Old Medina – de oude stad

“Wat zou er gebeuren als er hier op eens een goede windvlaag langs komt?” We lopen door de kruidenstraat in de Old Medina van Salé. De kruiden, poeders en thee ligt in enorme schalen zo hoog opgestapeld dat we ons afvragen hoe het nog zo netjes kan blijven liggen. Salé is de stad aan de andere kant van de rivier van Rabat en heeft de reputatie “to stir things up”, om dingen een beetje op te stoken. De demonstraties tegen het Franse regime in de jaren 50 startte hier, veel overheidsfunctionarissen en adviseurs van de koning komen uit Salé en de eerste piraten van Afrika hadden Salé als thuisbasis.

In deze stad ligt de Bouregreg Marina waar wij gister zijn aangekomen. In deze haven liggen ook 5 boten van de koning, maar net zoals dat de koning in elke stad een paleis heeft voor als hij op bezoek moet in andere steden heb ik het gevoel dat hij zijn boten hier zelfs nog nooit heeft gezien. Als we de Old Medina in lopen is het duidelijk een andere stad dan de grote broer aan de overkant van de rivier. Als je met het roeibootje, de lokale manier van openbaar vervoer, oversteekt over de rivier ervaar je direct een groot contrast. Rabat is de hoofdstad van de overheid en voelt veel officieler. Mensen lopen over een strakke en chique promenade en al snel zijn de eerste toeristen gespot. Duik je echter vanuit onze marina de Old Medina in van Salé, dan kom je in een hele andere wereld. Medina is vrij vertaald “stad”, de old medina is de oude stad en is vaak ommuurd met een prachtige oude muur. Binnen deze oude muur vind je een labyrint van drukke nauwe steegjes met overal stalletjes en winkeltjes. Suus en ik kijken onze ogen uit.

Als we na de kruidenstraat een volgend straatje inlopen zien we een prachtige soort glas in lood plafond, elk winkeltje heeft prachtige deuren met houtwerk en Suus waant zich in 1001 nacht met al die fantastische jurken die er hangen. Een straatje verderop duiken we weer in een totaal andere wereld. We lopen over bloed en ingewanden. Dit is de slagers straat. Een winkelende vrouw wijst een kip aan die voor onze ogen wordt geplukt en klaargemaakt om zo verpakt te worden zoals wij hem kopen in de supermarkt. Een stalletjes ernaast liggen de koeienpoten en weer verderop kijken twee ontvelde geitenhoofden ons aan. We lopen zo langzaam mogelijk om alles in ons op te nemen. Niemand valt ons lastig, iedereen lacht ons vriendelijk toe en we proeven van alles. Verschillende soorten brood, een soort sandwich met gefrituurde aubergine en gegrilde sardientjes, olijven, escargot bouillon, sapjes. Maar we blijven van de ontvelde hoofden af.

Het is alweer 2 maanden geleden dat ik zelf mijn haar voor de spiegel met een tondeuse heb staan knippen. Als mijn kuif te lang is wordt mijn tekort aan haar steeds duidelijker dus het is weer tijd om er wat aan te doen. Toch moet ik langs minimaal 10 kappers lopen voordat Suus mij heeft overtuigd dat ik naar binnen moet. Mohammed is uiteindelijk de man bij wie we naar binnen lopen. Enorm vriendelijk en lachend laat hij ons binnen. In het frans hebben we al snel lol samen en lachend probeer ik hem duidelijk te maken dat er niet al te veel af hoeft. “Tu outside photograph?”, vraagt hij in het frans engels terwijl hij naar ons en naar buiten wijst. “Denk dat hij wil dat ik een foto van buiten van jullie maak”, Suus loopt al naar buiten maar terwijl ze de foto maakt ziet ze dat hij een grap maakt. Buiten hangt een groot bord met fotos van zijn andere beroep. Een klein jongetje zit naakt met zijn benen weid met een stoere traan op zijn wang. Deze kapper gebruikt zijn scharen niet alleen voor haar maar doet ook aan besnijdenissen. Hij ligt helemaal dubbel als we het begrijpen. Ik probeer zo snel mogelijk mijn franse woorden te vinden om aan te geven dat dat bij mij niet hoeft. Samen liggen we dubbel en als ik later goed geknipt af wil rekenen wil hij eigenlijk geen geld hebben. Uiteindelijk wijst hij 20 Diram aan, en uiteindelijk druk ik het dubbele in zijn handen. Wat een ervaring weer.

Als we met ons gebrekkige Frans en onze handen en voeten overal aan het vragen zijn of ze ook Tamarinde verkopen, een ingrediënt voor hummus, komen meerdere vrouwen ons helpen. Uiteindelijk slenteren we samen met een vrouw langs verschillende stalletjes maar vinden het helaas niet. We wilden vanavond voor mijn verjaardag hummus maken voor de bevriende boten die langs kwamen. Dan maar zonder. We bedanken de vrouw, maar ze staat er op dat ze ons haar huis wilt laten zien. Wat een vriendelijkheid. Tegen de oude stadsmuur aan mogen we haar huis bekijken, de was lijkt er ontploft, overal liggen kleren. Op het dak van het woongedeelte ligt een grote golfplaat die net niet groot genoeg is waardoor als het regent de woonkamervloer in een waterballet verandert. Een grote flatscreen pronkt in het zitgedeelte en de keuken is brandschoon. Later vertelt ze ons dat ze een restaurantje heeft en nodigt ons uit daar een keer te komen eten. 

“Hi guys, we have seen your boat in Spain already”. Een Zweeds koppel staat op de steiger en we raken in gesprek. Ze blijken Yndeleau te herkennen aan het oranje masttopje en al snel staan we grappen te maken over dat wij het slechte weer meegenomen hebben. Heerlijk hoe gemoedelijk het altijd gaat tussen zeilers onderling en we nodigen ze direct uit voor mijn verjaardagsborrel vanavond. Wij duiken nog snel even op de bank om even bij te komen van alle indrukken van die dag. ‘S avonds zit de hele kuip vol met drie bevriende Nederlandse boten en de Zweedse boot. We kletsen alsof we elkaar al veel langer kennen. We bespreken de spannende aankomstkomst en er worden al snel wat sterke verhalen gedeeld. Maar ook hebben we het al snel over echte dingen, mooie gesprekken over het leven en de reis die we maken. We hadden verschillende levens maar we delen nu allemaal hetzelfde, en dat verbindt.

Aankomst op een ander continent

Warme lucht komt ons tegemoet. Het ruikt naar zand, droog warm zand. Heel iets anders dan de, ook heerlijke, maar andere lucht in het droogvallende gebied waar we in Portugal vertrokken. Daar rook het naar slik en modder. We zijn onderweg naar Marokko. 30 uur geleden hebben we Portugal verlaten en we zien op de horizon al lichten verschijnen. We hebben Rabat, de hoofdstad van Marokko in het zicht en daarmee een heel nieuw continent. “Wauw, dit is wel echt bijzonder” zegt Suus terwijl we samen strak het water afturen naar visnetten. Het Marokkaanse kustwater staat er om bekend dat er soms parallel aan de kust enorme netten worden uitgezet die net onder het wateroppervlak drijven. Officieel zouden deze verlicht moeten zijn maar dit schijnt met zulke kleine lichtjes gedaan te worden, en gecombineerd met het toch wel onrustige water verwachten we niet dat dit niet heel duidelijk te zien is. We besluiten daarom de laatste 5 uur samen wakker te zijn en Suus links, en ik rechts in het maanlicht het water af te speuren op zoek naar tekenen van visnetten. 

Na zonsondergang is het vaak pikkedonker en kan de zee om je heen beangstigend zijn. De e-reader pakken en een boek lezen voelt niet fijn, het hele zachte licht van de e-reader verblindt je dan al waardoor je bij het opkijken van je boek helemaal niks ziet. Tijdens de donkere momenten ben ik veel meer gefocust, maken “onbekende” geluiden me meer gespannen,  kiezen we er beide ook voor om minder bezig te zijn met de juiste stand van de zeilen en zijn mijn gedachten vaak minder positief. Vannacht was het zoeken naar de juiste balans van de instelling van de windvaanstuurinstallatie tijdens deze donkere periode erg frusterend. Terwijl je niet kan navigeren op het zicht blijf je turen naar het kompas. Met deze mechanische stuurinstallatie slingeren we redelijk. Zo blijven we perfect op dezelfde koers ten opzichte van de wind varen maar zo is het kompas niet de juiste raadgever voor de juiste koers. Op de tablet kan ik wel zien of we een goede koers hebben gevaren maar dat lukt pas na een tijdje. Slingert hij wel gemiddeld naar de goede richting? Zo kunnen we soms wel een uur bezig zijn met de boot in de juiste balans krijgen om haar in de juiste richting te krijgen. Als de maan aanwezig is het een totaal andere wereld. Je begint duidelijk de contouren van de zee om je heen te zien, een geluid plaats je sneller en ik kan me soms heerlijk in een e-book verliezen. Het voelt als een wereld van verschil. 

Na 3 uur lang turen over het water hebben we geen visnet gevonden maar varen we fantastisch met 7 tot 8 knopen per uur met sneltreinvaart richting de zand geur. We mogen Rabat alleen in als de swell, de golfslag, onder de 2 meter is. Jaren geleden is hier een schip gekapseisd en is er tragisch een opvarende verdronken. Sindsdien sluit de haven en mag er niet meer ingevaren worden als de golfslag te hoog is. Naast de swell waar we rekening mee moeten houden is met onze diepgang van 2.5 meter het ook belangrijk dat we twee uur voor of twee uur na hoogwater naar binnen gaan. Anders lopen we vast. Dat geeft ons twee opties deze dag, we kunnen rond 6 uur ’s ochtends of rond 7 ’s avonds binnenlopen.

Twee dagen geleden vertrokken we met een voorspelling van 1.3 meter swell voor de gehele dag. Onderweg hebben we op onze radio al met twee tankers gesproken die aangaven dat de voorspelling van de swell inmiddels is toegenomen naar 1.7 tot 2.1 meter. “Het zal er om spannen lieverd” zeg ik terwijl ik opnieuw naar binnen duik. Op basis van de informatie van de kapitein van een 290 meter groot vrachtschip horen we ook dat de wind gaat draaien waardoor de uitwijkmogelijkheid naar de volgende haven 35 mijl tegen de wind in ligt.  Dat zou een uur of 8 verder varen betekenen. “The morning option would be definitately the best choice with the lowest swell” geeft hij aan. We springen naar buiten en zetten letterlijk alle zeilen bij. Geconcentreerd proberen we alle snelheid uit Yndeleau te halen om de vroege optie te halen. Zo scheuren we nu op Rabat af.

We proberen elke 10 minuten contact op te nemen met de Bourgageg Marina om te informeren of de haven geopend is. Twee uur voordat onze ETA onze aankomst voorspelt lijkt het alsof we een boot uit de haven zien komen. “Jur, ik zie een boot uit de haven komen, yehess. Dan is de haven nog open!”, roept Suus van binnen terwijl ik op de visnet uitkijk blijf staan. “Oh, wacht. Het is de Choctaw.” Het blijken onze vrienden te zijn die wat eerder dan ons zijn vertrokken uit Portugal. “Dan is hij dus niet open? Zouden ze al op weg zijn naar de uitwijkhaven?”. We roepen ze op via de radio en krijgen een lichtelijk gefrustreerde reactie. Ze liggen al bijna 6 uur te wachten voor de haveningang, maar om 8 uur zullen we meer duidelijkheid krijgen. “We moeten wachten tot zonsopkomst, dan gaat de pilot visueel inschatten of het veilig is om naar binnen te komen”. Niks voorspelmodellen, apps of websites die vertellen hoe hoog de swell is. Ze hebben zonlicht nodig om te bepalen of het wel of niet veilig is, het gaat er echt om spannen.  We halen flink wat voorzeil weg om nu juist de snelheid er uit te halen, we zullen 3 uur moeten wachten, hopelijk wel op goed nieuws.

“Speed, speed, make speed” klinkt het met een lichte spanning uit de radio. Het is het enige wat we begrijpen van de pilot over de radio. We mogen naar binnen en intussen is ook de derde Nederlandse boot aangekomen en zo zullen we met drie boten achter de pilot boot de haveningang invaren. Voor ons vaart de Choctaw en als we dichter bij de ingang komen zie ik heftige brekers ontstaan. Met klamme handjes houd ik met witte knokkels het stuur vast. De golven van achter duwen je van links en dan weer naar rechts. Hard stuur ik bij en ik geef nog meer gas. “Speed, more speed” hoor ik nogmaals terwijl ik de Choctaw heftig heen en weer zie surfen op een aantal brekers. Ik geef nog meer gas en zie onze toerenteller naar een aantal gaan die de motor bij ons nog nooit heeft gelopen. Ik vergeet de dieptemeter of ook maar verder om me heen te kijken. Ik voel me een met Yndeleau, en op deze momenten laat ze ons niet in de steek. Ik stuur haar volledig recht door de golven en zoals we de golfen uit het niets zagen opdoemen zo is het ook opeens vlak.

Om me heen zie ik een nieuwe wereld. De zonsopkomst geeft een magische kleur aan de pier. Aan de rechterkant zie ik in gele stenen een kasteel en oude muren. Voor ons steekt een roeibootje over en zien we een soort visafslag. Alle mannen staan ons aan te zwaaien en Suus wordt al bewonderd. We zijn er gewoon, en we moeten nu voor het eerst inklaren. We zijn van de EU nu naar een ander land gevaren, dat betekent dat we “door de duane” moeten. Door de pilot worden we naar een steiger geleidt waar we worden ontvangen met zoete marokaanse thee. Stiekem drinken we met de drie Nederlandse boten er ook een berenburgje bij. Hier zal de politie en duane komen om paspoorten en de boten te checken. Van zeilers die hier een tijdje geleden aankwamen hoorde we dat er ook soms een hond de boot afsnuffeld. Bij ons gaat het enorm gemoederlijk en binnen een uurtje mogen we doorvaren naar de haven. Hier genieten we van ons “ankerbiertje”, ruimen we de boot wat op en duiken dan even op de bank. Na even lekker bijgekletst en wat gegeten te hebben besluiten we eventjes op bed te gaan liggen. Heerlijk om weer bij elkaar in bed te liggen en we zijn binnen vijf minuten vertrokken.

“Jur, het is al 6 uur.” We hebben drie uur geslapen denk ik nog als Suus me wakker maakt. Dan hoor ik de oproep voor het gebed uit de naastgelegen moskee komen en realiseren we ons dat we 16 uur geslapen hebben! Als de zon op komt blijkt het een mooie dag te worden. Rustig staan we op en hijzen de gennaker en de zeilen om ze te laten drogen. Een ontspannen sfeer heerst er in de haven als steeds meer boten hun zeilen hijzen. Er blijkt nog een Nederlandse boot aangekomen te zijn gisteravond en iedereen loopt bij elkaar langs om even te praten nog over de tocht. Genietend staan we de boot af te soppen van het zoute water. We zijn gewoon naar een ander contintent gevaren. Het voelt alsof we steeds meer echte vertrekkers worden. 

Just in time management

Een vallende ster valt recht voor de boot en aan de zijkant bruist het lichtgevende water langs de boot. Zojuist is het weer pikkedonker geworden terwijl er nog wel visnetten in onze vaarroute liggen. Deze liggen erg diep maar de boeien die de vissers aangeeft waar de netten liggen kunnen we vervelend blijven steken achter onze anodes of in het ergste geval in de schroef komen en motorproblemen veroorzaken. Ik leun op de daghouse en blijf turen in het donker. Langzaam maar zeker zie ik steeds meer in het volledige vlakke water. Het motoren geeft nog veel onrust, het vertrouwen moet nog groeien in de motor en aandrijving, maar een oceaan als een spiegel is wel prachtig. Ze heeft zo veel gezichten. Na 1,5 uur geen vissersnet meer gezien te hebben durf ik met vertrouwen weer te gaan zitten. De netten zijn er niet meer, of ik zie ze niet.

We zijn op weg richting Faro en varen langs de Algarve. Suus haar ouders komen ons hier opzoeken. Gister vertrokken we uit Seixal bij Lissabon, een heerlijk idyllisch plekje die ons eindelijk de gewenste ontspanning bracht, totdat we besloten de vloer uit de WC open te breken om toch het laatste stukje bilge (huid van boot) te checken. Over intuïtie en voorgevoel gesproken vonden we daar een op het oog erg slecht roestig plekje. We besloten direct dat we om verder te kijken naar dit plekje het water uit wilden. Stel dat we opeens dat laatste stukje staal weg zouden trekken en er water in de boot zou lopen? Na 2 nachten wachten en slecht slapen konden we het water uit en het plekje eens goed te grazen nemen met een hamer. In mijn dromen die 2 nachten had ik er al meerdere malen doorheen gedrukt, en was het alleen nog de antifouling verf aan de buiten kant die ons redde van een zinkende boot. Maar al hamerend bleken deze dromen duidelijk bedrog en kwamen we er niet doorheen. Omdat roest putvormig kan zijn (kleine ronde putjes) was het zaak om echt alles helemaal goed schoon en roestvrij te maken om visueel maar daarna ook met ultrasone geluid meetapparatuur de dikte van het staal te meten. Volgens de keurmerken mag je 30% van je huiddikte verliezen door roest, bij meer heb je een probleem. De oplossing is dan om een stuk van de huid uit te slijpen en een nieuw stuk staal er in te lassen. We werden al bang voor ons weekendje met Suus haar ouders. Na wel honderden meetpunten genomen te hebben opende we ’s avonds laat een biertje. Het was allemaal goed en we zaten nergens over die 30% heen. Volledig vertrouwen in de huid, een laag epoxy primer en ook al wat “wachtklussen” later konden we weer bij hoogwater het water in. We vertrekken precies op tijd naar Faro en het lijkt alsof ons weekendje met Suus haar ouders nog niet in het water is gevallen.

“Ai, we hebben ergens een lekkage. Ik weet niet precies wat het is, diesel of water”.  Vlak voordat ik naar bed zou gaan check ik de motorruimte nog even en zie water druppelen uit het plafond. Het lijkt vanuit de bun te komen waar ook een van de dieseltanks zit. We besluiten de hele bun leeg te halen; fietsjes, tassen met lijnen, ons drijfanker, een zonnekleed, alles gaat er uit. Suus duikt de bun in en geeft alles aan en ik til alles naar binnen. Wat we alleen vergeten is dat de boot heen en weer beweegt. We zitten op open zee. Nadat ik net een grote tas met lijnen naar binnen heb gezet kijk ik naar buiten en zie ik in een split second Suus haar hand op de opening en zie ik vertraagd de deksel dicht vallen. Een rilling trekt door me heen en ik sprint naar buiten. Als ik de klep open zie Suus in elkaar gedoken met een van pijn getrokken gezicht zitten. Pff dit zal toch niet, minimaal 15 uur varen naar land. Het stalen deksel niet licht, en erg puntig. Kan me bijna niet voorstellen dat ze niks heeft gebroken. De koude biertjes worden direct uit de koelkast gehaald als koeling en in eerste instantie lijkt het redelijk goed te gaan maar dan begint de pijn te komen. Gelukkig blijkt na de nacht dat ze haar hand nog redelijk kan bewegen en na aankomst in Faro en een bezoekje aan het ziekenhuis lijkt ze heel erg geluk gehad te hebben. Geen breukje, waarschijnlijk een kapsel of een spier die een grote klap heeft gehad maar geen gips. 20 uur later komen we aan in Faro en 5 uur later komen Suus haar ouders. We hebben het op een of andere manier weer geflikt. Just in time!

Biskaje oversteek

7 september:  Golf van biskaje 1e dag

Oceaan deining. We praatte er altijd over maar nu voelen we het echt. Hele lange en hoge golfen. Je lijkt tegen een muur van water te kijken, dan voel je Yndeleau iets omhoog komen en heel rustig tegen de want opklimmen. Dan helt ze iets om en zakt ze heel zachtjes weer naar beneden. Boven op de de golf kijk je naar de horizon en zie je dat je wel erg hoog vaart, onder in het dal kijk je juist omhoog terwijl je weinig het gevoel hebt dat je beweegt. Helaas is de wind gedraaid en komt de wind nu van achter waar hij eerst van de zijkant kwam. Daardoor komt de lange en hoge oceaandeining van opzij maar zijn er ook al korte golven ontstaan door de wind van achter. Het rustig op en neer klimmen wordt afgewisseld met kortere stijle klappen van achter. Zo wordt het op en neer klimmen op de lang besproken oceaan golven ook niet meer zo soepel maar rollen we van links naar rechts en kan niks meer op 1 plek blijven staan. – Piep – piep –  dan geeft de dieptemeter opeens 11 en daarna 5 meter aan. Suus en ik kijken elkaar aan. “Huh dat kan niet.” “Het zou hier overaal 100 tot 150 meter diep moeten zijn.” Suus duikt naar binnen en gelukkig bevestigen de kaarten dit. Als ze buiten komt geeft de meter 3 streepjes. Dat lijkt te betekenen dat hij geen connectie meer heeft. Suus kijkt meteen binnen even of er geen water in de bilge staat. Ik klik door de menu’s heen maar zo makkelijk krijgen we het niet. “Jur, geen paniek maar er staat flink wat water”. We duiken samen naar binnen terwijl we van links naar rechts geschud worden. Direct steek ik een vinger in het water en proef, een jaar geleden douchte ik 2 keer per dag en nu steek ik bijna elke dag wel een vinger met een onbekende vloeistof in mijn mond, wat verander je van zo’n boot zeg. “Wel wat zoutig maar niet puur zeewater, dat is positief”. Suus heeft ondertussen andere planken van de vloer open en ziet dat er ook onder de keuken een plasje ligt. Ik maak de ruimte waar de dieptemeter in zit kurkdroog om zo een goed meetpunt te hebben of het lekt en sluit dit compartiment af van de anderen zodat er geen water van andere compartimenten hierin kan komen. Suus komt met het slimme idee om er krijt omheen te tekenen, doordat het water het krijt oplost zie je meteen waar het vandaan komt. “Als we er om heen een rondje tekenen en dan van boven elke ruimte ook een streep weten we precies waar het water vandaan komt.” Terwijl ze de bilge bekrijt schroef ik het instrument open, hopende dat er misschien een draadje los zit. Terwijl ik de draadjes controleer en er af en er weer op wil zetten trek ik het pinnetje kapot. Nu is het echt gedaan voor nu. Boos en geïrriteerd draai ik het instrument niet werkend weer terug. Suus steekt haar hoofd met haar ogen al half dicht uit de kuip; “Lief, vind je het goed als ik even ga slapen, er is nog geen lekkage te zien?”, ik hoor mezelf “natuurlijk” antwoorden terwijl ik merk dat ik haar aanwezigheid nu juist even nodig heb. Terwijl Suus ligt te slapen eet ik mezelf 2 uur lang op, elk geluidje is weer nieuw en maakt me gespannen. Het vertrouwen in Yndeleau is duidelijk nog wankel. Ik twijfel over de mast, is die wel sterk genoeg, is de nieuwe verstaging wel goed gespannen en waar komt dat water toch vandaan? Als ik gestommel hoor en mijn uitgeruste vriendin naar buiten zie komen wordt ik al rustiger. 5 fminuten daarvoor kondigde een enkele dolfijn al een show aan en als Suus naar buiten Stapt, lopen we met z’n tweeën aangelijnd naar voren en gaan op het bootje genieten van de dansende en springende beesten. “Ik ben weer heel gespannen, zo’n moment van water in de bilge en het niet lukken van de dieptemeter doet mijn vertrouwen meteen wankelen.”, Suus luistert naar mijn ontboezeming. Wat is ze ook fantastisch, het lucht me meteen op. Het is ook logisch dat we vertrouwen op moeten doen in Yndeleau. Ze geniet duidelijk van onze reis maar heeft zo af en toe nog de behoefte zich nukkig en onwillig op te stellen. Ondanks dat tegenslagen mij harder uit het veld slaan dan in het begin hebben we wel beide het gevoel dat alle grillen van Yndeleau ons weer sterker maakt, het leert ons weer hoe we met haar maar ook met tegenslagen in het algemeen om moeten gaan.

 

 

8 september 2019: Golf van Biskaje 2e dag

“Suus, als je wakker bent moet je snel buiten komen”. 2 minuten daarvoor ben ik met het felle licht van mijn hoofdlamp de Genua aan het trimmen. Ik schrik en zie een donkere vlek in het water. Een snuif. Een plens water. Zou het dan de walvissen show zijn? Het is pikkedonker maar als ik naar het water een meter verder op kijk, zie ik meerdere witte vlekken in het water. Het ziet er erg onrustig uit met veel wit water, dan zie ik ook glinsterende visjes uit het water springen. Ik leg de genua vast en ga hoger staan zodat de reflectie in de roestvrijstalen zee-railing me niet verblind. Dan zie ik op centimeters van me vandaan een dolfijn uit het water breken. Glinsterende visjes proberen springend weg te komen. “Heel veel dolfijnen, en ze zijn aan het jagen lief!”. Samen kijken we naar schuimend water naast de boot. Met de grote schijnwerper schijnen we op het water en er zijn wel 30 dolfijnen aan het springen en tuimelen. Tot wel 50 meter verderop schieten steeds kleine zilveren glinsterende visjes uit het water om te ontsnappen aan de snuit van de dolfijn. “Zouden ze de boot gebruiken om de visjes klem te zetten?” Een half uur zitten we samen te genieten en dan is het tijd voor mijn slaapje.

We genieten van een ontbijtje halverwege de Golf van Biskaje. We zijn net het continentaal plat voorbij. Evenwijdig aan de kust van Frankrijk en Spanje zie je op ongeveer 60 km een diepte lijn lopen op de kaart. Hier gaat het water van 100 meter diep in één keer naar 4 kilometer diepte. Door deze muur onderwater is de Golf van Biskaje ook berucht. Met storm uit het zuidwesten kan de wind heel veel water tegen deze muur onderwater opduwen dat die boven water nog grotere en hele stijle onrustige golfen kan opwerpen. Gelukkig hebben wij een rustige noordwesten wind maar in de buurt van de muur wordt de golfslag erg onrustig en komt hij uit alle kanten. We zwabberen en rollen alle kanten op. Meerdere vissersschepen varen om ons heen met hun veel witte licht aan, omdat het donker is houd ik mijn hengel binnen maar droom wel van een lekkere tonijn. Maar de zon op is, de gennaker op staat en we eindelijk weer wat meer snelheid dan afgelopen twee nachtdiensten van 3 uur maken is het rustig en kalm en staat de vishengel weer uit. In de verte komt links snel een visserschip dichterbij en dit herinnert Suus aan onze 2e dag in het kanaal. 2 kleine scheepjes met meer dan 20 mensen aan boord. Het gaf ons een onheimelijk gevoel. Wat doe je als zo’n bootje je hulp vraagt? Nu voeren ze op een ruime afstand langs maar zonder AIS maar wat nou als ze stonden te zwaaien en te seinen. Hier zouden we er zeker naartoe varen en kijken wat we konden doen. Maar aan boord nemen betekent dat je medeplichtig bent behalve als je ze ook aangeeft bij de kustwacht. En wil je ze aangeven? Negeren en langsvaren is geen optie. En dit is de vertrouwde noordzee. Wat doe je in een Caribisch land? Of in de buurt van het beruchte Somalië? Wachtend op de Walvissen show denken we dit over. Ondanks dat we gemakkelijk zouden willen zeggen dat we natuurlijk meteen te hulp schieten weten we het niet. Rechts vaart een groot cruiseschip langs. Wat een verschil bestaat er toch ook. De een reist om te overleven, de ander reist om te leven.

Helaas moeten we nu echt. We zetten de motor aan. 2 uur lang is er al geen wind maar willen toch blijven zeilen. Klapperende zeilen en rollend over de golven die er zijn besluiten we toch om de motor aan te zetten. Beide zijn we erg gespannen over. Misschien hebben we daarom zo lang gewacht. De schroefasafdichting blijft een puntje. Elke 10 minuten meet ik de temperatuur. Hij blijft oplopen. Handwarm mag hij worden. We zitten inmiddels midden op de golf van Biskaje. Nogmaals check ik de temperatuur en hij is nu 37.2. Hij blijft nog een beetje lekker maar gelukkig blijft het bij een enkele druppel. 10 minuten later check ik nog een keer en is hij gezakt naar 36.4. “Wat zou dat fijn zijn als het nu is gelukt”. 10 minuten later is hij zelfs gezakt naar 35.9 en zo blijft hij een uur lang. Dan pas durven we de blijheid toe te laten. Een uur nadat we een biertje hebben geopend komen de dolfijnen ons een fijne nacht wensen en beginnen we onze eerste nachtdienst.

 

9 September: Golf van Biskaje 3e dag

“Lief, sorry dat ik je wakker maak. We kunnen de zeilen hijsen.” De hele nacht hebben we gemotord, en we hadden het niet verwacht, maar heerlijk geslapen bij het monotone gebrom van de motor. Samen hijsen we de zeilen en zetten de motor uit. Wat een stilte, heerlijk genieten we van het geluid van het stromende en klotsende water. Ik zet water op en neem een lekkere bak koffie terwijl Suus een kopje thee neemt. Daarna kruipt Suus nog even lekker in bed en is de dag zo begonnen. 3 schepen die we onderweg tegen komen vragen we via de radio om een weerbericht. Vreemd maar ze geven allemaal wat anders. Maar het lijkt in ieder geval duidelijk dat we wel flink wat wind krijgen vanavond. Tussen windkracht 4 en 5. Soms wat uitschieters naar windkracht 6. Na het avondeten begint het te waaien en we komen ook weer in de buurt van het continentaal plat. De plek waar de zee van 4 kilometer diepte naar 200 meter gaat. Je kunt je wel voorstellen dat dat best wat rare gevolgen kan hebben op de golfslag en het water. Al snel loopt de windmeter op naar een stabiele windkracht 6. De golven komen nu nog mooi stabiel van achter maar naar mate we dichter bij de overgang komen beginnen ze onrustig te worden. Ze komen nu van achter en van rechts en worden steeds groter. Terwijl we lekker rollen over de golven hebben we nog een aanvaringskoers met een 280 meter cargo schip. Via de radio horen we “We are motoring and you are Sailing. Just tell me what to do” Wij antwoorden met “Could you pass us starboard to starboard”. Dat betekent dat hij rechts van ons gaat passeren. En met een “Ok, I will tell my crew what to do” is dat gevaar ook geweken. Suus neemt de eerste slaap van de nacht terwijl we lekker rollen over de golven. Dan breekt er opeens een golf over de achterkant heen en rollen we tot halverwege de giek naar links. Ik kruip snel naar binnen en zet de nieuwe stormdeur die Suus haar vader nog last minute gemaakt heeft in de kajuit ingang. Ik ga achter het roer staan en probeer de boot goed met de kont naar de golven te houden. De windstuurinstallatie doet het perfect alleen kan niet inschatten dat er soms ook golven van de zijkant komen. De heftige nacht is begonnen. Suus komt een uur later helemaal gaar geschut naar buiten en komt bij me zitten. Ik ben voor de eerste keer bang. Wat een golven en brekers direct achter ons. Geen grote golven die regelmatig komen maar golven die uit alle kanten komen. Yndeleau vaart er enorm soepel doorheen maar haar bemanning moet echt nog even wennen. Na een uur lijkt het iets rustiger en Suus gaat nog even naar bed. Maar dan begint het weer en groeien de golven weer tot grote hoogte. Uiteindelijk wankel ik naar binnen en geef aan Suus aan dat ik echt even rust nodig heb. Ik val in slaap staand achter het roer en merk dat ik het niet meer aan kan. Suus die pas 4 jaar zeilt en nog nooit op zee had gezeild neemt dan het roer over. Ik blijf nog even in de kajuit zitten maar zie haar als een professional zeilen. Op een gegeven moment moet ik zelfs in bed gaan liggen van haar. Ongelooflijk hoe ze dit flikt. Hoe ze hier doorheen bijt maar als ik 2 uur later boven komen staat ze genietend deze uitdaging te trotseren.

 

10 september: Golf van Biskaje 4e dag

Land in zicht! Eindelijk zijn de golven een beetje afgenomen. Suus heeft nog 2 uurtjes kunnen slapen. Als Suus uit bed komt vinden we het tijd om ons gastland vlaggetje op te hangen. Wanneer je in een ander land bent is het gebruikelijk om uit respect een klein vlaggetje van het gast land te hijsen. Een bijzonder gevoel altijd. “Nu zijn we echt. Met onze eigen schip naar Spanje gevaren!”. Yndeleau gaat nog enorm van links naar rechts als Suus op het voordek de engelse vlag laat zakken en de Spaanse hijst. Terwijl we land in zicht hebben zijn we een beetje chagrijnig op elkaar. Het voelt onwerkelijk. Het slaap tekort en de eigen gedachten laat ons een beetje zeuren op elkaar. Daar moeten we later maar eens een Tapas en een Cerveza op drinken. De laatste vier uur neemt de wind af en het laatste uurtje motoren we La Coruna binnen.

We zijn vertrekkers!

23 -30 Augustus: Overtocht Scheveningen Falmouth

“Schat dolfijnen!” We zijn vandaag vertrokken uit Scheveningen en hebben net besloten dat we niet stoppen. Onze nieuwe oranje Gennaker staat op, het is rustig weer en we maken prima vooruitgang. We willen de noorden- en oostenwind gebruiken om het kanaal over te steken. In de verte zien we dolfijnen en 1 komt er steeds dichterbij. We stuiven naar voren om hem naar boven te zien komen vlak voor de boot, maar door onze enthousiaste schreeuw schikt ze en is het moment voorbij. Wauw, in een emotioneel moment staan we gearmd naar het water te kijken. Wat zeilt Yndeleau heerlijk. Wat doen wij het goed. En we hebben ook al 2 makrelen gevangen met ons makrelen plankje. We zijn vertrokken! Na onze laatste grote klus- en voorbereid etappe zijn we onderweg. De laatste loodjes waren echt het zwaarst maar nu zijn we officieel vertrekkes en varen we de zon tegemoet! 

“We zijn vertrekkers!”. Op naar de zon!

8 weken eerder:

“Pfff ook het onderwaterschip nog.” We kijken elkaar aan en denken hetzelfde. “Gaan we het afscheidsfeestje wel redden?”. “En als we het afscheidsfeestje niet redden lukt het dan wel om 2 weken later weg te gaan?”. Na mijn laatste werkdag hebben we de boot meteen over gevaren naar Makkum. Daar heeft Dick Koopmans een hellingproef gedaan om vast te stellen dat de boot goed uitgerust is. Zojuist hebben we het schip in Makkum uit het water gehaald. We waren er in Amsterdam namelijk al achter gekomen dat de romp en het dek opnieuw geschilderd moet worden. Zo moeilijk was dat ook niet, de verf liet in stukken los. Eén tussenlaag heeft niet goed gehecht.. Last minute hebben we besloten om de boot toch binnen te zetten en de mast er af te halen. Als de boot een half uurtje gedroogd heeft is het duidelijk dat dat een erg goed idee was. Het hele onderwaterschip zit vol met blazen. We geven elkaar niet de tijd om te sippen maar gaan meten aan de slag. Suus begint met schuurmachines regelen en ik probeer de werf waar we garantie hadden op het onderwaterschip te bereiken. Helaas lukt dat niet direct en blijkt het nog een hele opgave om dit uiteindelijk voor elkaar te krijgen.  Maar het laatste stadium is ingeslagen.

Op de derde dag zien we in de verte Engeland opdoemen; krijtrotsen en kastelen. Een fantastisch gezicht nadat we vannacht loodrecht de shippinglanes zijn overgestoken. We buigen linksaf richting het zuidwesten om zo in rustig vaarwater buiten de shippinglanes lekker afstanden af te leggen. Ik begin deze ochtend met het opschrijven van de dingen waar we achter zijn gekomen wat er nog gedaan moet worden. Een nieuw blok voor de gennaker, de leeflijnen verkorten, het rode licht binnen installeren (tegen nachtblindheid), wasbak afvoer fixen, de windvaanstuurinstallatie moet af, de dieptemeter vervangen en de as wordt te warm. Poeh, niet voor niets noemen ze vertrekken soms wel eens gekscherend “klussen op mooie bestemmingen”.

Na 6 dagen varen komen we aan in Falmouth. “Wauw, wat ziet het er geweldig uit!”

6 weken eerder:

Het is duidelijk dat deze verf klus geen 2 a 3 weken gaat duren. Uiteindelijk vinden we een fantastische verfexpert die ons helpt om de juiste keuze te maken over de verf. Wat waren we een amateurs een jaar geleden. We staan nu een uur te praten over epoxy, overschilderbaarheid, en wat we precies van de verf verwachten. Het is een erg goed idee om een echte verfspecialist te informeren. Laat hem ook je boot zien en vertel duidelijk wat je wilt. Een X-yacht glans en afwerking of mag hij iets minder glanzend zijn maar wel erg sterk? Jachtlakken hebben een mooiere glans maar zijn ook enorm veel duurder dan offshore/proffesionele producten. Daarentegen is glans in de gebieden waar wij naartoe gaan alleen maar pijnlijk voor de ogen. We breken toch ons reisbudget aan om de boot te laten spuiten. Al het voorbereidende werk doen we zelf maar tegen een professional die in 3 uur om de boot heen loopt en 1 a 2 rol lagen zet kunnen we qua snelheid niet op. Maar eerst moeten de oude lagen er allemaal afgeschuurd en moet alles van het dek geschroefd.

“I’m changing to starboard and pass you at your stern”. Het is ongelooflijk hoeveel aanvaringskoersen je kunt hebben in 8 uur tijd.  Meerdere schepen zonder AIS, 2 vissersschepen die rare bewegingen maken en niet reageerde op de marifoon.  Daarentegen als je in de AIS Cargo, tanker of container ziet staan krijg je een onwijs opgewekte “Hallo Sir” en “I’m changing to starboard and pass you at your stern”, “ have a good watch, sir. Ongelooflijk dat een tanker van meer dan 250 meter lengte even zijn koers verlegd voor ons kleine pleziervaartuig. Ondanks de medewerking van deze kapiteins betekent deze enorm donkere nacht in een druk stuk Kanaal slechte slaap. Omdat we moeten kruizen is navigeren erg lastig. Wat een onwijze stroming staat er toch in dit stukje Kanaal. We varen meermaals stukken opnieuw en zijn regelmatig na 6 uur tegenstroom op hetzelfde punt aanbeland. Met de meestroom pakken we daarentegen weer goede snelheid. Het stuk van Wight naar Falmouth wat in een rechte lijn 130 mijl is doen wij in een 280 mijl afgelegde weg. Gelukkig hebben we wel goede wind. Al is hij uit de minst gunstigste richting de kracht maakt het goed. Regelmatig meer dan 20 knopen en we blazen met een dubbel rif over de golfen heen. Echt wat anders dan de dagen daarvoor waar we soms achteruit dobberde met onze gennaker omdat we de motor niet aan wilden zetten.

 

(Hierboven kun je zien hoe onze AIS er uit ziet op de kaart. Het rode “bootje” zijn wij. De driehoekjes zijn andere “targets”. Dit zijn meestal schepen maar kunnen ook boeien of olieplatformen zijn. Het zijn andere uitzendende stations. Onze computer geeft er ook een snelheid en een richting aan zodat we kunnen zien of we dicht bij ze in de buurt komen. Het onderste driehoekje is rood geworden. Dat betekent dat hij in de buurt komt en we moeten opletten of het goed gaat.)

 

4 weken eerder:

Het hele schip is gespoten. Het is nog 1,5 week tot ons afscheidsfeestje. We hoeven alleen nog maar antislip en alles weer op het de schroeven en kitten. We vergeten op dat moment dat we ook nog alles moeten opruimen. We werken dag en nacht, letterlijk. Maar de nacht voor ons afscheidsfeest zijn we terug in Amsterdam. S ochtends vroeg staan de hulptroepen klaar om het afscheidsfeestje voor te bereiden, de lange reis die we voor de boeg hebben en het bloed zweet en tranen dat we al in onze reis hebben zitten creëert zoveel bijzondere momenten en het laat ons zien hoe bijzonder en mooi hulp van andere mensen is.

Stinkend als twee bunzingen na 6 dagen niet douchen zitten we aan ons ontbijt. We zijn beide bijgekomen van de heftig laatste nacht. Donker, veel wind, onrustige zee en erg veel verkeer gaf ons beide een onrustig gevoel. Suus die haar eerste 5 nachten op zee zit heeft voor de eerste keer een gevoel van minder controle. Ongelooflijk wat ze doet en hoeveel ze leert alweer in deze eerste dagen. Zij is het die aangeeft door te willen gaan, we zitten er ondanks onze wat muffige geur en de mindere laatste nacht hartstikke goed in en genieten van op het water zijn. We leren duidelijk dat we ons goed aan de wachten moeten houden. Het is erg verleidelijk om de ander of jezelf nog een half uurtje extra slaap te geven, of nog even te helpen navigeren als je wacht er op zit. Maar dan zijn we pas om 2 uur middags klaar met onze slaapjes en kunnen we alweer opnieuw beginnen.

 

8 dagen eerder:

Huilend staan we beide achter ons te kijken. In de verte zien we vrienden en familie die ons zijn komen uitzwaaien in Amsterdam. “Doe voorzichtig” en “kom veilig terug” wordt er vaak gezegd. Pas als we achterom kijken realiseer ik het me ook echt. We hebben het gewoon gedaan, maar tegelijkertijd ook “ waar zijn we mee begonnen” en “wat doen we onze dierbaren daar op de kade aan”?

 

Huilend staan we samen te kijken naar alle mensen die ons zijn komen uitzwaaien in Amsterdam. “Wat doen we onze dierbaren daar op de kade aan”? 

Maar dan doemt daar 8 dagen later de ingang van Falmouth op. Links en rechts een kasteel. “Wauw schat, we hebben het gehaald”. De eerste tocht en afstand is gemaakt! Na een goede slaaprust, pizza en mosselen bij de lokale pub starten we de volgende dag met klussen. De schroefas is na een dag  opnieuw uitgelijnt maar het meest spannende is het “Drying against the wall”. Met onze 19 ton gaan we doormiddel van het grote verschil tussen eb en vloed tegen de muur droog vallen. Kort door de bocht betekent het dat we ons goed vast binden tegen een kade en dan wachten op laag water. Het verschil tussen laag en hoog water is 5 meter hier en daardoor komen we na 2.5 uur ongeveer op de modder te staan en kunnen we bij de dieptemeter: “Ok we hebben nu officieel een gat in de romp lief!”. Ik haal de oude dieptemeter uit de romp. Dat betekent dat er nu een gat zit op de plek waar hij eerst zat. Als we nu binnen 4 uur niet de nieuwe er in krijgen hebben we een groot probleem. Dan komt het water alweer… “Niet aan denken, de voorbereiding was perfect, nu door!” denk ik. Gelukkig ziet het gat er hartstikke mooi uit. Geen roest en een mooi rond gat zonder rare hoekjes. Rustig begin ik emt schoonmaken en weer helemaal strak maken. De nieuwe past er perfect in en met een totale overdaad aan kit lijmen we de nieuwe er in. Na een half uur staan we eigenlijk al weer onrustig te wachten tot het water komt. De nieuwe zit er in en nu is de vraag of we waterdicht zijn…

 

De start van “Drying out against the wall”. Terugkijkend was dit een ongelooflijk mooi plaatje, op dat moment hebben we enkel en alleen de spanning en de onrust gevoeld.

Klaarmaken voor Vertrek – Zeilen augustus 2019

Jurre wrote a lovely article for the Dutch magazine Zeilen about all the preparations of the last year. It was published in the August 2019-edition. It’s in Dutch, if we find the time, we’ll translate it and share the English version as well. Or if someone feels really bored; feel free to help us with a translation 😉

For all those Dutchies out there: enjoy the article!

Zeilen augustus 2019 – Klaarmaken voor vertrek