen dat hij niet tot ontwikkeling komt. 

De nieuwe storm heeft een veel noordelijkere track. Echter blijkt uit de discussies op alle Facebook groepen dat de voorspellingsmodellen minder goed zijn dit jaar. Dit lijkt te komen door de lagere frequentie van datapunten. De meeste modellen gebruiken data van vliegtuigen. En nu deze vliegtuigen veel minder tot nauwelijks vliegen in verband met COVID-19, is het duidelijker dat ze minder betrouwbaar zijn. Wij besluiten om sowieso weer terug te varen naar de Grenadines. De eilandengroep waar we waren en waar we negatief getest zijn op COVID-19. Dit is ook weer een stuk zuidelijker en verder weg van de voorspelde track van Isaias. 

Ondertussen hebben we nu ook Isaias over ons heen gehad en liggen we bijna alleen in het paradijselijke Tobago Cays. Lees daar morgen meer over! 

Eerste zeiltocht na 110 dagen in lockdown!

BOINK. BOINK. Suus en ik kijken elkaar geschrokken aan. De golven bewegen ons heel rustig een flink eind omhoog en daarna weer naar beneden. Waar de dieptemeter op het hoogste punt 4.5 meter aangeeft, raken we als de we in het dal van de golf zijn, heel zachtjes de grond. Gelukkig is het een zandbodem maar we moeten hier snel weg!

Het is alweer 4 weken geleden dat ik voor de laatste keer wat schreef. De operatie is goed gegaan. De ruggenprik deed z’n werk niet helemaal goed, daarom ben ik uiteindelijk onder narcose gebracht. Na 25 minuten opende ik m’n ogen op de uitslaapkamer. Kort daarna kon ik alweer lekker naar de boot. De 3 weken die volgden stonden in het teken van revalideren, hard trainen en weer kracht in de knie krijgen. Het is bijzonder om te merken dat ook mijn andere been erg veel kracht kwijt is geraakt. De lock-down op een kleine ruimte op de boot en daarna het weinige bewegen in verband met mijn meniscus heeft toch veel impact gehad. Verder hebben we in die 3 weken gewerkt en wat kleine klussen gedaan om de boot in goede conditie te houden. Nu is er echt weer wat te vertellen, want we hebben onze reis weer opgepakt nu de lockdown regels wat versoepelen. 

Nadat we de boot hebben afgeladen met voorraad, we de was hebben gedaan en water hebben geladen, verlaten we samen met zeilboot Zoma, een bevriende Deense boot, het gebied waar we meer dan 110 dagen hebben gelegen. We varen eindelijk richting de horizon die ons zo lang heeft geroepen. Met bijna 20 knopen wind varen we scherp aan de wind om de zuidelijke hoek van het eiland heen. De golven zijn weer terug, het water bruist, en af en toe steekt er een dolfijn zijn hoofd boven het water. We zijn op weg naar het oosten van Martinique. Een kust waar de wind altijd waait, waar de oceaangolven stuk slaan op het rif. De condities zijn vrij ruig, en weinig mensen varen hier naartoe. Met goede uitleg en voorbereiding is het heel prima te doen. 

> Samen met Deense vrienden, de Zoma, varen we de horizon tegemoet, 

^ Wat een heerlijk tochtje.

“Wow, did you pick up a line as well?” Via de marifoon roept de Zoma ons op. Ze zien ons het roer omgooien en 90 graden afvallen. Een lange rij boeien met een lijn er tussen ligt op ons pad. De hele tocht moeten we heel goed opletten of we kleine witte visboeitjes zien. Sommige vissers plaatsen een rij van 8 boeitjes over een afstand van 50 a 100 meter met daartussen een lijn. Waarom ze dat doen, mag Joost weten, maar als je erdoorheen vaart blijft die lijn achter je kiel, roer of nog vervelender, je schroef zitten. “Hmm, it seems we cannot get it out”. Wij sturen gelukkig net op tijd om deze boeitjes heen, maar de Zoma heeft een kilometer achter ons wel een lijn opgepikt. Hij zit zo vast om de schroef dat ze het water in moeten om de lijn er uit te krijgen. We varen gezamenlijk verder weg van de kust en Jonas duikt het water in om de lijn er uit te halen. Als het gelukt is besluiten we terug te varen en daar bij te komen van deze ervaring. 

Een dag later vertrekken we naar Vauclin, volgens de verhalen een goed beschutte baai aan de oostkant. In de Carieb komt de wind altijd het oosten. Daardoor heb je op alle eilanden een wind kant en een beschutte kant. De meeste ankerplekken zijn aan de beschutte kant, de west kant. De wind staat namelijk vol op de oostkust en je kunt je voorstellen dat dat erg ruw kan zijn, niet fijn om daar voor anker te liggen. Martinique heeft echter riffen die net een meter onder de oppervlakte liggen, en een natuurlijke barierre zijn die de grote golven verzwakken. Als je goed de weg weet, kun je achter deze riffen vaak heerlijk rustig liggen terwijl je de golven dichtbij met veel lawaai hoort en ziet breken. We willen zo dicht mogelijk tegen het rif aan liggen om zo min mogelijk deining te hebben. Maar als we te dichtbij komen gaat het mis. BOINK! De hele boot trilt. Ondanks dat onze kaarten 4 meter diepte aangeven en we heel zachtjes de zandbodem raken, geeft de 20.000 kilo van Yndeleau toch een behoorlijke dreun. De motor in zijn achteruit en snel weg hier! Na 2 kleine bonken zijn we er weer weg en varen we nu achter de Zoma aan naar een ander deel. Zij steken 40 centimeter minder diep dan wij, dus we houden exact hun afgelegde weg aan en hebben continue contact met hen om te horen wat hun dieptemeter voor diepte aangeeft. Kort daarna liggen we veilig voor anker, maar wel met 2 meter hoge golven… dat hadden we niet helemaal verwacht! 

^ We liggen nu heerlijk rustig op een prachtig plekje. Enige nadeel is de geur… Sargossa wier is een groot probleem in de gehele oostelijke Carieb.

Een onrustig nachtje laat ons vroeg opstaan om naar Francois te varen. Hier ligt achter 3 riffen en een paar kleine eilandjes, een soort binnenmeer. Zonder problemen varen we hier na een heerlijke tocht binnen en ankeren op een idyllisch plekje. Helaas zonder helder water en met een vreemde rotte eieren geur in de lucht…

Sargossa wier is een groot probleem in de hele Carieb. Het zeewier drijft normaal alleen in het midden van de oceaan, we kwamen dit al veel tegen tijdens onze oversteek, maar door de opwarming van het water en de pesticide die in veel veeteeld wordt gebruikt, groeit het uit tot een grote plaag. Het is zo erg dat de oostkust van veel eilanden volligt met zeewier en de prachtige stranden worden overspoelt met dit spul. Lelijk, maar het grootste nadeel is dat dit gaat rotten. Rotte eieren zijn er niks bij. Je kunt er zelfs ziek van worden… Gelukkig verschilt de stank per dag door het verschil in windrichting, en is onze eerste dag hier de enige waarbij het echt op de boot ook een probleem is. 

De eerste dag worden we meteen uitgenodigd door 2 vissers om bij hun thuis wat te komen drinken. We leren de echte lokale ‘Ti Punch te maken en hebben prachtige gesprekken over het leven in Martinique. De westkant van Martinique is overvol met boten en zeilers, maar hier, maar een klein stukje verderop, vinden we rust en een ongekende vriendelijkheid.

Om ons heen horen we steeds meer geluiden dat landen om Martinique heen open gaan. De hele wereld lijkt weer een stuk vriendelijker. Onze reis lijkt nu echt weer opgepakt te kunnen worden!

Maandag onder het mes!

“Knak.” Terwijl we een verjaardag vieren en ik een klein sprongetje maak, hoor ik iets knappen in mijn knie. “Dit moet iedereen wel bijna gehoord hebben” denk ik bij mezelf, maar als ik opkijk zie ik iedereen nog doorgaan met waar ze mee bezig waren. Heel rustig ga ik zitten, alsof het er allemaal bij hoort. Ik wil me niet laten kennen maar inmiddels staan de tranen me nader dan het feestvieren, een enorme domper op deze prachtige avond.

> Om afstand te houden doen we een verjaardagsborrel vanuit de bijboot. Een paar borreltjes later stonden we te dansen in de bootjes, wat mijn knie een slecht idee bleek te vinden.

Twee keer eerder ben ik aan mijn meniscus geopereerd, aan de andere knie. Ik herken meteen de pijn, maar het zal toch niet…? Tien dagen later zijn de klachten onverminderd, die door een zwelling wel weg zouden moeten zijn. Twee bevriende zeilende doktoren kijken ernaar en komen snel tot verdenking van de meniscus. We besluiten direct actie te ondernemen. Maar hoe doe je dat, tijdens corona tijd? We bellen op advies het noodnummer en met ons gebrekkige Frans worden we doorverwezen naar het dichtstbijzijnde kleine ziekenhuis. Daar worden we in de hal geholpen door een dokter die ook bij ons in de baai voor anker blijkt te liggen. Hij stuurt ons direct door naar het Universitair Medisch Centrum in Fort de France, bijna een uur met de taxi.

< Foto links; Legertent bij de ingang voor Corona controle. Rechts: Geholpen in 1 grote ruimte. 

Na enkele uren lig ik in een zaal waar ook mensen gehecht worden, iemand wordt binnen gereden die gereanimeerd wordt. De Eerste Hulp is door Covid-19  helemaal anders ingericht en het is heftig te zien hoe mensen hier met echt heftige problemen liggen. Zo’n knie valt echt wel mee. En al met al lijkt de zorg hier hartstikke goed.

Een aantal dagen met vele vruchteloze belsessies met een Franse bevriende boot en veel administratieve rompslomp verder gaat het dan eindelijk opeens heel snel. We besluiten een privé kliniek te bellen en binnen no time hebben we een afspraak voor de MRI en mag ik zelfs direct de orthopeed zien. Komende maandag word ik al geopereerd. Omdat het orkaanseizoen hier begonnen is, is het erg fijn dat ik zo snel mogelijk nu weer op de been ben.

In de tussentijd is Martinique weer wat meer open gegaan. We mogen nu van de boot af zonder een formulier en winkels gaan steeds meer open. We kunnen ook een auto huren om naar het ziekenhuis te gaan en ook een beetje het eiland te verkennen. Samen met twee Nederlandse boten maken we een prachtige tour over het eiland en voelt het weer als reizen. De verlaten dorpjes blijven ons toch herinneren aan de wereldwijde chaos. Het voelt vreemd, maar ook weer heel fijn.

Er vertrekken steeds meer boten. Een gedeelte daarvan is nu onderweg naar Europa, naar huis. Een ander deel is hard bezig om vaste plekken te vinden en te bereiken om tijdens het gehele orkaanseizoen te liggen. Vele landen blijven nog dicht of hebben een quarantaine periode in een hotel, weg van je boot, op eigen kosten. Wij wachten het nog af. Eerst de knie, dan de volgende stap.

> Jur komt nog in de hangmat. We hebben het helemaal niet slecht.

Afwachten in een stilstaande wereld

Er is eigenlijk niks veranderd. De regels zijn hetzelfde, Martinique volgt nog steeds de aanpak van grote zus Frankrijk. Terwijl ik de laptop op schoot schuif, twijfel ik of ik wel echt wat te schrijven heb. De wind giert door de ankerbaai en om het half uur komt er een hele korte bui over ons heen. Deze onrust is precies wat ik afgelopen dagen voelde. Suus en ik zaten er samen niet zo lekker in, we waren snel geïrriteerd. Al 2 weken waait het fantastisch en elke minuut word ik er aan herinnerd dat we niet mogen kitesurfen en opgesloten zitten op onze boot. Ik wilde het gevoel niet toelaten dat het ook wel echt balen was. We hebben toch niks te klagen, we liggen in Martinique, blauw water, prachtig weer, het kan echt veel erger. Tegelijk is het gewoon echt balen, we hadden dit heel anders voor ons gezien. Toen ik dit toeliet merkte ik dat het mij rust gaf. We klagen niet, maar ja, het is ook gewoon wel balen zo.

Samen met Olivier van de Galena hebben we een wrak gevonden waar wat vis te zien is. Met het slechte zicht lukt het ons beide toch om een vis te vangen met onze harpoenen. Het is ongelooflijk wat een mooi schip het lijkt te zijn. Als je door de luiken naar binnen probeert te kijken ziet het er helemaal zwart uit van binnen. Het lijkt wel alsof er brand is geweest in het schip. We zien nog verschillende grote lieren op het wrak zitten. Als we de tweede dag weer duiken en beide niks schieten, besluiten we de grootste lier op te duiken. Vol met aangroei en modder belandt hij op ons achterdek. Na een middag poetsen, krabben en weer invetten hebben we hem gewoon weer aan de praat. Hij ratelt als nieuw en we worden er helemaal enthousiast van. De volgende dag duiken we nog 4 lieren op.

< Na de lier opgedoken te hebben liften we hem hem op. Zo kunnen we hem zo goed mogelijk schoonmaken voordat we hem op het dek tillen. Gelukkig lukt het om genoeg afstand te behouden tijdens het schoonmaken. 

“Er ligt een generator in het bootje” zeg ik blij tegen Suus als ik haar weer opzoek in het washok. We zijn aan wal, de was en een kleine boodschap aan het doen. Als ik het afval weggooi en Suus de eerste lading was er in gooit, komt er net een pick-up truck aanrijden van een jacht reparateur. Ze zetten een draagbare generator neer. Hij werkt niet, zeggen ze, maar als ik vraag of ze hem goed gecheckt hebben beantwoorden ze met “nee”. Ik liep terug naar de wasmachines, maar ik draai me toch weer om. 33 kilo rol ik ons bijbootje in voordat ik weer terug loop naar Suus. Als de was klaar is en we 1 droger aanzetten omdat het zo hard waait (te hard, we zijn al een paar handdoeken en een onderlaken verloren in het water), besluiten we naar de supermarkt te lopen en een ijsje te halen. Terwijl we wachten op de droger zetten we onszelf op een verlaten terras. “Het voelt creepy”. “Ja, maar tegelijk eigenlijk ook wel lekker toch?”.

Thuis aangekomen heb ik binnen no-time de motor van generator aan de praat, maar helaas geeft hij nog geen stroom. Er lijkt een ringtransformator kapot, een uitzoekklus om daar de nieuwe van te vinden de komende tijd. De tweede dag komt Olivier van de Galena me gezelschap houden en we renoveren de 2e grote lier die we eerder op hadden gedoken. Eens kijken of we wat kunnen verdienen met dit setje.

> Bij het afval vind ik een draagbare generator. Na een korte tijd heb ik de motor aan de praat. Helaas geeft hij nog nauwelijks stroom af. Maar als hij het doet willen we misschien toch zelf een goedkope watermaker gaan maken… We vinden ook altijd weer nieuwe klussen :).

^ Suus maakt met de geleende machine een hele dag alle naaiklussen af. Allemaal kleine klusjes die geen prio hadden houden ons elke dag weer bezig. 

Tegelijk ronden we veel klussen op de kluslijst af. Ik installeer spotlights onder de zonnepanelen waardoor we verlichting hebben op het zwemplateau. De achterkant van de boot is ook de plek waar we aankomen met de bijboot. Het is echt luxe nu om in het donker aan te komen varen met licht. Een nieuwe felle schijnwerper achterop kan de boot helemaal verlichten als we midden in de nacht iets moeten doen. Ik installeer ook gelijk een aansluiting om een eventueel nieuw ankerlicht te installeren. Als we voor anker liggen hebben we op dit moment bovenin de mast een wit rondschijnend licht om zichtbaar te zijn. We merken echter dat als we rondvaren in de bijboot, je niet altijd omhoog kijkt. Daardoor kan je wel eens over het hoofd gezien worden. We willen daarom graag in de toekomst een rondschijnend wit licht laag ophangen. Nu hebben we alles alvast klaar en aangesloten op de panelen binnen, zodat we hem alleen hoeven op te hangen. We hebben ook een draft gemaakt voor een nieuw zonnedek, Suus heeft alle kussens gerepareerd en alle naai klusjes afgerond met een geleende naaimachine van zeilboot Karma. Ook heeft ze de hele voorpunt opnieuw ingericht waardoor de boot echt helemaal netjes ingericht is. Ongelooflijk soms om te bedenken hoe de boot er 2 jaar geleden uit zag. 

Tegelijk heeft Suus nog een nieuw project verkocht, en ben ik in gesprek over een project bij een grote website waarop ze zeilboten in de Carieb verhuren. Ons plan om wat langer het orkaanseizoen door te brengen op Curaçao was voornamelijk ingegeven doordat ik graag nog een klus doe bij een bedrijf op kantoor zelf. Op afstand werken vind ik minder leuk. Echter lijkt dat in Curaçao lastig te worden ivm de economische situatie daar en de verwachting daarvan de komende tijd. Helaas, maar dat geeft wel weer extra vrijheid. We kunnen naast de ABC eilanden bijvoorbeeld ook naar Tobago, Trinidad, Colombia, Panama, Suriname of Frans Guyana voor het orkaanseizoen. Als we internet regelen, kunnen we op afstand blijven werken. Het is afwachten of er nog andere opties ontstaan de komende tijd. Mogen we binnenkort hier weer vrij bewegen, en kiten? Gaan er geleidelijk grenzen open zodat we ook tussen de eilanden mogen bewegen? Of moeten we dan altijd 14 dagen in quarantaine? En is ons originele plan om in fggvgtvebruari 2021 door het Panamakanaal te gaan wel haalbaar? Er is zoveel onduidelijk voor iedereen in deze tijd. Net zoals iedereen gaan we het zien…

Rondje om de boot

Ik duik het water in. Het is tijd voor beweging en op de boot vinden we niet genoeg ruimte om oms eens echt even goed in het zweet te werken. 20 rondjes om de boot zwemmen is ons idee vandaag. Suus zwemt net voor me, terwijl ik weer de ankerketting passeer. Het waait hard, dus tegen de wind in is het proesten geblazen. Ik ben toch echt niet gemaakt voor zwemmen, realiseer ik me terwijl ik met rode ogen en zoute longen de boot weer opkrabbel.

Na meer dan twee weken in lock-down te zitten, begint de irritatie wel op te spelen. Het niet van de boot af mogen is zo anders dan normaal! We kunnen minder op avontuur, dat missen we. Martinique is steeds strenger geworden en je hoort meer over boetes. Tot nu toe is elke gendarmerie en douane die we zien hartstikke aardig, maar we houden ons zo goed mogelijk aan de regels. We willen ons als gasten in dit land van onze beste kant laten zien. En als gast in dit land hebben we het niet slecht. De Franse kaasjes en het stokbrood is nog steeds erg goed verkrijgbaar en we genieten van lekkere borrels. Maar soms ben je gewoon uitgepraat en geborreld, en wil je even tijd voor jezelf. Ik heb wel eens een half uur gesnorkeld naast de boot terwijl het zicht ongeveer 40 cm is, net genoeg om mijn handen te zien bewegen, gewoon om even van elkaar weg te zijn. Suus heeft de voorhut helemaal opgeruimd en gepimpt zodat ze zich soms even van mij kan afzonderen. We worden creatief om toch soms even alleen te kunnen zijn. En dat helpt. Bovendien leren we veel van- en over elkaar!

Als ik terug kom lopen van de douches, zie ik Suus enorm bedroefd staan. We hebben hardgelopen samen en daarna heerlijk gedouched in de haven. Wat een fijne luxe, even een echte douche. Als ik dichterbij kom hoor ik een zacht “mijn telefoon ligt in het water”. Terwijl ze een ander bootje weg duwde om wat ruimte te maken voor ons vertrek, viel de telefoon van Suus uit haar zak. De zon is net onder en we kijken elkaar aan. Het water ziet er vies en niet helder uit, maar toch besluiten we terug te scheuren naar de boot om flippers, lamp en bril te halen. Het zicht blijkt 30 centimeter en op 3 meter diepte bestaat de bodem uit hele zachte modder. In het pikkedonker naar beneden duiken voelt erg onnatuurlijk, omdat er schuin boven me ook een steiger ligt. Ik ben bang dat ik dan net daar naar boven kom. Deze angst komt mijn tijd onder water ook niet ten goede dus in alle haast en spanning zie ik helemaal niks in het begin. Naarmate ik vaker duik, komt de rust terug en begin ik de bodem te bevoelen. Steeds meer zand stuift daardoor op, waardoor het zicht nog minder wordt. Als ik na 40 minuten duiken boven kom, geef ik het op. We varen terug en gaan even langs Pitou om de geleende zaklamp terug te brengen. Machiel geeft aan dat hij wel een duikfles heeft met een slang van 15 meter te leen heeft. Wat onwijs aardig! Ik kijk Suus aan. “Laten we dat morgen ochtend maar proberen, als we in ieder geval je simkaart hebben is dat al super”. Suus knikt, “ik zat al te denken, inloggen op digiD en dat soort dingen kan niet zonder, en hoe krijg ik inderdaad een NL simkaart hier naartoe”.

De volgende ochtend gaan we met fles en duik spullen terug naar de plek des onheils. Het zicht blijkt ook overdag minimaa en op de tast kam ik de bodem af. “Lief, als ik hem vind en hij doet het nog, denk ik dat het wel een goedkeuring is om duikspullen te kopen toch?” vraag ik gekscherend aan Suus vlak voordat ik onderduik. Na 15 minuten onder water vind ik hem. We hebben in ieder geval de simkaart!

Stiekem vaar ik de volgende dag een klein stukje naar een groot vrachtschip dat in onze baai ligt. Het is een vrachtschip dat jachten kan verschepen. Dat klinkt als een soort typefout, maar het is een enorm vrachtschip dat zichzelf kan laten zakken in het water. Door water in de balasttanks te laten lopen, zakt het dek onder water en kunnen er kleinere boten in/op varen. ‘Kleinere boten’ is relatief, want er liggen enorme boten in. De mooiste, tevens de reden waarom ik er naartoe vaar, is de SVEA. Een J-klasse zeilschip. Naar mijn idee het mooiste type zeilschip dat er bestaat. Ze zou in Antique aan zeilraces meedoen, maar wordt nu naar huis verscheept omdat er geen races gevaren meer gaan worden dit jaar.

Vanochtend hebben we te horen gekregen dat op dit moment Curaçao ons niet gaat toelaten. Het orkaanseizoen is er nog niet en ze vinden het te vroeg om nu boten te gaan toelaten. Een terechte afweging naar mijn idee en we wachten af. We hebben echt het gevoel dat we nu ook goed liggen. De burgemeesters schijnen een akkoord te hebben om af te mogen wijken van Franse regels. Terwijl de Amerikanen het gevoel hebben dat dat wel eens kan betekenen dat ze het land uitgezet gaan worden, heb ik het vertrouwen dat dat betekent dat Martinique soepeler met de regels om kan gaan als het virus hier beter onder controle lijkt dan in Frankrijk. Tegelijkertijd is er wel een curfew ingesteld, een avondklok. We gaan het zien, de lockdown zal sowieso tot 16 april duren, we wachten het gewoon af.

We hebben een groentetuintje!

De dagen beginnen in elkaar te versmelten. De sociale contacten bestaan grotendeels uit een bezoekje waarbij we in de bijboot blijven zitten. En verder gaan de dagen verdomd snel. Onwaarschijnlijk hoe een klusje, even werken, snel boodschapje doen en koken je van 8 uur ‘s ochtends in een keer naar 8 uur ‘s avonds kan brengen. Als ik tijdens zonsondergang richting de haven SUP om de Kobbe even een kort bezoekje te brengen hoor je bijna niks in de baai. Het is een prachtig gezicht als de wind ook helemaal ingezakt is als ik terug vaar. De rust lijkt alleen doorbroken te worden door de regelmatige paddle die ik in het water steek. Heel af en toe “Bonsoir” ik een boot waar mensen buiten zitten maar de lock-down rust is duidelijk.

^ Met de bijboot mogen we nog wel bewegen. Even buurten bij een andere boot betekent toch vaak in de bijboot blijven zitten.

Helaas krijgen we via verschillende kanalen ook andere verhalen te horen. In Curaçao mag een Noorse boot niet inklaren en wordt zelfs gedreigd om weggesleept te worden. In Jamaica is een schip die geweigerd is, zelfs los gesneden van zijn mooring (de boei waar hij aan lag). Er gaan ook verhalen rond dat er op een ander eiland bijbootjes lek worden gestoken door lokale mensen omdat ze bang zijn dat zeilers het virus brengt. Het zijn spannende en beangstigende verhalen maar het lijken nog incidenten die niet algemeen zijn. We horen ook veel verhalen van rust en gemeenschapszin maar tegelijkertijd moeten we ons ook realiseren dat we als “cruiser” niet ons hele schip gaan volladen voor 3 maanden op eilanden waar maar 1 supermarktje is voor de gehele bevolking. Het sterkt ons wel in de keuze die wij gemaakt hebben om zo snel mogelijk naar Martinique te gaan. 

“Yeeeees, de eerste twee plantjes zijn er!” Suus komt stralend van trots binnen met een bakje aarde. “Wat cool” zeg ik terwijl ik nog een beetje vertwijfeld in de bak kijk. “Jaa ik zie ze, maar heb je een vergrootglas?”. Twee mini blaadjes steken hun kopje boven het zand uit. Het groentetuintje van Suus begint vorm aan te nemen. Overal staan bakjes met aarde, sommige gevuld met stekjes van de planten die we hadden aan boord, de citroenmelisse die we nog op Union Island geplukt hadden of zaadjes van koriander, basilicum, tijm, rozemarijn of rucola. We hebben inmiddels ook 230 volt op de contactdozen staan aan boord. De omvormer die ik ingebouwd heb in Tenerife had nog geen verbinding met de contactdozen. De tandenborstels en het epileerapparaat werden altijd in of naast het motorhok gebruikt. Aangezien we hier zoveel mogelijk gas willen besparen, en daarom de waterkoker echt zijn gaan gebruiken, kwam de noodzaak door alle verlengsnoeren waar we over struikelde hoger te liggen. Flink wat meters draden doortrekken verder hebben we nu op een contactdoos onder de bank, in de bun, in het motorhok en in de nieuwe prachtige ingebouwde contactdozen in de keuken gewoon 230 volt! Het voelt als een enorme luxe.

Even technisch:

Het omschakelkastje zorgt er nu voor dat de contactdozen door de omvormer of de walstroom gevoed kunnen worden. De walstroom zit bij ons op de prioriteit ingang waardoor dit kastje zorgt dat het boordnet gevoed wordt door de walstroom als die er is. En voorkomt daarmee dat je omvormer getoast wordt als je vergeet deze uit te zetten als je walstroom in plugt. (zie https://www.4campers.nl/installatie-materiaal/229-omschakelautomaat-tussen-omvormer-en-de-paal.html )

“We are going to do a breathing exercise. It is called breathing in squares”. Suus praat in de marifoon terwijl ik op bed lig te luisteren. Wat ben ik trots op haar. De dag daarvoor plaatste ze het idee op de Facebook groep van Martinique Cruisers. In deze tijd van verwarring en onduidelijkheid blijken veel mensen enthousiast over een ontspanning en ademhaling oefening. En nu heeft ze een uitzending. Helaas is het technisch nog niet helemaal goed gegaan waardoor veel mensen maar een gedeelte van de uitzending te horen hebben gekregen. Gelukkig heeft ze het ook opgenomen en is het via deze link terug te luisteren. Wie had ooit gedacht dat we ons eigen  PODCAST kanaal zouden beginnen:

https://anchor.fm/yndeleau/episodes/ep-ebro00/23-03-2020-VHF-relax-a1onubu

< Alle tijd om brood te bakken en te experimenteren met ingrediënten. Hier een versie met ui, kaas en chorizo. 

Update over de motor: 

Ik zou het bijna vergeten. De motor doet het weer helemaal naar behoren. Bij vertrek voor onze grote oversteek maar ook bij aankomst gaf deze enorme problemen. Hij werd veels te warm. Het bleek al snel een probleem in het koelsysteem en dan specifiek in de circulatie van de koelvloeistof. Het was weer een hele leerschool maar ik zal proberen uit te leggen wat ik geleerd heb over de werking en daarmee ook het probleem lijkt te hebben gelocaliseerd: Onze dieselmotor is watergekoelt. Dat betekent dat het buitenwater, het zeewater, wordt opgepompt en door een warmtewisselaar heen gaat. Deze warmtewisselaar koelt de koelvloeistof die dan weer door de motor wordt gepompt en koelt daarmee het blok. Als dit echter altijd op deze manier zou gaan zoals hierboven beschreven dan is je motor in zeewater van 28 graden een andere temperatuur dan in zeewater van 5 graden. En zal hij ook moeilijk op 1 temperatuur komen en blijven. Bouwers van motors geven altijd een ideale werktemperatuur af en daar moet je proberen de motor op te krijgen en te houden. Daarom is er een thermostaat ingebouwd. Wie ons heeft gevolgd weet waarschijnlijk al dat de motor is ingebouwd zonder een thermostaat. Helaas wist ik er op dat moment nog niks vanaf maar nadat ik daarachter kwam heb ik deze in Tenerife ingebouwd. Deze heeft 1 simpele beweging. Open als het te warm is, en sluiten als het te koud is. De koelvloeistof wordt dan niet altijd gekoeld door het buitenwater maar alleen als de motor te warm dreigt te worden, gaat de thermostaat open, en zal de koelvloeistof weer gekoeld worden door het buitenwater. Zo blijft onze motor altijd rond de 82 graden. Behalve als er iets mis gaat…

De monteur die de motor heeft ingebouwd heeft ook een bypass gebouwd om de motor aan te sluiten op de boiler. Hiermee zou je er voor kunnen zorgen dat je het warme koelvloeistof ook door de boiler kan laten stromen. Hiermee koel je je koelvloeistof alweer een beetje en verwarm je de boiler. Hij is alleen zo aangesloten dat ik hem niet op mijn boiler kan aansluiten en nu het grote probleem: Deze bypass ontlucht heel slecht. De circulatie bleek na 24 uur niet varen niet te werken een luchtbel leek het probleem. Als ik hem weer ontluchten deed hij het weer goed. Een tijdje hebben we zo gevaren, elke keer ontluchten en dan deed hij het weer. Na alles uitgesloten te hebben lijken het nu een verbinding te zijn van deze bypass die ik nu luchtdicht heb gemaakt met rubber tape. We hebben nu geen problemen meer en als dit definitief de oplossing blijkt gaan we een betere blijvende oplossing maken. Voor nu lijkt het zo goed te gaan!

Het “Corona netje” geeft veel informatie

Dag 3:

De derde dag in “quarantaine”. We besluiten te kijken of we nog naar de Carrefour kunnen. Met een formulier in de hand stappen we op de kant. Het is rustig maar met een ander stel die met de bijboot aankomt voelt het nog niet uitgestorven. Het is heerlijk om even de benen te strekken. De jerrycan voor de benzine laten we nog even staan in de bijboot en gaan eerst op verkenning. Na 100 meter komen we al een politieblokkade tegen die alle auto’s stopt. Het leeft dus toch echt wel! 

^ Politie houdt auto’s tegen en controleert op het ingevulde formulier. Het gebeurd nog in ontspannende sfeer en we worden vriendelijk toegezwaaid als we langslopen.

In de rij bij de carrefour staat iedereen ver uit elkaar. Als ik snel naar de Digicell winkel (een Caribische telefoonprovider) loop waar het rolluik half open staat antwoorden ze direct dat ze niet open zijn. Tegelijk zie ik dat ze alle schappen aan het leeghalen zijn en in dozen stoppen. Zouden ze dat uit voorzorg doen?  In de rij bellen Suus en ik beide met de Oma’s. Wat een raar gevoel dat je zo ver weg bent van de belangrijke mensen in je leven. Het is dan net de dag dat Rutte 2 uur later bekend maakt dat alle ouderen huizen op slot gaan. Mijn oma vertelt voordat wij de speech horen al dat haar huis dat op dat moment al gedaan heeft. Het voelt volledig logisch voor ons. Waarom vertelt minister de Jonghe dan dat hij het “een enorm heftige en ingrijpende maatregel” vindt? Het is grappig om te merken dat je vanuit een totale lockdown ook anders kijkt naar maatregelen in Nederland. Had ik anders gereageerd als ik zelf in Nederland had gezeten?

Als we terug zijn op de boot duik ik het zwemplateau op om daar kurk op te leggen. Het roestvrijstaal wordt enorm warm in de zon.

Dag 4:
Om half 9 ‘s ochtends is er op de marifoon een “cruisers netje”. Annie, de admin, vertelt en vraagt informatie. Hier horen we dat er vanaf nu echt alleen per persoon in een bootje naar het land mag. De boete is verhoogd van 135 euro naar 365 euro. Een Amerikaan spreekt uit dat hij zich zorgen maakt over een boot die net aangekomen is uit Kaapverdie. Hij geeft aan duidelijk een signaal af te willen geven dat ze niet aan wal mogen. “When they came from Cape Verde they already had their 2 weeks of quarantaine”. Deze bange reactie wordt al snel gerelativeerd met een terechte opmerking dat deze boot al duidelijk quarantaine heeft gehad, omdat ze lang onderweg zijn geweest. Al snel wordt er ook opgeroepen om deze boot juist te helpen. Zelf al zouden ze in quarantaine moeten, we moeten er voor elkaar zijn spreekt er overduidelijk uit dit netje. Fijn om te merken dat deze stemming overheerst boven angst en paniek.

We mogen officieel niet meer bewegen met de boot. Alleen in onze bijboot mogen we met een formulier de broodnodige dingen doen. De boetes zijn dus verhoogd en we mogen het land niet meer uit. Wel gaan er nog vluchten het land uit. De opvarende van het schip van Pieter en Maria kunnen nog gewoon naar Nederland vliegen, ook kiezen zij zelf om snel naar Nederland terug te vliegen.

Ik duik de kluslijst in en maak het zwemplateau af. Ook duik ik in de tekeningen om de omvormer van 24 volt naar 230volt nu op het “boordnet” aan te sluiten. Zodat we niet met onze waterkoken in het motorhok hoeven te staan. Suus gaat met formulier naar de kant om potgrond te halen. We hebben allemaal zaadjes en stekjes die ze graag wilt planten. Als we hier een tijd moeten zitten waarom niet gewoon een eigen groentetuintje beginnen?

Voor tijdschrift Zeilen heb ik een klein artikeltje geschreven over de “quarantaine in het paradijs”. Leuk om te lezen? https://www.zeilen.nl/nieuws/actueel/quarantaine-in-het-paradijs/

<  Het roestvrijstaal op het zwemplateau wordt in de zon erg warm. Ondanks dat een eitje bakken straks misschien interessant is als we problemen krijgen met onze gasvoorraad kiezen we ervoor het te bedekken met kurk. Dit zijn de leuke klussen die de boot weer een stukje mooier maken!

Lock-down update: Eerste 2 dagen

We zitten in Lock-down. Het voelt heel raar. We mogen niet van de boot af. Maar we zitten wel in een pardijselijke omgeving. Elke dag 30 graden, zwemwater naast de boot, helemaal niks mis mee. Maar toch is onze gedachten veel bij thuis, bij vrienden en familie en bij de wereld in het algemeen. Om het thuiswerken bij jullie maar ook ons een “verzetje” te geven zullen we proberen met een hogere regelmaat jullie te updaten. Hierbij onze eerste update over de eerste 2 dagen in Lock-down:

DAG 1:
Als ik wakker word zie ik een enorme hoeveelheid boten om ons heen, er komt bijna geen eind aan de masten die we zien. Gister zijn we aangekomen en we liggen voor anker in Le Marin. Het voelt hier echt als zeilhoofdstad van de zuid-oostelijke carieb. Martinique is door het franse eigendom onderdeel van de EU. De vluchten vanuit Frankrijk zijn goedkoop en veel huurbootbedrijven en charters die de hele carieb vanaf hier afvaren, zijn hier gevestigd. Ook zijn er Carrefour’s en andere Franse en Europese winkels te vinden. Genieten van goedkoop boodschappen, heerlijke franse kaasjes, betaalbaar klusonderdelen en gezellige terrasjes. Nu alleen even niet. We zitten in de Lock-down.

< Als ik ga inklaren mogen we maar met 2 mensen tegelijk binnen zijn en worden we ondergedompeld in antibacteriele creme.

Het is kwart over 7 ‘s ochtends als we in onze bijboot springen. Suus en ik splitsen ons op. We horen dat om 12 uur de lock-down in gaat en moeten daarvoor nog een keer boodschappen doen en inklaren. Omdat we van land naar land varen, en vaak grenzen passeren die niet fysiek en gecontroleerd zijn, moeten we ons in elk land in- en uitklaren. Inklaren bestaat uit een bezoekje aan 3 instanties die meestal, gelukkig, bij elkaar gevestigd zijn. Customs, Health en Immigration. Uitklaren is jezelf weer melden, en vertellen dat je het land gaat verlaten. Een stempel in je paspoort, meestal een betaling, vele formulieren en zuur kijkende officials later en je bent op dat moment eigenlijk “vogelvrij”. Pas als je je weer inklaart in een ander land ben je officieel weer in een land. Alhoewel Martinique een EU land is, geldt de Schengen-regelgeving hier niet. We moeten dus wel inklaren. Spannend want de geruchten gaan dat het land gesloten is en je niet meer inklaren en uitklaren. Samen met 20 andere mensen sta ik in de rij te wachten tot het kantoor opent. Ik heb Suus net afgezet in de rij van de supermarkt. Gister hebben we al redelijk wat boodschappen kunnen doen maar we hopen nu alle andere dingen op ons lijstje te kunnen kopen. Na de Canarische eilanden hebben we weinig boodschappen gedaan dus onze voorraad begint goed te slinken. De andere eilanden zijn erg duur en in de kleine winkeltjes is ook weinig te krijgen.

Als ik 2 Amerikansen aanspreek in de rij vertellen ze dat zij gaan uitklaren. Ze willen zo snel mogelijk terug naar Amerika. Aangezien bijna alle landen in de Carieb in lock-down zijn of plannen hebben om spoedig te gaan vraag ik me af hoe ze dat willen doen. “Probably in one trip”. Als ik aan de beurt ben om door een medewerker met mondkapje en handschoenen binnen gelaten te worden discussieren de Amerikanen door welke route ze gaan nemen en hoe ze de golfstroom het slimst moeten nemen. We mogen maar met 2 mensen tegelijk naar binnen en worden bijna onder gedompeld in anti-bacteriele handcreme. Gelukkig blijkt al snel dat we nog mogen inklaren en 5 minuten later sta ik al buiten. Toch fijn dat het een EU land is, dit gaat veel sneller dan normaal! 

> Wow, hier gebeurd het inklaren gewoon achter een computer. Geen ellenlange formulieren of 3 kantoortjes. In 5 minuten en 5 euro verder sta ik buiten. We zijn ingeklaard en officieel in Martinique! 

^ Ook bij de supermarkt is het een drukte. Suus staat er al erg vroeg en kan daardoor in de eerste groep van 20 mensen naar binnen. Iedereen krijgt 10 minuten waarna je bij de kassa moet afrekenen en door de achteruitgang naar buiten zodat de volgende groep naar binnen mag.

“Lief, ik ben al klaar. Kom snel, voordat ze mijn karretje leeg halen ;)” lees ik in een whatsapp van Suus als ik naar buiten loop. Als ik met de bijboot naar het Dinghy Dock vaar, de aanlegsteiger voor bijbootjes, zie ik Suus staan met een grote kar met boodschappen. “Wow, ik had voor de grap dat appje gestuurd maar toen kwamen er net mensen aan die grappen maakten dat ze mijn kar wel gewoon konden meenemen. Het voelt toch een beetje raar.” verteldt ze als ik aan wal stap. “We kregen 10 minuten de tijd. Ik stond in de eerste groep van 20 mensen die naar binnen mocht. Maar volgens mij heb ik wel bijna alles op het lijstje.” Een fijn gevoel dat we de boot weer vol geladen hebben. Op een of andere manier voelt het ook egoistisch. We kopen toch best veel. Het voelt als het hamsteren waar in NL veel over wordt gesproken. Deze proviandering (= voorraad aanleggen op een boot) stond al altijd gepland voor ons. We doen het nu eerder omdat we bang waren anders in St. Vincent en de Grenadines vast te komen zitten. Maar hadden we het niet moeten doen? We vinden het lastig. Voordat de kerkklokken hier 12 uur slaan doe ik ook nog snel een was en kopen we onze eerste verse franse bacquette. Helaas zijn de Pain au chocolat uitverkocht… 

Daarna is het tijd om de kluslijst af te stoffen. Ik ontroest de raampjes waar we een hele kleine lekkage lijken te hebben en opnieuw gekit moeten worden. Suus is de rest van de dag bezig met het ordennen van onze voorraad en het inpakken van de boodschappen. Ik sta op het punt om de raampjes te gaan kitten als Olivier en Isabel van de Nederlandse boot Galena en Marco van de Karma met biertjes langskomen. ‘S avonds eten we een heerlijke hamburger, genieten, we hebben al een hele tijd geen vlees gegeten.

DAG 2: 
Een dagje werken. Er wordt een Nederlandse facebook groep gestart “Nederlanders in de Carieb” waar veel informatie wordt gedeelt. Ook spreken we via whatsapp steeds eer mensen. Het verhaal van zeilboot Doejong maakt duidelijk wat voor impact het op het leven als vertrekker heeft en op de droom waar vele zo ongelooflijk hard voor gewerkt hebben. Rosan, Arnout met zoon Berend zijn net in de Carieb aangekomen, al genietend van het prachtige Grenada worden de maatregelen steeds strenger. Waar het hun eerste Caribische eiland is na aankomst in Suriname, lijkt het nu misschien wel hun laatste eiland te zijn. Ze hebben voor 8 weken eten ingekocht zodat ze altijd genoeg eten op de boot hebben om in 1 keer terug naar Nederland te kunnen varen. De quarantaine in het paradijs treft veel vertrekkers die een jarenlange voorbereiding hebben gehad om hun droom te verwezenlijken. De reis komt opeens abrupt tot stilstand. Tegelijkertijd moeten we proberen te genieten van de prachtige omgeving. En ook blijven relativeren. Als ik Arnout spreek lijkt dat bij hun ook al gelukt: “Het is heel erg balen, maar wel goed om te zien dat ze hier een nieuwe markt hebben gevonden; ze lopen met mondmaskertjes met een glittervlag van Grenada er op”.

Ons reisplan wordt heel anders. We kunnen niet meer eiland hoppen. We lijken hier een hele tijd vast te zitten. In februari wilen we graag door het Panama Kanaal maar hoe lang gaat dit duren? Daarnaast begint rond Juni het risico op een orkaan wel echt toe te nemen hier. In mei begint het orkaanseizoen al en we zitten midden in het gebied. Wat moeten we doen als we tot die tijd niet mogen vertrekken? We proberen gezamenlijk met de ambassade in gesprek te gaan om Curacao te openen voor de Nederlandse boten om daar heen te kunnen als het orkaanseizoen begint. Daarnaast mail ik met de Radio Medische Dienst om goede tips te krijgen voor als we Corona krijgen zelf, als zeiler op de boot. Wanneer moeten we hulp inroepen, naar het ziekenhuis en wanneer kunnen we gewoon uitzieken?

< De kluslijst wordt weer afgestoft en de raampjes zijn gekit.

 

 Suus is begonnen om stekjes te maken. We hebben op Union Island nog citroenmelisse geplukt en er zijn wortels zichtbaar! Yehes, dit wordt vast vervolgd. 

Na vierkante ogen gekregen te hebben van al het computer werk duik ik in de bijboot en ga met een flinke golfslag de raampjes kitten in de romp. Een uitdagend klusje maar als de zon onder gaat kijk ik in de laatste zonnestralen trots naar het klusje voor vandaag.

Van Walvis spotten naar Lock-Down

“Ja het zijn echt fonteinen. Het spuit echt omhoog”. Terwijl Suus dat zegt stuur ik de boot bij. De wind is volledig ingekakt maar gelukkig hebben we nog wel wat vaart. Met 3 knopen dobberen we richting de fonteinen aan de horizon. Als we dichtbij komen zien we het heel duidelijk. Het zijn walvissen! Als we nog dichter bij komen zien we de staart en verdwijnt hij. Wauw wat een ervaring. We sturen de boot weer bij en hervatten de tocht naar Martinique. Suus blijft voorop goed uitkijken of we ze niet nog een keer spotten. In Martinique zijn er goede supermarkten en is het allemaal heel goed betaalbaar voor Caribische begrippen. Het plan is altijd geweest om daar weer de boot helemaal vol te gooien om daarna verder naar het Noorden de eilanden af te gaan. We zijn uiteindelijk halsoverkop van het prachtige groep eilanden St. Vincent en de Grenadines vertrokken omdat we hoorde dat de supermarkten op begonnen te raken en er een gerucht was over een lockdown vanwege Corona…


“Ja, Jur ik zie ze weer!”. Terwijl Suus me roept zie ik ze ook weer verschijnen. Precies op onze route. We hebben net weer wat meer wind te pakken dus deze keer varen we harder op ze af. We komen tot 40 meter naast ze. Het blijken 2 potvissen te zijn. Wat een prachtig gezicht. We staan glunderend te kijken als ze met zen 2en weer onderduiken. En een half uur daarna zien we ze in de verte aan de horizon spuiten. 


Als we aankomen in Martinique worden we welkom geheten door drie Nederlandse boten, Galena, Karma en Pitou. Het lijkt alsof het inklaren vandaag niet meer gaat lukken aan hun verhalen te horen maar alsnog ankeren we zo snel mogelijk, slaan ons ankerbiertje over en scheuren naar de kant. De horeca blijkt dicht, de straten al redelijk stil en de kantoren om in te klaren allemaal dicht. Het gerucht gaat ook dat de dag erna het land op slot gaat vanaf 12 uur. We besluiten boodschappen te doen en het inklaren morgen ochtend vroeg nog een keer te proberen…

LOCK DOWN

Martinique is de volgende dag inderdaad in lock down gegaan. We mogen niet meer op het land/de straat op. Alleen om het noodzakelijke te doen; boodschappen, apotheek, ziekenhuis en individuele sporten (in je eentje sporten) wordt toegestaan. Maar hiervoor moet je wel een formulier mee hebben waarop je duidelijk noteert wat je gaat doen. Zonder goede reden of het formulier krijg je een boete.

We zullen komende tijd proberen om weer vaker een update te sturen. Een soort van quarantaine bericht vanaf het paradijs. Geen Message in a Bottle maar “Message from paradise”, “Het Caribisch Quarantaine Nieuws” of “Lock Down Message” Naja, de leuke naamgeving komt nog wel. Maar we zullen het gemis van de berichten de laatste tijd proberen goed te maken!

De laatste Message in a Bottle van onze oversteek

Allereerst, excuus voor onze afwezigheid. Toen we onderweg waren, hadden we geen idee of onze berichten wel gelezen werden. Nu, in de zon, een reactie lezend, met “Gaat het allemaal goed? Ik ben wel een beetje verslaafd geworden aan jullie berichtjes” is wel heel erg leuk en maakt dat ik me besef dat we ons oversteek verhaal nog moeten afronden en met jullie delen. Het slechte internet, de gezelligheid van mijn bezoekende ouders maar ook het wennen aan het niet varen heeft ons even doen achterlopen op onze updates. Ook is er toch helaas weer wat met de motor gebeurd waardoor bij binnenkomst op Barbados de motor kokend warm werd. Hierdoor zijn we met een dubbel gevoel, en 2 dagen klussen, onze aankomst op de Carieb begonnen. Maar laten we eerst terug gaan naar waar we gebleven waren. Juanito (de schijtvogel) was overwonnen, mijn “oermannelijke” behoefte om met een vis aan te komen op de ankerbaai mislukte en we stuiven af op Barbados…

“Schat, hoeveel mijl is het nog?”, vraagt Suus me. Ik kijk binnen op de navigatiesoftware; “nog 10 mijl tot Barbados, we moeten toch wel iets gaan zien nu.”, antwoord ik. Dikke wolken volgen ons al een aantal uren als ik besluit toch nog even te gaan slapen voordat we aankomen. Ik heb net de hengel binnen gehaald omdat er teveel wier ligt en ben helemaal doorweekt van de laatste regenbui. Als ik wakker word na een uurtje heeft Suus in de verte een hele lichte contour gezien van land. Een laag eiland doemt steeds meer op in het slechte zicht. Een kleine houten vissersboot is steeds even 2 seconden zichtbaar als we op een top van een golf zeilen en hij net ook wat hoger ligt. Als we hem daarna weer een hele tijd niet meer zien moet je goed in de gaten houden waar hij was om zeker te zijn dat we niet recht op hem af varen. De haven waar we ons moeten melden om in te klaren ligt aan de andere kant van het eiland. Als we het hoekje om gaan, verdwijnen de golven uit het niets. Na 23 dagen komt Yndeleau tot stilstand. We bewegen opeens niet meer van links naar rechts. We liggen stil. Een enorm vreemde gewaarwording. “Ik ga douchen!”, roept Suus uit. De laatste dagen waren wild en lukte het moeilijk om putsemmers over onszelf heen te gooien als douche. Na 23 dagen niemand gezien te hebben, is het dan toch nog even timen om netjes te douchen zonder dat een van de vele vissersboten wel erg raar opkijkt van het nudisme dat al die tijd heel normaal was aan boord. De eerste palmbomen waaien ons tegemoet. Barbados is een laag eiland zonder hele overweldigende kusten, maar wel met een duidelijke caribische sfeer die ons toelacht. Suus en ik kijken elkaar aan, we hebben het geflikt!

We strijken de zeilen en graven alle benodigdheden op uit de boot en maken alles gereed. Na zo’n lange tijd op zee liggen alle lijnen en stootwillen ver opgeborgen. Lekker tuffend op de motor varen we het laatste stukje naar de haven. Overal prachtig, kristalhelder blauw water. Grote, toeristische vissersboten komen ons tegemoet en een luxe haven (Port St. Charles) doemt voor ons op. Met een schuin oog kijk ik naar de temperatuurmeter van de motor terwijl Suus voorop aanwijzingen geeft waar ik heen moet. Als ik de temperatuurmeter omhoog zie lopen schrik ik. “Suus kom snel! Kun je even sturen, de motor temperatuur stijgt, dat lijkt niet goed!”. Ik duik naar binnen en zie inderdaad met een extra meting dat het weer niet goed gaat met het koelsysteem. Als ik naar buiten spring maak ik snel een beslissing, we zien de stijger al waar we moeten liggen, we varen door! Hier nu voor anker gaan op koraal en stenen werkt niet en hier wegkomen kan alleen op de motor en kost meer tijd dan doorvaren. We moeten wel. De motor stijgt in temperatuur maar we leggen heel soepel aan en Suus springt zonder dat we het doorhebben gewoon voor het eerst in 23 dagen weer aan wal! Als ik snel een springetje (een aanvullende lijn om extra stevig te liggen) leg, heb ik mijn eerste stap op de wal ook gezet zonder dat ik het doorheb. Enorme rollers komen de haven binnen waar alleen grote superjachten liggen. De lijnen maken grote klappen en de stootwillen blijven nog net op hun plek. Maar dan kijken we elkaar aan. We liggen. We zijn er. We hebben een oceaan overgestoken. Maar die &%@ motor… Wat een kater, maar we verplichten onszelf om stil te staan en te genieten, met een biertje high-fiven we elkaar dat we het gewoon geflikt hebben. Als we bij de douane, ministerie van gezondheid en de immigrations ingecheckt zijn, negeren we de overdreven kosten om een nacht in deze haven te blijven liggen en besluiten we om de boot even te laten voor wat het is en een hapje te eten het dorp om de hoek. Tijdens een lekker (plat) bord eten, zonder dat we bewegen, met een heerlijke biertje, realiseren we nog meer wat we gedaan hebben. Wat was het vet!

2 daagjes zijn we bezig om de motor weer goed aan de praat te krijgen. Tegelijkertijd nemen we ook even de tijd om onze watertanks goed schoon te maken en te verbeteren. We merkten dat na 23 dagen in 20C+ temperatuur het water snel bederft. Het smaakte echt niet goed meer en we waren blij dat we water in grote flessen mee hadden voor de laatste dagen. De leidingen maken we extra goed schoon, de tank spoelen we door, we voegen (iets te veel) chloor toe aan het nieuwe water en we installeren onze goede filterinstallatie. Als dit allemaal af is, varen we snel door naar een top ankerplek (Carlisle Bay) om daar mijn ouders te ontvangen die helemaal van Nederland naar Barbados zijn gevlogen.

We zijn in de Carieb! Dank jullie wel voor het volgen tijdens deze Message in a Bottle’s en het was zo leuk om al jullie reacties te lezen toen we aangekomen waren, we zijn nog steeds niet helemaal klaar met teruglezen en reageren. We zullen berichten blijven delen! Voor nu: viva la Carieb!

DUTCH Zout, Zeewier en Zijn we er al?

Alles heeft een zoutkorst, op meerdere plekken liggen vergeten schrubben van overijverige vliegende vissen en wijzelf hebben inmiddels ook een korstje. De laatste mijlen zijn aangebroken. Nog 1 middagdutje, nog 1 alcoholvrije borrel, nog 1 warme melk voor het slapen gaan, nog 1 nachtwacht ronde. We moeten nog ongeveer 140 mijl, dat betekent met ons huidige tempo iets langer dan 25 uur varen.

We zien nog geen land maar er is steeds meer leven. Gisteravond kwam er een soort van aalscholver op het zonnepaneel zitten. Het gaf een bijzonder gevoel om voor het eerst weer oog in oog met ander leven dan Suus te staan. Maar toen we beter keken zagen we dat hij inmiddels al kwart van het totale oppervlak van de grote panelen achter had wit geschilderd met een naar vis geurend goedje.

Mijn enthousiasme verdween direct. Uit mijn keel kwamen opeens allemaal rare geluiden om hem duidelijk te maken dat zijn aanwezigheid niet meer wenselijk was. Suus stond proestend van het lachen het schouwspel gade te slaan terwijl ik inmiddels de pikhaak had gepakt om met zachte hand de vogel van het paneel te duwen. Wat volgde was een half uur kat en muisspel waarbij Juanito nog 3 keer op de panelen is komen zitten en…

Trrrrr. Terwijl ik dit schrijf gaat de hengel weer ratelen. We hebben weer beet. Ik ren naar de hengel en zie in de verte een beest uit het water springen. “Lieverd ze worden wel steeds groter”. In alle rust installeer ik me achter de hengel terwijl Suus bijna onbewogen nog even wat bestanden van de drone aan het halen is. Helaas is na 20 minuten met een knap het gevecht voorbij. Mijn succesvolle zelfgemaakte lure zijn we kwijt….

Waar waren we gebleven? Ohja. Juanito bleef nog zeker een half uur om de boot heen cirkelen. Hij probeerde ook een paar keer op de hard bewegende mast te gaan zitten waarbij ik nog hardere en vreemdere geluiden ging maken. Onze windmeter op de mast is al kapot gegaan. Ik verdenk er 1 van Juanito zijn vrienden van. Als een vogel daar probeert te zitten en de mast naar de andere kant zwiept, kan dit soort apparatuur de kracht van dat beest niet hebben.

Uiteindelijk geeft hij het op. Ik denk aan de verhalen van kleine volgeltjes die landen op boten en zo uitgeput zijn dat ze overlijden. Ben ik te hard geweest? Had ik hem een schoteltje water en wat vers gebakken brood moeten aanbieden? Ben ik nou zo’n dierenbeul? Maar een klein vogeltje versus dit paneel en dek bezoedelende monster met een maag vol invretende zure visresten die je na een paar uurtjes in de zon nauwelijks van je dek krijgt… En ik zag een zelfde vogel uren daarvoor ook gewoon in het water zitten… Naja, na een goede vogelpoep-schrob-sessie was het alweer tijd voor de warme melk en nachtwachten.

Terug naar nu. De hengel staat uit en ratelt om de 5 minuten even kort omdat er een stuk zeewier aan zit. Elke keer zie ik mezelf trots morgen op de ankerbaai MahiMahi moten uitdelen. Wat is een betere manier om vrienden te maken dan met een vers gevangen moot vis? Helaas moeten we dat nu doen met een zeewiersalade waarmee we in onze dinghy bij mensen langs gaan…

Sent from Iridium Mail & Web.

DUTCH Een nieuw hoofdstuk!

“Ik realiseer me deze dagen pas echt hoe vet het is wat we al gedaan hebben”, zeg ik tegen Suus terwijl ik naar buiten de kuip in stap. “Echt he!? We zijn gewoon met de boot naar de stad gevaren waar ik gestudeerd heb, Lissabon”, reageert ze. “Jaaa! En hoe vet was Marokko! Het is ongelooflijk hoe ver we al zijn, maar ik heb het gevoel dat we nu pas de tijd hebben om daar bij stil te staan ofzo.” Suus knikt instemmend terwijl we verder kletsen en ze naar binnen stapt om zich alvast klaar te maken voor haar tweede slaap. Mijn wacht is net begonnen, de volle maan schijnt op de enorme golven die onder ons door rollen.

21 augustus zwaaiden we met tranen in onze ogen vrienden en familie uit in Amsterdam. We hadden de boot vol gestopt met alle spullen die we dachten nog nodig te hebben en gooiden de trossen los. Een totale chaos van hout, nog niet uitgezochte dingen, te veel kleding en onderdelen voor klussen die nog gedaan moesten worden. De boot was in basis veilig en klaar maar er moest nog veel aangesloten en afgerond worden. De kluslijstjes waren nog ellenlang en we hadden nog wel een jaar (of twee) bezig kunnen zijn.

We wilden zo snel mogelijk de golf van Biskaje oversteken omdat het daar in het najaar redelijk kan spoken. Nadat we in Scheveningen vertrokken voor een dagje kilometers maken naar het zuiden, kwamen we onverwacht 7 dagen later, non-stop varen, in Falmouth aan. Daar wachtte ons keihard klussen om een aantal dingen af te ronden voor de eerste meerdaagse oceaan tocht. We waren nog duidelijk in de overdrive.

Waar we prachtige verhalen lazen over het mooie Engeland dachten wij alleen maar aan de kluslijst. We hielden onszelf voor; “Engeland kunnen we altijd nog makkelijk naar terug!”. De pub en de pie hebben we gelukkig nog net wel afgevinkt maar tot zuid Portugal hebben we eigenlijk geen moment rust genomen. We konden de to-do lijst niet loslaten en na 1.5 jaar refitten kwamen er na de eerste oceaan tochten alleen maar nieuwe klussen bij; dit lijntje daar is net niet handig, we moeten een extra katrol hebben hier, hier slijt het wel erg hard, dat moet anders, de gescheiden accubanken werken niet fijn, de koelkast trekt nog teveel energie. De kluslijst bleef groeien. In Faro, Zuid Portugal, trokken we aan de rem, het was duidelijk dat we even “vakantie” moesten nemen. We waren bekaf. Was dit waar we het voor deden?

Ja, je hoorde mensen het zeggen. “Vertrekken is klussen op mooie bestemmingen”, maar dit was toch wel een beetje overdreven? Of zeurden we gewoon, moesten we vroeger opstaan om ook nog die musea en kerken te bezoeken? Gelukkig was het duidelijk als we naar andere boten keken; we waren nog wel overdreven druk.

Laten we wel zeggen; we genieten enorm van klussen. Maar dit putte ons uit. We spraken in Faro uit dat het anders moest. We werden chiller met de planning. Maar de kluslijst bleef nog lang. We hielden 2 weken vakantie. Heel veel kiten en alleen kleine leuke klusjes en onderdelen shoppen.

Toen we na Marroko op de Canarische eilanden aankwamen waren we weer opgeladen om 4 weken full time te klussen. Elke dag streepten we klussen af en na een heerlijk oud en nieuw feestje ging de vaart er echt in. Met elke klus kwam vertrek maar ook een heerlijk gevoel dichter bij. Ik werd weer enorm verliefd op de boot. Alles viel op z’n plek. Klussen die daarvoor lage prio hadden konden eindelijk weggestreept worden. De omvormer voor 220 volt, de waterniveau meter, de accubanken koppelen, de wind generator aansluiten, de laatste zonnepanelen aansluiten, het indicatorscherm van de buitenverlichting, het temperatuur alarm van de motor, de deksel isolatie van de koelkast, extra bilgepompen en alarmen, roestplekjes schilderen. We bleven maar strepen terwijl we ook nog uren maakten voor opdrachten om het reisbudget aan te vullen, we alle administratie voorbereidden om Europa voor een lange tijd te verlaten en alle laatste (mentale) voorbereidingen deden voor onze allereerste oceaan
oversteek. Hier hadden we 2 jaar alle energie die we hadden, alle vrije uurtjes en nachten slaap voor geïnvesteerd. Alles viel op z’n plek.

Was het alles waard? Ja! 100% ja. Ja, we hebben nauwelijks wat gezien van alle prachtige plekken tot nu toe. En ja, we hebben te vaak nog oogkleppen op gehad en in de buffelmodus gestaan met als doel Yndeleau klaar te maken zoals we voor ogen hebben. En ja misschien hadden we de voorbereiding een jaar (of twee) langer kunnen doen of met een iets minder resultaat tevreden kunnen zijn. Maar dit is onze style denk ik… We houden van die druk. We houden van bijna onmogelijke doelen.

Het is wel duidelijk dat we moeten leren hier béter en realistischer mee om te gaan. We leren onszelf beter kennen en alhoewel we nog steeds in veel valkuilen trappen, gooien we deze kuilen voor mijn gevoel nu achter ons dicht, of leren er makkelijker uit te komen. Ik merk dat daarnaast vriendschappen verdiepen. Ik huil voor het eerst bij films. Onze relatie versterkt. En ik leer allemaal nieuwe vaardigheden.

En nu Zuid Amerika bijna in zicht is, voelt het ook alsof Yndeleau en wij er, letterlijk en figuurlijk, bijna zijn. Het voelt als een nieuw hoofdstuk met een betere balans. Kitesurfen, digitaal en nomadisch geld verdienen, genieten van het leven en elkaar; vrienden ontvangen, duiken, wandelen en zeker nog veel klussen om Yndeleau te onderhouden en steeds mooier te maken. Met een veel kleine kluslijst, geen harde deadlines en een wit strand moet dat gaan lukken!

Sent from Iridium Mail & Web.

DUTCH “Deze gaat in de kuip belanden”

In het maanlicht zie ik een donkere lucht hard achter ons aankomen. Op de radar is een lichte vlek te zien. Omdat dit betekent dat het gaat regenen, zet ik het deurtje er in en trek het luik helemaal dicht. Als ik achterom kijk zie ik een muur van water op ons afkomen. Ver boven de zonnepanelen die op zeker 3 meter hoogte staan rommelt de top van de golf. Daar gaan we. Ik houd me stevig vast aan de doghouse. “Deze gaat in de kuip landen” , zeg ik bijna hardop terwijl ik met mijn kin al wat dieper in mijn regenpak duik. Yndeleau begint heel zachtjes naar voren te hellen terwijl haar kont heel rustig wordt opgetild. Als in slowmotion rijzen we tot aan de top en surfen we volledig onder controle van de golf af.

Even later barst de regen los. De hoge golf was de voorbode van zijn venijnige kleine broertjes. We worden heen en weer gekwakt. De wind rukt aan de zeilen en giert langs de verstaging. Het is al de vierde bui van mijn wacht. Het zijn zware laatste loodjes. Terwijl de distance to go vermindert, vergroot onze moeheid. De buien rammen in op onze gesteldheid. Met 35-40 knopen wind en onwijs onrustige golven van soms wel hoger dan 5 meter vreet dit energie. Als de tussenposen tussen de buien maar lang genoeg zijn kan ik er van genieten, hoe Yndeleau de wind en de golven pakt. Als ze te snel op elkaar komen wil ik schreeuwen naar Jan dat de golven wel eventjes mogen kappen, heel even rust!

“Jan? Wie is Jan?”, hoor ik je denken. Jan is een Jan van Gent, gekscherend onze beschermvogel. Op de Golf van Biskaje begon ik hem schreeuwend te vragen om succes bij het vissen. Of als dank voor de fantastische wind. Ook schreeuwde ik hem eens een kleine verwensing toe als ik mijn teen stootte of de wind weg viel. “Jaaaaaaaan, hoezooooo dit nu weer?”. We zien geen enkele Jan van Gent meer hier, misschien moet ik dit gekke gedrag toch wat serieuzer gaan nemen en de juiste beschermvogel toeroepen. Er vliegen hier een soort kleinere versies met een lange staart. Misschien meer Juanito’s…

Als ik uitgepeinst ben gaat de wind al iets liggen, de golven worden gelijk iets minder onrustig en er piepen voorzichtig een paar sterren door de wolken heen. De maan breekt door de wolk en verlicht de weg voor ons. We doen het gewoon! We steken onze eerste oceaan over. Met Yndeleau die we volledig zelf hebben voorbereid. En die er zichtbaar em voelbaar van geniet. Ik ruik het witte strand al bijna. The reward only gets bigger!

Sent from Iridium Mail & Web.

DUTCH Huize hoge golven en harde wind

Mijn wekker gaat. Het is 02.00 en mijn 2e wacht begint zo. Ik heb 2.5 uur lopen woelen en ben volledig door elkaar geschud. Het weer is veranderd sinds gisterochtend. Harde wind, huizen hoge golven die de boven de zonnepanelen uitkomen en pittige buien hebben ons nachtritme iets doen verkorten. We merken dat een wacht nu veel meer energie kost dus we doen nu slaapjes van 2.5 uur. Of naja. Slaapjes… ik heb nu meer het gevoel dat ik 2.5 uur in een wasmachine heb gelegen op centririguur stand…

Suus roept van buiten dat het nu wel echt ook kouder is geworden. Daar ben ik blij mee. Want met 30 graden in je regenkleding stappen is niet mijn favo bezigheid. Als ik het logboek bijwerk zie ik op de computer een groot vrachtschip ons op 20 mijl passeren. We hadden al een week geen schip meer gezien op de AIS.

Als ik naar buiten stap komt er net een bui over ons heen. Ik reef ons voorste zeil tot standje zakdoek, klap ons inregenzeiltje naar beneden en blijf dicht bij het roer zitten. Als we surfend van de golven afschieten kan ik Yndeleau nog wel eens de neiging hebben om slechter naar onze windvaan stuurinstallatie te luisteren en dan moeten we haar met de hand wat bijsturen

Als de bui voorbij is rol ik het fok weer wat uit, klap het inregenzeiltje weg en schenk me een warm bakkie koffie in met een biscuitje. Nog 2 uur en een kwartier en dan mag ik weer het bed in.

Morgen posten we het eerste deel van onze FAQs. We hebben in de voorbereiding van deze oversteek veel leuke vragen van jullie gehad. “Wat te doen bij een storm?”, “douchen jullie wel?”, “hoe doen jullie het met eten?” En we beantwoorden er nog 7 meer. Lees het morgen in het eerste deel van FAQs ocean crossing.

Sent from Iridium Mail & Web.

Op ramkoers met SpaceX!

In een lange rij verplaatsen ze zich langs de andere lichtjes. Elf felle witte lichten in exact 1 lijn bewegen zich van het zuid-westen naar het noord-oosten hoog over ons heen. “Ja inderdaad, dit moeten wel satellieten zijn”, zeg ik tegen Suus. Het is 3 uur ‘s nachts en Suus heeft me net afgelost. Als ik mijn tanden aan het poetsen ben roept ze me, om buiten te komen kijken. Satelieten, is onze enige verklaring die we kunnen bedenken.

Terwijl ik in bed kruip bedenk ik me dat dit wel eens het nieuwe project SpaceX van Elon Musk zou kunnen zijn. Hij lanceert honderden mini satelietjes komende maanden om zo overal ter wereld mobiel internet te kunnen faciliteren. Prachtig als je je realiseert dat 30 jaar geleden GPS nog nauwelijks bestond voor de particuliere zeiler. Nu varen we de oceaan over met een redelijk betaalbare satelliettelefoon en komt zo deze flessenpost, a la 2020, in jouw mailbox. Vertrekken er over 2 jaar mensen die hun normale telefoon abonnement gewoon kunnen blijven gebruiken en op instagram, facebook en Whatsapp inloggen??

Terwijl ik me lekker infrummel, een paar extra kussens gebruik om me vast te leggen tegen het geschommel van de boot, schrik ik ook. Dit waren pas 11 satelietjes. De plannen van Musk en ook andere partijen zijn vele, vele malen groter. Als dit soort plannen door gaan, vertrekken er over 2 jaar mensen voor de oversteek terwijl ze bijgelicht worden door duizenden bewegende lichtjes aan de hemel. Kunnen zij dan nog uren lang turen en mijmeren onder de sterren zoals wij vele nachtwachten doen? Als de felheid van deze satelieten vermenigvuldigt, zie je alleen de felle sterren nog en is de hemel hetzelfde als een zaterdagnacht in Amsterdam.

Een andere Nederlandse vertrekkers boot heeft van een vriend toegang gekregen tot een privesatelliet, die hij met werk of onderzoek eens had gelanceerd. Prachtige ontwikkelingen en ik krijg er op dat moment een gevoel van trots van. Wij, de mens, bedenkt dit en voeren het uit. Maar terwijl ik hier in bed lig en ik Suus buiten de genua hoor aandraaien, zie ik ook de andere kant. Wat een rotzooi moet het daarboven zijn over een aantal jaren… En als je de sluitertijd instelt van een foto van een sterrenstelsel heel ver weg, en er opeens een spaceX Telcom satetellietje voorbij schiet… Het blijft toch altijd lastig. Veel mooie ontwikkelingen komen ook met negatieve gevolgen. Gelukkig zijn we creatief genoeg om daar ook weer een oplossing op te verzinnen. Als onze kinderen later niet de oceaan oversteken, maar de “grote oversteek” naar mars of pluto maken, zullen ze wel een GPS systeem hebben waarmee ze de mini satelietjes kunnen ontwijken. Een AIS voor satelieten?

J

Sent from Iridium Mail & Web.

Bijna klaar voor onze aller-eerste oceaan oversteek

Met een zucht kijk ik naar de connectoren van de 2 zonnepanelen die voor me liggen. In Amsterdam hebben we 4 van de 6 panelen aangesloten. Om deze laatste ook aan te sluiten, moest ik een waterdichte doorvoer voor de stroomdraden maken. Door het dek, door de wand in de slaapkamer om de draden daarna via de kastjes, onder de vloer naar het motorhok te leiden. Voor de oversteek wil ik deze panelen graag aansluiten zodat we zoveel mogelijk energie kunnen opladen. De draden zijn helemaal doorgetrokken, maar als ik de connectoren waar de draden verbonden worden met het paneel open, zie ik dat ik iets heel doms heb gedaan. De connectoren zijn niet waterdicht geweest en het zoute water heeft de hele binnenkant verroest. It always bites you in the ass. Ik heb zelfs zo lang gewacht dat ze er helemaal af zullen moeten en ik de verbindingen opnieuw moet solderen…

^ De regulator en de stopknop voor de windgenerator. Deze remt de wieken af. Een heel priegelwerk om juist aan te sluiten.

Blij kijk ik naar de wieken die draaien in de wind. Als ik op mijn app kijk, zie ik in een vlaag ruim 2 a 3 amperes binnen komen. We maken windenergie! De dagen ervoor heb ik 2 accugroepen samengevoegd zodat we nu met drie monitoren 3 accugroepen in de gaten kunnen houden. Op onze telefoons kunnen we inloggen op deze groepen en precies zien wat er uit gaat, wat er in gaat en hoeveel procent van onze accubank we nog over hebben. Na het aansluiten van de windgenerator zien we nu de eerste positieve amperes windenergie binnenkomen. Wauw, wat een fantastisch gevoel. We hebben al 3 maanden geen walstroom meer nodig gehad. Stiekem hebben we wel stroom van de wal genomen als we de cirkelzaag of decoupeerzaag nodig hadden, maar verder doen we alles via ons eigen 24 volts netwerk, met zelf opgewekte stroom. Met de windgenerator en de laatste zonnepanelen aangesloten is onze energievoorziening klaar voor de oversteek.

Als ik naar beneden kijk zie ik Suus en haar beste vriendinnetje in de kuip zitten. Tineke is vanochtend aangekomen en na een gezamenlijke lunch ben ik 18 meter hoog in de mast geklommen. Zo kunnen ze lekker bijkletsen en ik wat klusjes doen in de mast. Er moeten 2 nieuwe vallen getrokken worden en ik wil reflectietap in banen op de mast plakken. Zo zijn we nog beter zichtbaar, en kunnen we ook in het donker op een ankerplek ons schip herkennen tussen alle schaduwen van een romp met mast er bovenop. Luxe en eigenlijk helemaal niet nodig voor onze oversteek. Tegelijkertijd loop ik in de mast alle verbinden na. Zie ik ergens een scheurtje of een zwakke verbinding die kan duiden op een toekomstig probeem? 3 uur en wat verbeteringen later, laat Suus mij zakken. Een paar dagen later klim ik weer de mast in om nog wat andere dingen te doen. 

Een servicebeurt aan de motor en een nieuwe thermostaat geeft ook onze grote 6-cilinderige vriend de nodige aandacht om hem klaar te maken voor de eventuele windstiltes die we onderweg gaan tegenkomen. Ook hebben we na twee lange avonden eindelijk de verbinding van de navigatiecomputer met de sateliettelefoon aan de praat, zo kunnen we ook op de computer binnen het weer ophalen en mails versturen.

^ De lijstjes die Suus allemaal heeft voorbereid. Man over board, wat te doen bij brand, welke brandblussers hebben we allemaal een waar gebruik je die voor en onze paklijst voor de grab-bag; de nood tas.

Drie liter water per dag, een waterdichte zaklamp, een emmertje om je behoefte op te doen, een accubank voor onze telefoons, zeeziektepillen, een fles olie, zonnebrillen, duct-tape, visgerei, zonnebrand. Zo maar een greep uit een lijst die Suus binnen op de kast plakt. Suus maakt alle lijstjes voor noodgevallen. De procedure van man-overboord of de textuele stappen van een May-Day bericht verzenden. Alles hebben we goed geoefend maar in een noodsituatie is een houdvast erg fijn. Ook hangt ze een lijst van spullen op om te pakken als we in ons reddingsvlot moeten stappen. Een groot deel daarvan ligt al klaar in een waterdichte tas achter op het dek. Met behulp van deze lijst bepalen we op het moment wat we er nog bij moeten stoppen. Wie zich afvraagt wat de fles olie doet op deze lijst? Tijdens een borrel opperde de Doejong om een fles olie mee te nemen. Een bierglas met olie creeert een enorme olievlek in het water die goed zichtbaar is. Deze schrijft Suus de avond na de borrel direct op onze grab-bag lijst. Noodvuurwerk en lampen zijn ‘s nachts goed zichtbaar maar overdag is een spiegeltje het meest effectief als een vliegtuig of groot schip langs komt. 

Als de extra bilge-pompen en alarmen zijn ingebouwd, de grotere omvormer op zijn plek hangt en de eerste 230volt levert, voelt het nu alsof we dicht bij vertrek zijn. De komende dagen staan in het teken van het afronden van de allerbelangrijkste en laatste klusjes. We gaan alle gaten en hoeken vullen met eten en verse groente en fruit. We toppen de dieseltanks af en ik moet helaas nog een tijdje in de tandarts stoel liggen omdat er een ontsteking onder een vulling zit. Maar, we zijn bijna klaar! Deze week gaan we beginnen aan onze aller, aller-eerste oceaan oversteek!

< De bediening van de bilgepompen en alarmen (must-have – links boven) en de lampjes (nice-to-have – tekening van het schip met lampjes welke lichten aan staan)

Zwemmen met dolfijnen

Zwemmen met dolfijnen 

Met 2 hengels en een handlijn stap ik in onze Highfield bijboot. Heel voorzichtig laat ik de haken en het aas het water in zakken. Ons bijbootje heeft een harde bodem maar de drijvers zijn opblaasbaar, dus daar willen we geen gaatjes in krijgen. “Tot zo lieverd!”, ik start de motor en vaar heel rustig van de boot weg. We liggen in een baaitje aan de noordkant van Tenerife. Prachtig weer verwelkomde ons op kerstavond in deze prachtige omgeving met grote hellingen en een zwart strand. De golven zijn te hoog om met ons bootje aan de kant te komen en zojuist is onze enige buurboot vertrokken. We liggen hier met kerst helemaal alleen. Zonder familie en vrienden. Een bijzonder gevoel. Met de satelliet telefoon hebben we de avond van te voren een kerstwens gestuurd naar onze families terwijl we aan ons vegetarisch kerstdiner zaten. We vertrokken van Lanzarote met het idee om naar een ankerplek te gaan waar we nog wel wat boodschappen konden doen. We vonden deze plek, dus we maken maar een heerlijk diner uit blik en een restje paprika.

Een half uur tuf ik langs de kust. In mijn gedachten zie ik me al met een enorme tonijn terug bij de boot komen. Oermannelijk. Suus die me trots verwelkomt. Als ik in de verte 2 andere bootjes met meerdere hengels zie krijg ik weer het volste vertrouwen. Ik geef wat extra gas en voel nog even aan de handlijn. Als ik weer rustig zit, zie ik erg in de verte wat vogels vliegen. Ik stuur wat bij, geef wat meer gas. Meeuwen zijn vaak een teken van jagende vissen.  De opgejaagde vissen worden naar de oppervlak gedreven waar de meeuwen dan ook de kans krijgen om een kerstmaal op te duiken. De perfecte plek voor deze jager in zijn bijboot om daar ook eens even lekker van te profiteren. Als ik dichterbij kom zie ik een grote vis springen. Het blijken dolfijnen! Ik vaar 2 keer langs een groepje dolfijnen om de tonijnen die vaak samen jagen te overtuigen van een lekker hapje. Maar mijn hengels blijven rustig. Als ik naar een groepje vaar blijken ze opeens overal om me heen te zijn. Als ik iets meer gas geef, zie ik ze verderop omkeren en naar mij toe schieten. Terwijl ze met de boeggolf spelen en naast mij springen scheur ik door de groep heen tot ik me realiseer dat de lijnen nog uit staan. Verschrikt gooi ik het gas dicht en haal de lijnen binnen. Als ik klaar ben zie ik mijn snorkel en duikbril liggen. Rustig vaar ik naar de groep die al wat verder gezwommen is. Als ik er in lig zijn ze weer weg, het water is zo helder dat ik enorm ver kan zien maar helaas zijn de dolfijnen hem gesmeerd. Nog twee keer probeer ik het. Als ik het de vierde keer wil proberen zie ik echt overal om me heen dolfijnen boven water springen. Dit moet hem toch worden. Heel voorzichtig laat ik me in het water zakken. Ver onder me zie ik wel 100 dolfijnen wegzwemmen, als ik me heel rustig omdraai zie ik dat een groepje van 20 dolfijnen onder me zwemt. Draaiend blijven ze me observeren. Een kwartier lang dobber ik boven ze en geniet ik met volle teugen. Als ze wegzwemmen klim ik weer de bijboot in. Helemaal in extase wil ik zo snel mogelijk naar Suus. Vol gas scheur ik in een half uur terug naar de boot. Zou het lukken om met Suus terug te keren en samen met ze te zwemmen? Vol enthousiasme springen we samen in de boot. Helaas vinden we ze niet meer en als de wind en golven aantrekken houden we het voor gezien. 

 

2e kerstdag varen we naar Santa Cruz. In de haven zullen we aan onze laatste voorbereidingen beginnen voor de oversteek. Als we liggen komen Arnoud, Rosan en Berend van de Doejong al aangelopen. We steken de BBQ aan en hebben een gezellige 2e kerstdag, met vlees.

Bijna Kerst!

Bijna kerst 

In de verte zien we grillige rotsen en zanderige, volkaanvormige, glooiende bergen. De twee Canarische eilanden La Graciosa en Lanzarote baden in het vroege zonlicht en het donkere zand van Lanzarote steekt prachtig af tegen het licht blauwe water. Elke keer is het land weer totaal anders dan wat je achter je aan de horizon hebt zien verdwijnen. Afstand en tijd beginnen een andere perceptie te hebben. Als de deuren twee uur nadat je op schiphol in het vliegtuig bent gestapt openen, is het nog maar zo kort geleden. Je stapt uit op een vliegveld en de wereld is veranderd. Met Yndeleau moeten we ons een aantal dagen opsluiten voor hetzelfde resultaat. Het voelt ergens werkelijker en je hebt de tijd om te wennen. Toch blijft de aankomst ook als het openen van de deur van dat vliegtuig. Het is er opeens. Vier dagen heb je naar leegte gekeken en dan is er opeens weer een andere wereld. Het blijft een enorm bijzonder gevoel.

Mijn sextant, hij ligt nu nog in een doos achterin de kast maar ik zal er snel aan moeten beginnen voordat ik niet meer durf.

“Lief, wanneer hebben we voor het laatst water getankt?” Ik kijk in ons logboek en zie dat we drie en een halve week geleden in Portugal nog getankt hebben. “De waterpomp zuigt soms lucht aan, het lijkt wel alsof de tank bijna op is”. De niveaumeter is na de geheel vernieuwde kaartentafel nog niet aangesloten, de draden moeten opnieuw doorgetrokken worden. Zo kunnen we helaas niet zien of we nu al door onze duizend liter water zijn. We nemen maar het zekere voor het onzekere en sturen de boot de haven binnen. Na vier dagen lijkt het ons heerlijk om even in de haven te douchen nu we er zijn. We besluiten er niet alleen water te tanken maar ook 1 nachtje te blijven liggen. Als we aan wal stappen merken we al snel dat het echt een vakantie plek is. Het Duits komt ons al snel tegemoet en alle menukaarten zijn vertaald in het Engels. Het is een andere wereld maar als we aan onze “large icecold beer” zitten op een terras met uitzicht over de haven, kijken we elkaar tevreden aan. De lange tochten gaan steeds beter. De boot is niet ontploft, we slapen goed, de wachten gaan top. We hebben ook onze sateliet telefoon uitgeprobeerd. We kunnen nu midden op zee weerberichten ophalen, een locatie update sturen en we hebben zelfs een website waarbij je ons nu kunt volgen, we kunnen met een programma een locatie en een berichtje sturen. Dit komt dan op de wereldkaart te staan en zo kan het thuisfront precies op de hoogte blijven. Ook hebben we met 3 andere boten die tegelijk oversteken een maillijstje. We sturen regelmatig updates naar elkaar over locatie maar ook bijvoorbeeld vis-updates of aankomst anker plekken. Dertig jaar geleden was er nog geen GPS en nu navigeren we met een tablet en hebben we continue de mogelijkheid om met het thuisfront te contacten. Hoe meer ik deze technische vernuftige gadgets ga waarderen, des te meer ik ook de ouderwetse sextant in de kast voel branden. Het is een kunst die ik wil leren maar met elke blik op onze computer met GPS lijkt het steeds moeilijker en onwaarschijnlijker dat ik dat ooit ga kunnen. 

We voelen ons na het aankomst biertje zo fit dat we gelijk de watertank openschroeven en zo kunnen kijken hoeveel water er in zit. Ook kunnen we goed controleren of het cementeren van de tank goed is gegaan. Voor vertrek heeft Suus de gehele tank schoongemaakt en opnieuw met cement besmeerd. Dit heeft een beschermende werking voor de tank maar ook een filterende werking op het water. De beroepsvaart doet het al jaren en waar grote producties overgestapt zijn naar het chemische epoxy is extra gewicht voor onze dikke dame, met toch al wat kilootjes te veel, geen probleem. Uiteindelijk slaan we na ons aankomst biertje volledig aan de klus.

De volgende dag zijn we na een heel aantal klussen toe om voor anker te gaan. We hebben de springen al los, het ankergerei klaar en het vlees voor de BBQ, met de andere 2 boten die gister waren aangekomen, ligt al gemarineerd in de koelkast. “Suus, we hebben ergens een olielek. Wil je de spring weer even vastleggen?” Snel heb ik nog even het oliepeil gecheckt. Vanochtend heb ik de olie en het oliefilter vervangen en blijkbaar is er daar wat mis gegaan. Het oliefilter blijkt niet goed vast te zitten. Suus rent snel naar de winkel om nog wat olie te kopen en ik ga aan de slag tot ik me realiseer wat een gekken we weer zijn om te proberen om nog voor het donker de ankerplek te bereiken. Ik loop snel naar de winkel en we besluiten dat we gewoon een nachtje blijven liggen. De andere twee boten reageren begripvol en de barbecue verplaatst naar de volgende dag op het strand. We blijven uiteindelijk 8 dagen in de haven liggen om 2 dagen te kiten en heel veel klussen af te strepen. De waterniveaumeter, de radar, de antenne voor de sateliettelefoon, een nieuwe temperatuursensor voor de motor en de marifoon-antenne in de mast worden aangesloten. Yndeleau wordt geheel ontroest en de watertank wordt eens goed doorgespoeld. Yndeleau blinkt weer van binnen en van buiten.

“Lief, kom snel buiten!” Twee grote witte vlekken zwemmen om de boot. Suus en ik staan voorop de boot te kijken als er eerst 1 voor ons komt zwemmen. Veel rustiger dan dolfijnen die we tot nu toe hebben gezien. Een tweede komt er al snel bij. Volledig wit en een stompe snuit. Een kruizing tussen de slanke dolfijn en een wat dikkere walvis. Ze zwemmen gracieus met de boot mee en verdwijnen dan weer snel. Grijze dolfijnen worden wit als ze oud zijn, blijkt later op Wikipedia. Een prachtig welkom van Lanzarote. Een uurtje later varen we de ankerbaai in. Een heel klein plekje waar al 8 boten liggen. We kunnen in het laatste avondlicht de bodem goed zien en proberen ons anker op zand te mikken. Twee keer grijpt ons anker niet en de derde keer pakt hij, na zeker 10 meter over de grond getrokken te hebben, met een harde ruk. Ik duik snel het bootje in met een duikbril om te kijken hoe hij ligt. Het anker zit met zijn punt onder een betonblok. Als we snel de windvoorspelling checken, zien we dat de wind vannacht gaat draaien. Wanneer de boot vanuit een andere hoek aan het anker zal gaan trekken is er een grote kans dat hij losschiet van het betonblok en dan komt de kademuur wel heel dichtbij. We twijfelen enorm. Gaan we in het donker naar de andere ankerbaai varen in de hoop dat het daar beter ligt? Proberen we de haven in te varen tegen de hoofdprijs? We kunnen ook de zeilen hijsen en de nacht invaren richting Fuerteventura of zelfs Tenerife… Maar de wind verdwijnt vannacht waarschijnlijk dus dan wordt het een nacht lang motoren. We besluiten een half uur te varen en te kijken bij de andere ankerplek. Als die niet goed voelt, draaien we om en kiezen we het ruime sop. Na 1 keer proberen pakt het anker meteen in de zandbodem en liggen we goed vast. De volgende ochtend vroeg sta ik met flippers en duikbril klaar om naar het anker te duiken als ik een zwarte lange schim zie zwemmen. Als Suus en ik beide staan te kijken komt hij nog een keer langs, het is een kleine haai! Als ik even later het water in durf en naar het anker duik, blijkt dat we top liggen. We zijn klaar om eindelijk te wassen en daarna boodschappen te doen bij de Lidl om de hoek! Als we de Ikea naast de Lidl vinden, kunnen we niet laten even naar binnen te lopen en met kerstversiering naar buiten te komen. We beginnen in de kerstsfeer te komen!

Terug naar Europa

Terug naar Europa

 

“Een drugshond controleert de boot en ze gaan echt alles open halen”. Internet staat vol met slechte ervaringen als we aanleggen bij de douane. Hier moeten we uitklaren, het proces van aangeven dat je een land weer verlaat. Net zoals op het vliegveld. Terwijl een beambte even snel met Suus de boot binnen gaat en 2 kastjes opent, loop ik gemoedelijk naar de politie. Daar krijgen we de eerste stempel in ons paspoort en ook onze drone netjes terug. Binnen 10 minuten staan we weer beide op de boot en kunnen we vertrekken. Zonder wind varen we samen met Nederlandse vrienden en een Deense boot op de motor naar buiten. Een andere bevriende Belgische boot is al 1.5 uur eerder uitgevaren en zien we een aantal mijl verderop op de AIS. Uit automatisme controleer ik nog elk 10 minuten de as en de hele motor op het oog. We hijsen drie keer de gennaker, ons grootse voorzeil, Yndeleau’s oranje parade paardje. Pas bij de derde keer en een aantal uur later blijkt er net genoeg wind om te zeilen en hijsen we ook ons grootzeil. 

“Trrrrrr. Trrrrrr.” De molen van de hengel ratelt als een gek. Suus kijkt me aan. Wat nu? Als een bezeten probeer ik te herinneren wat ik allemaal bedacht had.  “We hebben de deegroller nodig” om de vis zo snel mogelijk netjes uit zijn leiden verlossen is waar ik als eerst aan moet denken. “Oh, en de haak”. Terwijl ik de molen in een extra rem zet om de vis uit te putten is dat het tweede waar ik aan denk. Om zeker te zijn dat je hem niet op het allerlaatste verliest hebben we op advies een haak gekocht waarmee je de vis kan oppikken uit he water. Daar prik je hem mee vast en kun je hem zo aan boord trekken. Als ik dit zo schrijf klinkt het best crue, maar om te voorkomen dat de vis met zijn laatste krachtsinspanning zich, zonder onderkaak weer terug in zee werkt, is dit toch voor beide partijen een fijn en snel hulpmiddel. Dan realiseer ik me dat we de vis eerst bij de boot moeten krijgen, bij stap 1 beginnen. Terwijl ik al mijn vooraf gelezen trucs probeer in te zetten trekt Suus met vereende krachten ons voorste zeil binnen waardoor we snelheid verminderen, rustig stuurt ze nu iets meer naar de wind waardoor het grootzeil ook minder snelheid creëert. De automatische piloot zorgt dat de boot op deze koers blijft terwijl we samen de vis binnen halen. Als we hem dichter bij in draaien kunnen we hem zien, een glimmend blauwig, dikkige vis. De kleuren lijken op een makreel maar dan veel groter. Zou het dan eindelijk; meteen bij de eerste echte dikke vis raak zijn? Onze vreugde kan niet op. Tonijn!! In Marokko vonden we eindelijk de wasabi, blijkbaar vond Neptunes dat we er nu klaar voor waren. De haak doet zijn werk voortreffelijk en met een doffe klap is Tonnie uit zijn lijden verlost. 

Ik zie Suus binnen de salade schaal pakken. De laatste twee tochten krijgt deze schaal een ander doel. Om drie uur ‘s nachts is de wind helemaal uit gegaan. We zijn beide kweps, misselijk en algeheel bleh. We motoren al uren terwijl de golven blijven rollen. We zijn met onze 20 ton een speelbal van de golven en dat voelen we. Suus heeft nu het stadium van Kweps gepasseerd en slaat direct door naar de alarmfase van de salade schaal. Als de schaal zijn nieuwe doel heeft voltooid is het mijn taak om deze nieuwe soort salade aan de vissen te voeren. Hierna duikt ze in bed en veranderen we onze wachten naar om de 2 uur. Kortere wachten om zo beide ook snel weer plat te kunnen. De tip om een dopje in je niet dominante oor te stoppen werkt bij mij als een tiet. Mijn kwebsheid is direct weg. 

Na 13 uur motoren gaat de wind eindelijk aan, we hebben hem te pakken en zullen hem niet meer kwijt raken de gehele tocht naar onze eerste bestemming op de Canarische Eilanden. 3 weken geleden verlieten we Europa en nu zeilen we er weer naar terug, gelukkig zijn we nog niet op de terugreis van ons avontuur. We laten een erg bijzonder land achter ons, we hebben genoten maar we merken dat na 3 weken vooral steden gezien te hebben we ook weer enorm behoefte hadden aan het ruime water en de vrijheid achter het anker. Marokko en in het bijzonder Abdullah en zijn familie hebben een warm plekje in onze herinnering. Onze bestemming is een ankerbaaitje ten zuiden van La Graciosa, een klein eilandje ten noorde van Lanzarote. 

In Sha Allah

 “Bidden is allereerst goed voor je gezondheid en hart. Wanneer we met ons voorhoofd op de grond liggen word ik al rustig. Je maakt letterlijk verbinding met de aarde waardoor ik alle spanning loslaat. Ik voel me volledig ontspannen en helemaal rustig erna.”. Het doet me denken aan meditatie. We zijn uitgenodigd door Abdullah om bij hem thuis te komen eten en om ook Kénitra, een stad 50 kilometer ten noorden van Rabat, te bezoeken. In de auto hebben we al snel bijzondere gesprekken over moslim zijn, de islam en het land Marokko. Abdullah’s broer woont in Breda en 2 andere broers wonen in Duitsland. Hij is de enige van zijn broers die in zijn geboortestad en in Marokko is gebleven. En het is heel duidelijk dat hij van het land houdt, maar hij ziet ook dat het niet altijd goed gaat.

We kletsen over politiek en de geschiedenis van de koning. Thuis aangekomen worden we verwelkomd door Abdullah’s vrouw en twee dochters in een prachtig kleurrijk huis. Een hele andere gewaarwording dan het huis van de vrouw die we op de Medina in Sale ontmoetten. Overal is zorg aan besteed en we zien nergens kleding slingeren. Een hoek van het huis is een en al bank, met bijzettafeltjes met prachtig houtsnijwerk en prachtige kleurige kussens. Daar zitten we heerlijk riant en voelen ons echt welkom. Fatima en haar jongste dochter Guda duiken de keuken in vanwaar heerlijke geuren naar buiten komen. Als Abdullah kort verdwijnt om een gebed te doen in de slaapkamer, praten wij met Manar, de oudste dochter. Zij werkt bij een verzekeringsmaatschappij en belt vanuit Marokko met Franse klanten. Ze komt net terug van de hammam. Suus vraagt direct naar tips en binnen 1 zin wordt ze al uitgenodigd om met haar mee te gaan, wat een gastvrijheid, zo bijzonder!  

Abdullah nodigde ons uit voor het eten bij zijn familie toen wij koffie met hem dronken bij ons aan boord. Hij was in de haven om met zijn team een reparatie uit te voeren aan onze buurboot, een speedboat die nauwelijks vaart maar waarvan de eigenaar wel kan zeggen dat hij “een boot in dezelfde haven als de koning” heeft. We hadden geen idee wat ons te wachten stond toen hij ons ophaalde om 1 uur ‘s mddags op zaterdag. We zouden gaan eten, en mochten ook blijven slapen. Toen we de auto instapten, en op een gegeven moment op andere plekken stopten, voelde het niet gepast om te vragen wat we gingen doen, we lieten het gebeuren. Hij reed samen met ons langs een prachtig strand, de plek waar zijn ouders hadden gewoond en wat een geweldige golfsurfspot bleek waar hij het over had gehad tijdens onze koffie. In de rivier braken de golven langs de kant zo clean en mooi dat we bijna direct surflessen boekte om hier ook van te kunnen genieten. Toen we dichter bij Kénitra kwamen, werd het steeds groener. Een groot meer geeft het landschap hier water waardoor het de plek is in de wijde omgeving waar iedereen zijn planten koopt. Langs de weg zijn grote velden, wat de tuincentra blijken te zijn. Prachtige planten, struiken en bloemen staan in grote stallen uitgestald.

Gezamenlijk zitten we aan de lage tafel in het ander deel van de kamer. De TV staat aan met een Arabische show en Fatima komt binnen met een heerlijk geurende grote schaal. Een berg met couscous, gestoomde groentes en bovenop grote stukken vettig geitenvlees. Het ziet er prachtig en heerlijk uit. De karnemelk die wij ingeschonken krijgen smaakt heerlijk. Fatima doet Suus voor hoe we het moeten eten. Het kleine bordje voor ons is er om een stukje vlees op te leggen, verder duiken we allemaal met een lepel in de grote schaal. Het voelt familiar en vertrouwd om zo “shared dining” te hebben. Later vertelt Manar dat ze normaal gesproken het met hun handen eten. Ik probeer nog aan te geven dat ik dat graag wil leren en dat we dat best kunnen doen. Abdullah lacht vriendelijk; “de volgende keer” geeft hij aan. Regelmatig liggen we met z’n 6en dubbel van het lachen en we vragen veel over het geloof en de gebruiken. Abdullah vertelt bijvoorbeeld over ajr, door hem vertaalt als punten als ik hem vraag of er op bijzondere gelegenheden naar de moskee wordt gegaan en tijdens andere specifiek thuis wordt gebeden. Het is niet zo dat je specifiek naar de moskee gaat op bepaalde momenten, maar dat bidden in de moskee wel voor meer punten zorgt. Naar de moskee gaan kan 27 punten opleveren terwijl bidden thuis goed is voor 1 of 2 punten. Na de maaltijd komen de koekjes en de zoete muntthee op tafel. Als we geïnteresseerd vragen hoe ze die maken, staan we even later met z’n allen in de keuken voor een lesje Marokkaanse thee maken, door Guda. 

We nemen afscheid van Manar als we met z’n allen weer in de auto stappen. Als we de deur uitstappen geeft Suus nogmaals een compliment over het prachtige schilderij dat naast de deur hangt, die Abdullah zelf heeft geschilderd. Direct pakt hij het op en loopt er mee naar binnen, Suus kijkt me verschrikt aan. “Het zal toch niet?”. Twee minuten later komt hij naar buiten met een opgepoetst schilderij. Hij staat er op dat we het als kado meenemen. Een intense dankbaarheid mixt zich met schuld bij Suus. Had ze het niet moeten zeggen? Werd het compliment opgevangen als verplichting om het kado te geven aan ons? We kunnen dit toch niet aannemen? We kijken elkaar met mixed feelings aan en proberen enorme dankbaarheid te tonen maar ook duidelijk te laten blijken dat het echt niet hoeft. “It is too big” zegt Suus doelend op dat het een te groot kado is. Abdullah kijkt teleurgesteld en vraagt “does it not fit?”. Hij staat er op dat we het in ontvangst nemen en loopt al met schilderij onder de arm naar beneden.

“Wauw, that is so beautiful, that stork in their nest”. Suus wijst naar een ooievaar op een lantarenpaal. “Yeah, Kénitra is the city where birds stay” antwoordt Abdullah. Als we de hoek omdraaien snappen we wat hij bedoelt. Op elke paal, op elke gevel, in bomen en op de minaretten zien we allemaal ooievaars nesten. De bellarajj, marokkaans voor ooievaar, duiken en zweven boven de straat. Waarom migreren vogels ook eigenlijk? Als je een goede plek hebt gevonden is het toch ook niet nodig om de sahara over te steken om in de koude omgeving van Nederland op zoek te gaan naar kikkers? De bellarajj hebben het goed gezien, de inwoners van deze stad houden van deze vogels en de vogels hebben het goed door, ze migreren niet meer, ze blijven hier gewoon het hele jaar door. Kénitra, de stad waar vogels blijven. Ondertussen hebben we de auto geparkeerd en lopen we in het donker door de oude medina. Het is zaterdag avond en het blijkt het moment om inkopen te doen. Als Suus struikelt over een stoeprand pakt Fatima haar bij de arm. Arm in arm lopen ze gemoedelijk verder. Als Suus Guda vraagt of ze een boyfriend heeft lacht ze hartelijk, nee hoor, daar heeft ze ook nog geen behoefte aan. “No, only when I marry”. “If I find a good man he needs to ask my dad”. Abdullah knikt. “And if it is a good man I will say yes”. Guda glimlacht en Fatima voegt toe: “But only if I tell him it is a good man”. Gezamenlijk lachen we en lopen we weer verder. Het lijkt er vanaf buiten misschien op dat haar vader bepaalt of ze mag trouwen. Maar Guda beslist zelf met een beetje advies van haar moeder. We merken een verschil tussen man en vrouw, vrouwen mogen niet samen met mannen bidden, behalve bij het Offerfeest, en na het eten ruimen de vrouwen de tafel op. Maar is dat eigenlijk echt anders dan in Nederland?

Bij terugkomst in de marina nodigen we ze uit om de boot te komen bekijken. Ze slaan twee keer een kopje thee af. Gezamenlijk maken we een polaroid en nemen we afscheid van hele bijzondere mensen. Het voelt alsof we ze al jaren kennen. Waar opmerkingen over dat we echt moeten terugkomen soms niet zo gemeend voelen, hebben we echt het gevoel dat we nooit meer naar Marokko willen komen zonder bij Abdullah en zijn familie langs te gaan. 
En hopelijk bezoeken zij ons een keer in Nederland! In Sha Allah, als God het wil.

Old Medina – de oude stad

“Wat zou er gebeuren als er hier op eens een goede windvlaag langs komt?” We lopen door de kruidenstraat in de Old Medina van Salé. De kruiden, poeders en thee ligt in enorme schalen zo hoog opgestapeld dat we ons afvragen hoe het nog zo netjes kan blijven liggen. Salé is de stad aan de andere kant van de rivier van Rabat en heeft de reputatie “to stir things up”, om dingen een beetje op te stoken. De demonstraties tegen het Franse regime in de jaren 50 startte hier, veel overheidsfunctionarissen en adviseurs van de koning komen uit Salé en de eerste piraten van Afrika hadden Salé als thuisbasis.

In deze stad ligt de Bouregreg Marina waar wij gister zijn aangekomen. In deze haven liggen ook 5 boten van de koning, maar net zoals dat de koning in elke stad een paleis heeft voor als hij op bezoek moet in andere steden heb ik het gevoel dat hij zijn boten hier zelfs nog nooit heeft gezien. Als we de Old Medina in lopen is het duidelijk een andere stad dan de grote broer aan de overkant van de rivier. Als je met het roeibootje, de lokale manier van openbaar vervoer, oversteekt over de rivier ervaar je direct een groot contrast. Rabat is de hoofdstad van de overheid en voelt veel officieler. Mensen lopen over een strakke en chique promenade en al snel zijn de eerste toeristen gespot. Duik je echter vanuit onze marina de Old Medina in van Salé, dan kom je in een hele andere wereld. Medina is vrij vertaald “stad”, de old medina is de oude stad en is vaak ommuurd met een prachtige oude muur. Binnen deze oude muur vind je een labyrint van drukke nauwe steegjes met overal stalletjes en winkeltjes. Suus en ik kijken onze ogen uit.

Als we na de kruidenstraat een volgend straatje inlopen zien we een prachtige soort glas in lood plafond, elk winkeltje heeft prachtige deuren met houtwerk en Suus waant zich in 1001 nacht met al die fantastische jurken die er hangen. Een straatje verderop duiken we weer in een totaal andere wereld. We lopen over bloed en ingewanden. Dit is de slagers straat. Een winkelende vrouw wijst een kip aan die voor onze ogen wordt geplukt en klaargemaakt om zo verpakt te worden zoals wij hem kopen in de supermarkt. Een stalletjes ernaast liggen de koeienpoten en weer verderop kijken twee ontvelde geitenhoofden ons aan. We lopen zo langzaam mogelijk om alles in ons op te nemen. Niemand valt ons lastig, iedereen lacht ons vriendelijk toe en we proeven van alles. Verschillende soorten brood, een soort sandwich met gefrituurde aubergine en gegrilde sardientjes, olijven, escargot bouillon, sapjes. Maar we blijven van de ontvelde hoofden af.

Het is alweer 2 maanden geleden dat ik zelf mijn haar voor de spiegel met een tondeuse heb staan knippen. Als mijn kuif te lang is wordt mijn tekort aan haar steeds duidelijker dus het is weer tijd om er wat aan te doen. Toch moet ik langs minimaal 10 kappers lopen voordat Suus mij heeft overtuigd dat ik naar binnen moet. Mohammed is uiteindelijk de man bij wie we naar binnen lopen. Enorm vriendelijk en lachend laat hij ons binnen. In het frans hebben we al snel lol samen en lachend probeer ik hem duidelijk te maken dat er niet al te veel af hoeft. “Tu outside photograph?”, vraagt hij in het frans engels terwijl hij naar ons en naar buiten wijst. “Denk dat hij wil dat ik een foto van buiten van jullie maak”, Suus loopt al naar buiten maar terwijl ze de foto maakt ziet ze dat hij een grap maakt. Buiten hangt een groot bord met fotos van zijn andere beroep. Een klein jongetje zit naakt met zijn benen weid met een stoere traan op zijn wang. Deze kapper gebruikt zijn scharen niet alleen voor haar maar doet ook aan besnijdenissen. Hij ligt helemaal dubbel als we het begrijpen. Ik probeer zo snel mogelijk mijn franse woorden te vinden om aan te geven dat dat bij mij niet hoeft. Samen liggen we dubbel en als ik later goed geknipt af wil rekenen wil hij eigenlijk geen geld hebben. Uiteindelijk wijst hij 20 Diram aan, en uiteindelijk druk ik het dubbele in zijn handen. Wat een ervaring weer.

Als we met ons gebrekkige Frans en onze handen en voeten overal aan het vragen zijn of ze ook Tamarinde verkopen, een ingrediënt voor hummus, komen meerdere vrouwen ons helpen. Uiteindelijk slenteren we samen met een vrouw langs verschillende stalletjes maar vinden het helaas niet. We wilden vanavond voor mijn verjaardag hummus maken voor de bevriende boten die langs kwamen. Dan maar zonder. We bedanken de vrouw, maar ze staat er op dat ze ons haar huis wilt laten zien. Wat een vriendelijkheid. Tegen de oude stadsmuur aan mogen we haar huis bekijken, de was lijkt er ontploft, overal liggen kleren. Op het dak van het woongedeelte ligt een grote golfplaat die net niet groot genoeg is waardoor als het regent de woonkamervloer in een waterballet verandert. Een grote flatscreen pronkt in het zitgedeelte en de keuken is brandschoon. Later vertelt ze ons dat ze een restaurantje heeft en nodigt ons uit daar een keer te komen eten. 

“Hi guys, we have seen your boat in Spain already”. Een Zweeds koppel staat op de steiger en we raken in gesprek. Ze blijken Yndeleau te herkennen aan het oranje masttopje en al snel staan we grappen te maken over dat wij het slechte weer meegenomen hebben. Heerlijk hoe gemoedelijk het altijd gaat tussen zeilers onderling en we nodigen ze direct uit voor mijn verjaardagsborrel vanavond. Wij duiken nog snel even op de bank om even bij te komen van alle indrukken van die dag. ‘S avonds zit de hele kuip vol met drie bevriende Nederlandse boten en de Zweedse boot. We kletsen alsof we elkaar al veel langer kennen. We bespreken de spannende aankomstkomst en er worden al snel wat sterke verhalen gedeeld. Maar ook hebben we het al snel over echte dingen, mooie gesprekken over het leven en de reis die we maken. We hadden verschillende levens maar we delen nu allemaal hetzelfde, en dat verbindt.

Aankomst op een ander continent

Warme lucht komt ons tegemoet. Het ruikt naar zand, droog warm zand. Heel iets anders dan de, ook heerlijke, maar andere lucht in het droogvallende gebied waar we in Portugal vertrokken. Daar rook het naar slik en modder. We zijn onderweg naar Marokko. 30 uur geleden hebben we Portugal verlaten en we zien op de horizon al lichten verschijnen. We hebben Rabat, de hoofdstad van Marokko in het zicht en daarmee een heel nieuw continent. “Wauw, dit is wel echt bijzonder” zegt Suus terwijl we samen strak het water afturen naar visnetten. Het Marokkaanse kustwater staat er om bekend dat er soms parallel aan de kust enorme netten worden uitgezet die net onder het wateroppervlak drijven. Officieel zouden deze verlicht moeten zijn maar dit schijnt met zulke kleine lichtjes gedaan te worden, en gecombineerd met het toch wel onrustige water verwachten we niet dat dit niet heel duidelijk te zien is. We besluiten daarom de laatste 5 uur samen wakker te zijn en Suus links, en ik rechts in het maanlicht het water af te speuren op zoek naar tekenen van visnetten. 

Na zonsondergang is het vaak pikkedonker en kan de zee om je heen beangstigend zijn. De e-reader pakken en een boek lezen voelt niet fijn, het hele zachte licht van de e-reader verblindt je dan al waardoor je bij het opkijken van je boek helemaal niks ziet. Tijdens de donkere momenten ben ik veel meer gefocust, maken “onbekende” geluiden me meer gespannen,  kiezen we er beide ook voor om minder bezig te zijn met de juiste stand van de zeilen en zijn mijn gedachten vaak minder positief. Vannacht was het zoeken naar de juiste balans van de instelling van de windvaanstuurinstallatie tijdens deze donkere periode erg frusterend. Terwijl je niet kan navigeren op het zicht blijf je turen naar het kompas. Met deze mechanische stuurinstallatie slingeren we redelijk. Zo blijven we perfect op dezelfde koers ten opzichte van de wind varen maar zo is het kompas niet de juiste raadgever voor de juiste koers. Op de tablet kan ik wel zien of we een goede koers hebben gevaren maar dat lukt pas na een tijdje. Slingert hij wel gemiddeld naar de goede richting? Zo kunnen we soms wel een uur bezig zijn met de boot in de juiste balans krijgen om haar in de juiste richting te krijgen. Als de maan aanwezig is het een totaal andere wereld. Je begint duidelijk de contouren van de zee om je heen te zien, een geluid plaats je sneller en ik kan me soms heerlijk in een e-book verliezen. Het voelt als een wereld van verschil. 

Na 3 uur lang turen over het water hebben we geen visnet gevonden maar varen we fantastisch met 7 tot 8 knopen per uur met sneltreinvaart richting de zand geur. We mogen Rabat alleen in als de swell, de golfslag, onder de 2 meter is. Jaren geleden is hier een schip gekapseisd en is er tragisch een opvarende verdronken. Sindsdien sluit de haven en mag er niet meer ingevaren worden als de golfslag te hoog is. Naast de swell waar we rekening mee moeten houden is met onze diepgang van 2.5 meter het ook belangrijk dat we twee uur voor of twee uur na hoogwater naar binnen gaan. Anders lopen we vast. Dat geeft ons twee opties deze dag, we kunnen rond 6 uur ’s ochtends of rond 7 ’s avonds binnenlopen.

Twee dagen geleden vertrokken we met een voorspelling van 1.3 meter swell voor de gehele dag. Onderweg hebben we op onze radio al met twee tankers gesproken die aangaven dat de voorspelling van de swell inmiddels is toegenomen naar 1.7 tot 2.1 meter. “Het zal er om spannen lieverd” zeg ik terwijl ik opnieuw naar binnen duik. Op basis van de informatie van de kapitein van een 290 meter groot vrachtschip horen we ook dat de wind gaat draaien waardoor de uitwijkmogelijkheid naar de volgende haven 35 mijl tegen de wind in ligt.  Dat zou een uur of 8 verder varen betekenen. “The morning option would be definitately the best choice with the lowest swell” geeft hij aan. We springen naar buiten en zetten letterlijk alle zeilen bij. Geconcentreerd proberen we alle snelheid uit Yndeleau te halen om de vroege optie te halen. Zo scheuren we nu op Rabat af.

We proberen elke 10 minuten contact op te nemen met de Bourgageg Marina om te informeren of de haven geopend is. Twee uur voordat onze ETA onze aankomst voorspelt lijkt het alsof we een boot uit de haven zien komen. “Jur, ik zie een boot uit de haven komen, yehess. Dan is de haven nog open!”, roept Suus van binnen terwijl ik op de visnet uitkijk blijf staan. “Oh, wacht. Het is de Choctaw.” Het blijken onze vrienden te zijn die wat eerder dan ons zijn vertrokken uit Portugal. “Dan is hij dus niet open? Zouden ze al op weg zijn naar de uitwijkhaven?”. We roepen ze op via de radio en krijgen een lichtelijk gefrustreerde reactie. Ze liggen al bijna 6 uur te wachten voor de haveningang, maar om 8 uur zullen we meer duidelijkheid krijgen. “We moeten wachten tot zonsopkomst, dan gaat de pilot visueel inschatten of het veilig is om naar binnen te komen”. Niks voorspelmodellen, apps of websites die vertellen hoe hoog de swell is. Ze hebben zonlicht nodig om te bepalen of het wel of niet veilig is, het gaat er echt om spannen.  We halen flink wat voorzeil weg om nu juist de snelheid er uit te halen, we zullen 3 uur moeten wachten, hopelijk wel op goed nieuws.

“Speed, speed, make speed” klinkt het met een lichte spanning uit de radio. Het is het enige wat we begrijpen van de pilot over de radio. We mogen naar binnen en intussen is ook de derde Nederlandse boot aangekomen en zo zullen we met drie boten achter de pilot boot de haveningang invaren. Voor ons vaart de Choctaw en als we dichter bij de ingang komen zie ik heftige brekers ontstaan. Met klamme handjes houd ik met witte knokkels het stuur vast. De golven van achter duwen je van links en dan weer naar rechts. Hard stuur ik bij en ik geef nog meer gas. “Speed, more speed” hoor ik nogmaals terwijl ik de Choctaw heftig heen en weer zie surfen op een aantal brekers. Ik geef nog meer gas en zie onze toerenteller naar een aantal gaan die de motor bij ons nog nooit heeft gelopen. Ik vergeet de dieptemeter of ook maar verder om me heen te kijken. Ik voel me een met Yndeleau, en op deze momenten laat ze ons niet in de steek. Ik stuur haar volledig recht door de golven en zoals we de golfen uit het niets zagen opdoemen zo is het ook opeens vlak.

Om me heen zie ik een nieuwe wereld. De zonsopkomst geeft een magische kleur aan de pier. Aan de rechterkant zie ik in gele stenen een kasteel en oude muren. Voor ons steekt een roeibootje over en zien we een soort visafslag. Alle mannen staan ons aan te zwaaien en Suus wordt al bewonderd. We zijn er gewoon, en we moeten nu voor het eerst inklaren. We zijn van de EU nu naar een ander land gevaren, dat betekent dat we “door de duane” moeten. Door de pilot worden we naar een steiger geleidt waar we worden ontvangen met zoete marokaanse thee. Stiekem drinken we met de drie Nederlandse boten er ook een berenburgje bij. Hier zal de politie en duane komen om paspoorten en de boten te checken. Van zeilers die hier een tijdje geleden aankwamen hoorde we dat er ook soms een hond de boot afsnuffeld. Bij ons gaat het enorm gemoederlijk en binnen een uurtje mogen we doorvaren naar de haven. Hier genieten we van ons “ankerbiertje”, ruimen we de boot wat op en duiken dan even op de bank. Na even lekker bijgekletst en wat gegeten te hebben besluiten we eventjes op bed te gaan liggen. Heerlijk om weer bij elkaar in bed te liggen en we zijn binnen vijf minuten vertrokken.

“Jur, het is al 6 uur.” We hebben drie uur geslapen denk ik nog als Suus me wakker maakt. Dan hoor ik de oproep voor het gebed uit de naastgelegen moskee komen en realiseren we ons dat we 16 uur geslapen hebben! Als de zon op komt blijkt het een mooie dag te worden. Rustig staan we op en hijzen de gennaker en de zeilen om ze te laten drogen. Een ontspannen sfeer heerst er in de haven als steeds meer boten hun zeilen hijzen. Er blijkt nog een Nederlandse boot aangekomen te zijn gisteravond en iedereen loopt bij elkaar langs om even te praten nog over de tocht. Genietend staan we de boot af te soppen van het zoute water. We zijn gewoon naar een ander contintent gevaren. Het voelt alsof we steeds meer echte vertrekkers worden. 

Just in time management

Een vallende ster valt recht voor de boot en aan de zijkant bruist het lichtgevende water langs de boot. Zojuist is het weer pikkedonker geworden terwijl er nog wel visnetten in onze vaarroute liggen. Deze liggen erg diep maar de boeien die de vissers aangeeft waar de netten liggen kunnen we vervelend blijven steken achter onze anodes of in het ergste geval in de schroef komen en motorproblemen veroorzaken. Ik leun op de daghouse en blijf turen in het donker. Langzaam maar zeker zie ik steeds meer in het volledige vlakke water. Het motoren geeft nog veel onrust, het vertrouwen moet nog groeien in de motor en aandrijving, maar een oceaan als een spiegel is wel prachtig. Ze heeft zo veel gezichten. Na 1,5 uur geen vissersnet meer gezien te hebben durf ik met vertrouwen weer te gaan zitten. De netten zijn er niet meer, of ik zie ze niet.

We zijn op weg richting Faro en varen langs de Algarve. Suus haar ouders komen ons hier opzoeken. Gister vertrokken we uit Seixal bij Lissabon, een heerlijk idyllisch plekje die ons eindelijk de gewenste ontspanning bracht, totdat we besloten de vloer uit de WC open te breken om toch het laatste stukje bilge (huid van boot) te checken. Over intuïtie en voorgevoel gesproken vonden we daar een op het oog erg slecht roestig plekje. We besloten direct dat we om verder te kijken naar dit plekje het water uit wilden. Stel dat we opeens dat laatste stukje staal weg zouden trekken en er water in de boot zou lopen? Na 2 nachten wachten en slecht slapen konden we het water uit en het plekje eens goed te grazen nemen met een hamer. In mijn dromen die 2 nachten had ik er al meerdere malen doorheen gedrukt, en was het alleen nog de antifouling verf aan de buiten kant die ons redde van een zinkende boot. Maar al hamerend bleken deze dromen duidelijk bedrog en kwamen we er niet doorheen. Omdat roest putvormig kan zijn (kleine ronde putjes) was het zaak om echt alles helemaal goed schoon en roestvrij te maken om visueel maar daarna ook met ultrasone geluid meetapparatuur de dikte van het staal te meten. Volgens de keurmerken mag je 30% van je huiddikte verliezen door roest, bij meer heb je een probleem. De oplossing is dan om een stuk van de huid uit te slijpen en een nieuw stuk staal er in te lassen. We werden al bang voor ons weekendje met Suus haar ouders. Na wel honderden meetpunten genomen te hebben opende we ’s avonds laat een biertje. Het was allemaal goed en we zaten nergens over die 30% heen. Volledig vertrouwen in de huid, een laag epoxy primer en ook al wat “wachtklussen” later konden we weer bij hoogwater het water in. We vertrekken precies op tijd naar Faro en het lijkt alsof ons weekendje met Suus haar ouders nog niet in het water is gevallen.

“Ai, we hebben ergens een lekkage. Ik weet niet precies wat het is, diesel of water”.  Vlak voordat ik naar bed zou gaan check ik de motorruimte nog even en zie water druppelen uit het plafond. Het lijkt vanuit de bun te komen waar ook een van de dieseltanks zit. We besluiten de hele bun leeg te halen; fietsjes, tassen met lijnen, ons drijfanker, een zonnekleed, alles gaat er uit. Suus duikt de bun in en geeft alles aan en ik til alles naar binnen. Wat we alleen vergeten is dat de boot heen en weer beweegt. We zitten op open zee. Nadat ik net een grote tas met lijnen naar binnen heb gezet kijk ik naar buiten en zie ik in een split second Suus haar hand op de opening en zie ik vertraagd de deksel dicht vallen. Een rilling trekt door me heen en ik sprint naar buiten. Als ik de klep open zie Suus in elkaar gedoken met een van pijn getrokken gezicht zitten. Pff dit zal toch niet, minimaal 15 uur varen naar land. Het stalen deksel niet licht, en erg puntig. Kan me bijna niet voorstellen dat ze niks heeft gebroken. De koude biertjes worden direct uit de koelkast gehaald als koeling en in eerste instantie lijkt het redelijk goed te gaan maar dan begint de pijn te komen. Gelukkig blijkt na de nacht dat ze haar hand nog redelijk kan bewegen en na aankomst in Faro en een bezoekje aan het ziekenhuis lijkt ze heel erg geluk gehad te hebben. Geen breukje, waarschijnlijk een kapsel of een spier die een grote klap heeft gehad maar geen gips. 20 uur later komen we aan in Faro en 5 uur later komen Suus haar ouders. We hebben het op een of andere manier weer geflikt. Just in time!